Algemene maatregelen voor iedereen

Prinsjesdag Algemeen

De op Prinsjesdag gepresenteerde maatregelen en wetsvoorstellen bevatten wijzigingen die voor iedereen van toepassing kunnen zijn. Denk daarbij aan de verlaging van de inkomensafhankelijke combinatiekorting en een wetsvoorstel om schrijnende gevolgen van onterecht handelen of nalaten van de Belastingdienst sneller te kunnen verzachten. Wij begrijpen dat u meer wilt weten over de consequenties van onderstaande maatregelen voor uw persoonlijke situatie. Neem daarvoor contact op met uw belastingadviseur bij Baker Tilly.

Gesplitste aankoop vanwege woningwaardegrens bij startersvrijstelling

De startersvrijstelling is onder voorwaarden voor starters op de woningmarkt van toepassing. Eén van de voorwaarden is dat de waarde van de woning niet uitkomt boven € 400.000 (woningwaardegrens).  In het wetsvoorstel is een verduidelijking op de antimisbruikbepaling van de startersvrijstelling opgenomen om constructies te voorkomen die ervoor zorgen dat de waarde van een gekochte woning onder de woningwaardegrens uitkomt. De startersvrijstelling wordt teruggedraaid, als de verkrijging van de woning binnen een jaar wordt gevolgd door een andere verkrijging ten aanzien van die woning of door de verkrijging van een aanhorigheid (zoals een garagebox).

Schriftelijke verklaring bij startersvrijstelling kan eerder

In de wet staat nu dat een persoon die een beroep op de startersvrijstelling wil doen een schriftelijke verklaring voor de startersvrijstelling moet afgeven. Op dit moment staat daarbij dat die verklaring ‘onmiddellijk’ voorafgaand aan de overdracht van de woning bij de notaris moet worden afgegeven. Het woordje ‘onmiddellijk’ wordt geschrapt, zodat de schriftelijke verklaring al eerder bij de notaris kan worden afgegeven.

Geen hoofdverblijf door onvoorziene omstandigheden is mogelijk

Voor zowel de startersvrijstelling als voor het 2%-tarief van de overdrachtsbelasting geldt dat de woning het hoofdverblijf moet gaan vormen. Nu geldt al dat, als zich na de overdracht van de woning onvoorziene omstandigheden voordoen waardoor de woning niet als hoofdverblijf is gebruikt, de toepassing van de startersvrijstelling of het lage tarief in stand kan blijven.

De vrijstelling of het 2%-tarief blijft ook van toepassing, als ná het sluiten van de koopovereenkomst (maar vóór de overdracht) zich een onvoorziene omstandigheid voordoet, waardoor de koper redelijkerwijs niet in staat is geweest om de woning als hoofdverblijf te gaan gebruiken. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan overlijden of scheiding. De koper moet de onvoorziene omstandigheid wel kunnen aantonen.

Tegemoetkoming schrijnende gevallen

Er ligt een voorstel om per 1 januari 2022 een tegemoetkoming te verlenen als er een schrijnende situatie ontstaat door het onterecht handelen of nalaten van de Belastingdienst. Denk bij ‘onterecht handelen of nalaten’ bijvoorbeeld aan het systeemfalen in de kinderopvangtoeslagaffaire. Dit wetsvoorstel is alleen van toepassing als het gaat om de tegemoetkoming aan een groep slachtoffers. Bovendien zal er geen tegemoetkoming zijn als slachtoffers op een andere manier een tegemoetkoming ontvangen (bijvoorbeeld via een civielrechtelijke procedure).

Er is al een wettelijke tegemoetkoming voor slachtoffers in schrijnende situaties. Het verschil met de nieuwe maatregel is dat de bestaande tegemoetkoming geldt voor individuele belastingplichtigen én als de toepassing van regelgeving onredelijk is.

STAP-budget vervanger voor aftrek scholingskosten

De scholingsaftrek in de inkomstenbelasting komt te vervallen en wordt vervangen door de subsidieregeling STAP-budget. STAP staat voor Stimulering Arbeidsmarktpositie. Werkenden en niet-werkenden kunnen vanaf 1 maart 2022 tot € 1.000 aanvragen voor een scholingsactiviteit. Het STAP-budget staat los van de arbeidsrelatie en is beschikbaar voor iedereen. 

Er worden voorbereidingen getroffen door UWV en DUO voor de uitvoering van het STAP-budget. Het STAP-budget is een uitgavenregeling, ter vervanging van de fiscale aftrek scholingsuitgaven, waarmee het individu in staat wordt gesteld om scholing in te zetten voor de eigen ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid.

