Prinsjesdag 2019: inkomstenbelasting

Op Prinsjesdag 2019 zijn een aantal maatregelen aangekondigd die betrekking hebben op inkomstenbelasting. Wij lichten deze maatregelen graag toe. Let wel: alle genoemde maatregelen en wijzigingen betreffen slechts wetsvoorstellen. De voorstellen zijn pas van toepassing als ze zijn goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer.

Voor een overzicht van alle maatregelen kunt u hier kijken. In het onderdeel inkomstenbelasting komen de volgende onderwerpen aan de orde:

Inkomensbeleid en koopkrachtpakket

Onder het koopkrachtpakket 2020 vallen de volgende maatregelen:

  • De invoering van het tweeschijvenstelsel voor de inkomstenbelasting die per januari 2021 zou plaatsvinden, wordt naar voren gehaald en wordt al per 1 januari 2020 gerealiseerd. In 2020 geldt dan een basistarief van 37,35% tot € 68.507 en een toptarief van 49,5%. Voor AOW‑ers geldt nog een drieschijventarief met een tarief van 19,45% in de eerste en tweede schijf en 37,35% in de derde schijf. (Zie de tabel uit de MEV voor een cijfermatig overzicht van belasting- en premietarieven).
  • Er wordt vastgehouden aan het afbouwtraject van het maximale aftrektarief voor de aangewezen grondslagverminderende posten. In 2020 geldt hiervoor een tarief van 46%.
  • De algemene heffingskorting in de IB wordt in twee stappen verhoogd: met € 78 in 2020 en met € 2 in 2021.
  • De arbeidskorting in de IB wordt in 2020, 2021 en 2022 verhoogd.
  • De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 1 januari 2020 van € 7.280 tot en met 2027 verlaagd met € 250 per jaar en per 1 januari 2028 met € 280 tot uiteindelijk € 5.000 met ingang van 1 januari 2028.

Vervallen afrekenverplichting hybride saldolijfrenten van vóór 2001

De in de Invoeringswet Wet IB 2001 opgenomen afrekenverplichting op 31 december 2020 voor hybride saldolijfrenten en voor bepaalde buitenlandse pensioenen vervalt. De afrekenverplichting blijft in stand voor zogenoemde zuivere saldolijfrenten.

Aftrekuitsluiting voor dwangsommen en voor boeten bij strafbeschikking

Vanaf 1 januari 2020 geldt in de IB en Vpb dat bestuursrechtelijke dwangsommen en vergelijkbare buitenlandse dwangsommen niet meer aftrekbaar zijn. In de LB wordt geregeld dat die dwangsommen niet kunnen worden aangewezen als eindheffingsbestanddelen. Het aftrek- en aanwijsverbod geldt voor dwangsommen die na 31 december 2019 verbeuren. Verder zijn bij strafbeschikking opgelegde geldboeten voortaan niet meer aftrekbaar in de IB en Vpb. Vergoedingen of verstrekkingen ter zake of in de vorm van bij strafbeschikking opgelegde geldboeten kunnen niet worden aangewezen als eindheffingsbestanddelen in de LB. Voor geldboeten bij strafbeschikkingen is het aftrek- en aanwijsverbod voor het eerst van toepassing op strafbeschikkingen die na 31 december 2019 zijn uitgevaardigd.

Grensbedragen voor teruggaaf en terugbetaling BES

De Wet inkomstenbelasting BES regelt onder meer in welke gevallen een aanslag met een te betalen bedrag wordt vastgesteld en in welke gevallen verrekening van voorheffingen plaatsvindt. Voorgesteld wordt om dezelfde regeling te hanteren voor situaties waarin loon is belast volgens de tabel voor bijzondere beloningen. Tot nu toe geldt voor loon belast volgens de tabel voor bijzondere beloningen een afwijkende regeling. Er wordt voorgesteld deze afwijkende regeling te laten vervallen, ter vergemakkelijking van de uitvoering en ter vereenvoudiging van de regelgeving.

