Staatssecretaris Snel over btw-ondernemerschap van commissarissen

Eerder berichtten wij over de zaak (nr. C-420/18), waarin de Europese rechter aangaf dat een lid van een raad van commissarissen onder omstandigheden geen btw-ondernemer is. Staatssecretaris Snel heeft recent over dit onderwerp Kamervragen beantwoord. In dit bericht gaan wij kort in op het arrest en de reactie van staatssecretaris Snel.

Het arrest van de Europese rechter

Belanghebbende in deze zaak is een gemeenteambtenaar die tevens is aangesteld als lid van de raad van commissarissen van een Nederlandse stichting. Jaarlijks ontvangen de leden van de raad een vergoeding voor hun werkzaamheden. De Europese rechter oordeelt dat belanghebbende geen zelfstandige economische activiteit verricht en dus geen btw-ondernemer is. In het kader van zijn werkzaamheden handelt de commissaris in deze casus namelijk niet in eigen naam, noch voor eigen rekening, en ook niet onder zijn eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast draagt de commissaris geen enkel economisch bedrijfsrisico. Dit betekent dat de commissaris geen btw hoeft te berekenen over de ontvangen vergoedingen.

Reactie staatssecretaris

Staatssecretaris Snel geeft aan dat het arrest van de Europese rechter volgens hem onvoldoende duidelijkheid biedt om een algemene, voor iedere toezichthouder geldende, beleidslijn vast te leggen. De vaststelling van het btw-ondernemerschap blijft dus afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het individuele geval en is in eerste instantie voorbehouden aan de competente btw-inspecteur.

De staatssecretaris wijst verder nog op een aanhangige zaak bij de Hoge Raad over deze thematiek (zie cassatie in: Hof Amsterdam 29 mei 2018, nr. 17/00346). Afhankelijk van de uitkomst van deze zaak zal de staatssecretaris opnieuw beoordelen of een nieuw beleidsbesluit over het btw-ondernemerschap van toezichthouders passend en geboden is. Toezichthouders die twijfelen of zij nog belastingplichtig zijn voor de btw, kunnen conform de regels van het vooroverleg contact opnemen met hun btw-inspecteur.

Gevolgen reactie staatssecretaris

Omdat het btw-recht over dit onderwerp in beweging blijft, is het moeilijk om aan te geven of en op welke wijze de staatssecretaris zijn standpunt zal verduidelijken. Wij raden toezichthouders derhalve aan om hun btw-positie opnieuw in overweging te nemen. Indien u de gevolgen van de reactie van de staatsecretaris wilt bespreken, neemt u dan contact op met Rakesh Ghirah of Erik Claassen.