Lager gebruikelijk loon voor dga van innovatieve start-up

Als directeur-grootaandeelhouder (dga) bent u in Nederland verplicht om uzelf een gebruikelijk loon toe te kennen voor de werkzaamheden die u voor uw onderneming verricht. Het gebruikelijk loon stelt u vast aan de hand van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, de lonen binnen uw onderneming en een minimaal forfaitair bedrag.

Voor innovatieve start-ups kan deze gebruikelijkloonregeling relatief veel impact hebben op de liquiditeitspositie van de onderneming. Om innovatie te bevorderen kent de gebruikelijkloonregeling de mogelijkheid om het gebruikelijk loon onder vooraf gestelde voorwaarden vast te stellen op het wettelijk minimumloon. In de voorstellen op Prinsjesdag wordt deze mogelijkheid verlengd tot 1 januari 2023.

Wijziging in korting op bijtelling van emissievrije auto’s

Het succes van de elektrische auto is structureel groter dan verwacht. Het budget voor het stimuleren van de emissievrije personenauto en bestelauto wordt daarom per saldo verhoogd met € 600 miljoen. Het kabinet wil meer gaan sturen op goedkopere emissievrije automodellen uit de lagere marktsegmenten. Zij doen dit door het bedrag voor privégebruik auto aan te passen. 

Voor het bepalen van het privégebruik auto voor een emissievrije personenauto moet eerst volgens de gebruikelijke bijtellingspercentages het privégebruik worden bepaald. Daarna vindt voor emissievrije auto’s op het uitgerekende bedrag een korting plaats. Op dit moment is de korting 10% van de waarde van de auto (maximum € 40.000). De korting is nu dus maximaal € 4.000. Vanaf 1 januari 2022 wordt een korting van 6% toegepast op een maximale autowaarde van € 35.000, de korting is dan maximaal € 2.100. Vanaf 2023 wordt de maximale autowaarde verder verlaagd naar € 30.000. De korting is dan nog maximaal € 1.800.

Aanscherping CO2-grenzen personenauto’s (bpm)

Voor de berekening van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) wordt gekeken naar de CO2-uitstoot. Hoe meer CO2 een auto uitstoot, hoe meer bpm er betaald moet worden. Om de belastinginkomsten uit de bpm op peil te houden, wordt de tabel met de CO2-schijven aangepast.  De grenzen van de CO2-schijven worden verlaagd met 2,3% en de tarieven per schijf worden verhoogd met 2,35%. De belastinggrondslag zou daardoor beter aansluiten bij de gemiddelde CO2-reductie van nieuw verkochte conventionele personenauto’s.

Bpm gekoppeld aan de inschrijving in het kentekenregister

De belasting op personenauto’s en motorrijwielen (bpm) is bedoeld voor motorrijtuigen die de Nederlandse wegen gebruiken. Vanaf 2022 wordt in de wet opgenomen dat de inschrijving in het kentekenregister het belastbare feit is. Deze wijziging is van belang voor de invoer van een gebruikt motorrijtuig in Nederland (parallelimport). Vooral als het motorrijtuig eerst hersteld moet worden voordat van de weg gebruik gemaakt mag worden.

Bestaande eigenwoningschuld naar wens gezamenlijk te benutten

De eigenwoningschuld moet in 30 jaar (360 maanden) worden afgelost om de hypotheekrente op de schuld te mogen aftrekken. Voor leningen van vóór 1 januari 2013 geldt deze aflossingseis niet. We noemen dit de ‘bestaande eigenwoningschuld’. Ook na 2013 hoeft de bestaande eigenwoningschuld niet aan deze aflossingseis te voldoen.

Wanneer partners gezamenlijk een woning kopen waarvan één van hen een bestaande eigenwoningschuld heeft, kan dit tot een renteaftrekbeperking leiden bij de andere partner. Deze krijgt naar rato van het bezit de bestaande eigenwoningschuld van de ander toegerekend. Omdat voor deze partner dan niet aan de aflossingseis wordt voldaan, vervalt de renteaftrek voor dát deel van de lening.

