Spoedreparatie fiscale eenheid: mogelijke lastenverzwaring vanaf 25 oktober 2017

Op 6 juni 2018 heeft de staatssecretaris van Financiën het wetsvoorstel spoedreparatie fiscale eenheid bij de Tweede Kamer ingediend. De reparatie is nodig als gevolg van een arrest van het Europese Hof van Justitie van 22 februari 2018. Het wetsvoorstel heeft terugwerkende kracht tot 25 oktober 2017 11.00 uur.

Voor wie is het wetsvoorstel van belang?

Het wetsvoorstel kan van belang zijn voor ongeveer 300.000 vennootschappen die gebruikmaken van het fiscale-eenheidsregime. Dat regime houdt het volgende in. Van de vennootschappen die deel uitmaken van een fiscale eenheid wordt vennootschapsbelasting geheven alsof er één belastingplichtige is (de moedermaatschappij). Dat betekent dat de bezittingen en resultaten van de gevoegde dochtermaatschappijen worden toegerekend aan de moedermaatschappij (fiscale consolidatie). Transacties tussen fiscale-eenheidsmaatschappijen zijn dus voor de heffing van vennootschapsbelasting niet zichtbaar.

Wat houdt de reparatiewetgeving in?

De reparatiewetgeving houdt in dat de fiscale eenheid geacht wordt niet te bestaan voor de toepassing van enkele bepalingen in de Wet VPB 1969. De belangrijkste daarvan is art. 10a. De overige bepalingen benoemen wij hierna, maar zij blijven verder onbesproken. Art. 10a sluit de aftrek van rente uit op leningen die zijn verschuldigd aan een verbonden lichaam (of verbonden natuurlijke persoon) als die lening is gebruikt voor een ‘besmette rechtshandeling’. ‘Besmette rechtshandelingen’ zijn dividenduitkeringen, kapitaalstortingen en de aankoop van deelnemingen (indien die deelneming een verbonden lichaam gaat vormen). Aftrek van rente is alsnog mogelijk, indien de belastingplichtige bewijst dat hij voldoet aan de zogenoemde ‘zakelijkheidstoets’ of aan de ‘compenserendeheffingstoets’.

Twee voorbeelden

In het huidige fiscale-eenheidsregime is art. 10a in de linker- en rechtertekening niet van toepassing, omdat de lening tussen Y en W (resp. tussen A en B) niet zichtbaar is (fiscale consolidatie). Door de spoedreparatie wordt dat anders, omdat de fiscale eenheid dan moet worden weggedacht voor de toepassing van art. 10a. Dat wegdenken leidt er in beginsel toe dat de winst van de fiscale eenheid wordt verhoogd met de art. 10a-rente (tenzij aan de ‘zakelijkheidstoets’ of aan de ‘compenserendeheffingstoets’ wordt voldaan).

Tegemoetkoming en overige bepalingen

Het wetsvoorstel bevat voor de periode 25 oktober 2017 – 1 januari 2019 een tegemoetkoming. Die tegemoetkoming houdt in dat de hiervoor genoemde art. 10a-rentebijtelling – onder voorwaarden – achterwege blijft als de rente op de art. 10a-schuld op jaarbasis minder bedraagt dan € 100.000.

De overige bepalingen in de Wet VPB 1969 waarvoor de fiscale eenheid vanaf 25 oktober 2017 geacht wordt niet te bestaan, zijn:

  • bepaalde onderdelen van de deelnemingsvrijstelling (art. 13)
  • de renteaftrekbeperking voor bovenmatige deelnemingsrente (art. 13l)
  • de verliesverrekening bij wijziging van het aandeelhoudersbelang in de verliesvennootschap (art. 20a).

Advies

Het wetsvoorstel dwingt fiscale eenheden ertoe na te gaan of een fiscale-eenheidsmaatschappij een lening heeft opgenomen bij een verbonden lichaam (binnen of buiten de fiscale eenheid). Als dat het geval is, moet worden onderzocht waarvoor de lening is gebruikt. Als de lening is gebruikt voor een ‘besmette rechtshandeling’ (zie hiervoor), dan is een verdere analyse noodzakelijk (‘zakelijkheidstoets’, ‘compenserendeheffingstoets’, hoogte van de rente, onderzoek naar de mogelijkheden van het aflossen van de art. 10a-schuld of het laten verdwijnen van de art. 10a-schuld door bijvoorbeeld een juridische fusie).

Onze belastingadviseurs zijn u graag van dienst bij het analyseren van de gevolgen van de spoedreparatie voor uw fiscale eenheid (en vervolgens, indien nodig, bij het meedenken over maatregelen ter beperking van die gevolgen).