Aanpassen definitie v.i. in het kader van het multilateraal instrument

  • Voor de invulling van de definitie van het begrip vaste inrichting (v.i.) in de Wet IB 2001, de Wet LB en de Wet Vpb wordt aangesloten bij de definitie van dat begrip zoals die geldt voor het van toepassing zijnde belastingverdrag. Op deze manier bestaat er in verdragssituaties geen verschil tussen het nationale heffingsrecht en de heffingsbevoegdheid die Nederland toekomt op basis van het betreffende belastingverdrag.
  • Voor niet-verdragssituaties wordt bewerkstelligd dat de definitie van het begrip v.i. voor de toepassing van de Wet IB 2001, de Wet LB en de Wet Vpb aansluit bij de meest recente versie van het OESO-modelverdrag.

Spontane aangifte, zonder uitgereikte uitnodiging

  • In de praktijk komt het steeds vaker voor dat een ingevuld aangiftebiljet wordt ingediend bij de Belastingdienst, zonder een vooraf verzonden of uitgereikte uitnodiging tot het doen van aangifte. Aan dergelijke spontane aangiften worden bij aanslagbelastingen (bijvoorbeeld de IB, de Vpb, de erf- en schenkbelasting) voortaan dezelfde wettelijke correctie- en sanctiebevoegdheden verbonden als de wettelijke correctie- en sanctiebevoegdheden die al gelden bij aangiften die na een vooraf verzonden of uitgereikte uitnodiging tot het doen van aangifte worden ingediend.
  • De aanpassingen van de AWR met betrekking tot de spontane aangifte zien alleen op originele aangiftebiljetten van de Belastingdienst of aangiftebiljetten die voldoen aan de specificaties die de Belastingdienst stelt die zonder een voorafgaande uitnodiging tot het doen van aangifte door belastingplichtigen worden ingediend.
  • Er is nog geen regeling getroffen voor aangiftebelastingen (zoals de BTW en LB). Het onderzoek naar spontane aangiften bij aangiftebelastingen is nog gaande.
  • Voor die gevallen waarin tegen het einde van de gebruikelijke aanslag- en navorderingstermijn een verzoek om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte of een (kwalificerende) spontane aangifte wordt gedaan, wordt de aanslag- en navorderingstermijn met zes maanden verlengd zodat de inspecteur over voldoende tijd beschikt om de betreffende aanslag vast te stellen.

Macro Economische Verkenning 2020

De Macro Economische Verkenning 2020 bevat het volgende overzicht van belasting- en premietarieven:

Schijven en kortingen loon- en inkomstenheffing    2020 2019 2018 2017 2016
Lengte eerste belastingschijf 20.711 20.384 20.142 19.982 19.922
Lengte tweede belastingschijf 14.001 13.916 13.852 13.809 13.793
Lengte tweede belastingschijf 14.664 14.433 14.262 14.148 14.105
Lengte derde belastingschijf 33.795 34.207 34.513 33.281 32.706
Lengte derde belastingschijf 33.132 33.690 34.103 32.942 32.394
Algemene heffingskorting 2.711 2.477 2.265 2.254 2.242
Algemene heffingskorting 65-plus 1.413 1.268 1.157 1.151 1.145
Arbeidskorting 3.595 3.399 3.249 3.223 3.103
Alleenstaande-ouderkorting 0 0 0 0 0
Combinatiekorting 0 0 0 0 0
Aanvullende combinatiekorting 0 0 1.052 1.043 1.039
Inkomensafh. aanvullende combinatiekorting 2.881 2.835 1.749 1.735 1.730
Ouderenkorting 1.622 1.596 1.418 1.292 1.187
Ouderenkorting boven inkomensgrens 0 0 72 71 70
Alleenstaande-ouderenkorting 436 429 423 438 436
Aanvullende ouderenkorting 0 0 0 0 0

Centraal Planbureau 17-9-2019, bedragen in EUR

Mocht u naar aanleiding van de maatregelen van Prinsjesdag 2019 vragen hebben, neem dan contact op met uw adviseur bij Baker Tilly.