Tozo voor gemeenten

Corona Helpdesk - Tozo gemeentes.jpg

Door de maatregelen van het Rijk om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, lopen veel zelfstandigen  noodgedwongen inkomsten mis. Het kabinet wil ook deze groep ondersteunen, zodat zij daarna hun bedrijf kunnen voortzetten. Het kabinet komt daarom met de Tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandig ondernemers (Tozo). Zelfstandige ondernemers met financiële problemen kunnen een beroep doen op deze voorziening, die u als gemeente uitvoert.

De regeling is geënt op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). De algemene maatregel van bestuur (amvb) wordt in april 2020 bekend. Ondertussen kunnen en zijn gemeenten op basis van informatie in de Kamerbrief van 27 maart 2020 van start met de uitvoering van de regeling, hetgeen gebeurt op basis van een voorschot.

De vormgeving

Het doel van de regeling is tweeledig: allereerst om te voorzien in het levensonderhoud van zelfstandigen wanneer het inkomen als gevolg van de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. Ten tweede om liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te vangen. De regeling is tijdelijk en geldt voor drie maanden (maart, april en mei 2020). Een aanvraag voor levensonderhoud kan tot en met 31 mei 2020 worden ingediend. De uitkering voor levensonderhoud duurt maximaal drie maanden. Een aanvraag voor een uitkering voor levensonderhoud kan met terugwerkende kracht worden aangevraagd tot en met 1 maart 2020.

Terugwerkende kracht is mogelijk voor alle aanvragen die zijn ingediend binnen de looptijd.

Belangrijke checks voor de aanvraag door de gemeente

De regeling kent een (beperkt) aantal voorwaarden:

  • De zelfstandige moet in Nederland woonachtig zijn;
  • Het bedrijf moet in Nederland gevestigd zijn (of de hoofdzakelijke werkzaamheden);
  • Er geldt een urencriterium van 1.225 uur op jaarbasis (24 uur per week);
  • Inschrijving bij de Kamer van Koophandel (vóór 17 maart 2020);
  • Volledige zeggenschap en dragen van financiële risico door de DGA (in geval van een BV) en een verklaring – naar waarheid – dat geen salaris kan worden uitbetaald.

Controle achteraf door de gemeente

Voor de aanvullende uitkering voor levensonderhoud is de hoogte afhankelijk van de inkomsten van de aanvrager. De zelfstandige moet naar waarheid verklaren dat het inkomen naar verwachting in de periode van ondersteuning minder bedraagt dan het toepasselijke sociaal minimum als gevolg van de coronacrisis. Het bedrag wordt in één keer voor drie maanden (maart – mei 2020) toegekend en maandelijks uitbetaald.

Ontvangers van een uitkering zijn verplicht om wijzigingen in hun inkomenssituatie uit zichzelf door te geven. De inlichtingenplicht op grond van artikel 17 van de Participatiewet is van toepassing op de Tozo. Achteraf controleren gemeenten het daadwerkelijk genoten inkomen. Gemeenten zijn verplicht om bij fraude de toegekende bijstand terug te vorderen en een boete op te leggen.

Ondersteuning van gemeenten

De VNG, Divosa en het ministerie van SZW werken intensief samen om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van Tozo. Gemeentelijke ICT leveranciers werken ook hard mee aan het ondersteunen van de regeling in de systemen.

De ondersteuning aan gemeenten bestaat uit drie onderdelen:

  • Toolkit Tozo
  • Ondersteuning vanuit de VNG aan gemeentelijke softwareleveranciers die werken aan de aanpassing van hun software
  • Digitale beslisboom voor potentiële aanvragers.

De Toolkit Tozo bestaat in ieder geval uit de volgende onderdelen:

  • Een uitgebreide instructiehandreiking voor gemeenten die inzicht biedt in de wijze waarop gemeenten de regeling kunnen uitvoeren (wat moet ik doen en hoe moet ik dat doen?). Deze handreiking is per 1 april beschikbaar.
  • Een modelaanvraagformulier, modelbrieven, modelformulieren en modelbeschikkingen. De Toolkit wordt daartoe voortdurend uitgebreid.
  • Een overzicht van meest gestelde vragen en antwoorden.

Financiën en verantwoording

Gemeenten worden volledig financieel gecompenseerd voor de uitkeringskosten en uitvoeringskosten in het kader van de Tozo. Op de SZW-begroting is hiervoor een bedrag van 3,8 miljard euro gereserveerd. Gemeenten ontvangen de benodigde middelen via een nieuwe specifieke uitkering. Om direct aan de slag te kunnen gaan ontvangen gemeenten, vooruitlopend op publicatie en inwerkingtreding van de regeling, een voorschot van 250 miljoen euro om de benodigde uitgaven te kunnen doen.

Het kabinet zal het aantal aanvragen monitoren. Op basis van het monitoren en de signalen van gemeenten, beziet het kabinet in welke mate verdere bevoorschotting noodzakelijk is. Gemeenten verantwoorden zich achteraf, na afloop van het uitvoeringsjaar, op de gebruikelijke wijze (via het systeem van Single Information Single Audit) aan het Rijk over de daadwerkelijke uitkeringskosten. De uitkeringskosten bestaan uit de uitkeringslasten verminderd met de baten uit uitkeringen, met name de baten uit aflossing en rente op de verstrekte leningen voor bedrijfskapitaal. Voor de vergoeding van de uitvoeringskosten geldt een vast bedrag per besluit op een aanvraag. Op basis van deze gemeentelijke verantwoording wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld en – onder verrekening van de aan de gemeente verstrekte voorschotten – betaald aan de gemeente.