Na 1 januari 2022 kunnen de partners ervoor kiezen de bestaande eigenwoningschuld van één van beide gezamenlijk te benutten. In dat geval kan de partner die geen bestaande eigenwoningschuld had, toch hypotheekrenteaftrek genieten over een aflossingsvrij deel van de eigenwoningschuld voor zover deze toe te rekenen was aan de bestaande eigenwoningschuld van de andere partner. Voor dat deel hoeft dan niet te worden voldaan aan de aflossingseis. Dit heeft wel tot gevolg dat die partner ook te maken krijgt met de nog resterende (beperkte) looptijd van de bestaande eigenwoningschuld. Als deze looptijd nog maar heel kort is, kan het aantrekkelijk zijn om geen gebruik te maken van deze mogelijkheid. Let op: dit vraagt om een nauwkeurige beoordeling op het moment dat zich dit voordoet.

Tarief overdrachtsbelasting bij terugkoop woning

De overdrachtsbelasting kent drie tarieven:

  • startersvrijstelling voor starters op de woningmarkt (onder voorwaarden, zoals dat de waarde van de woning niet boven € 400.000 mag uitkomen),
  • 2% voor woningen, waarbij o.a. geldt dat de verkrijger de woning zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken,
  • 8% voor de overige gevallen.

Soms worden woningen verkocht met een ‘verkoopregulerend beding’ (een ‘vov-woning’). Een woning wordt dan verkocht aan de bewoner met een (kopers)korting, waarbij de bewoner de woning bij verkoop moet aanbieden aan de oorspronkelijke verkoper (vaak een woningcorporatie). Meestal gaat het hier om woningen die na terugkoop opnieuw aan starters worden verkocht. Bij de terugkoop geldt in 2021 een tarief van 8%. Om te voorkomen dat deze kosten aan starters worden doorberekend is in het wetsvoorstel geregeld dat onder voorwaarden een vrijstelling op de terugkoop van toepassing is.

Inzetten bestaande eigenwoningschuld in geval van overlijden niet langer verplicht

De eigenwoningschuld moet in 30 jaar (360 maanden) worden afgelost om de hypotheekrente op de schuld te mogen aftrekken. Voor leningen van voor 1 januari 2013, de bestaande eigenwoningschuld, geldt deze aflossingseis niet.

Bij overlijden moet een langstlevende partner de resterende ruimte en termijn van de bestaande eigenwoningschuld voortzetten en zal deze bij oversluiten van de hypotheek moeten worden ingezet.

Vanaf 1 januari 2022 kan de langstlevende kiezen wat het meest gunstig is. Als de bestaande eigenwoningschuld nog een lange looptijd heeft, dan kan het gunstig zijn voor de langstlevende om hiervoor te kiezen. Dit betekent dat de langstlevende nog voor relatief lange tijd de hypotheekrente kan aftrekken zonder te hoeven aflossen. Echter, is de termijn nog kort en heeft de langstlevende zelf geen aftrekverleden, dan kan een niet aflossingsvrije lening (die voldoet aan huidige wet- en regelgeving) met een langere looptijd aantrekkelijker zijn.

Termijn renteaftrek eigenwoningschuld wordt persoonlijker

De rente op een eigenwoningschuld is maximaal 30 jaar (360 maanden) aftrekbaar. Bij verhuizing naar een goedkopere woning of naar een huurwoning ontstaat aan de hand van de oude eigenwoningschuld en de resterende termijn een zogenoemde aflossingsstand. Nu delen getrouwde partners deze aflossingsstand naar rato van de huwelijksgemeenschap. Ook als de aflossingsstand ontstond bij verkoop van een woning waarvan slechts een van de partners vóór het huwelijk eigenaar was. Zo kon de andere partner een aflossingsstand krijgen zonder ooit eigenaar te zijn geweest.

Vanaf 1 januari 2022 blijft de aflossingsstand gekoppeld aan de partner bij wie deze is ontstaan. De termijn waarbinnen de hypotheekrente aftrekbaar is van de andere partner wordt daardoor niet langer beperkt. Het grote voordeel is dat hij/zij daardoor mogelijk langer hypotheekrente kan aftrekken.

Langstlevende partner ‘erft’ termijn renteaftrek niet meer

De termijn waarbinnen een eigenwoningschuld moet worden afgelost (de aflossingsstand) gaat per 1 januari 2022 bij overlijden niet meer over naar de langstlevende partner. Nu is dat nog wel zo. Vanaf 2022 kan de langstlevende mogelijk langer hypotheekrenteaftrek claimen, omdat hij/zij de aflossingsstand van de overledene niet langer ‘erft’.

Minder beperking door eigenwoningreserve partner

Wanneer iemand een woning met overwaarde verkoopt, dan moet hij/zij deze overwaarde in de nieuwe woning stoppen. Er ontstaat dan een zogenoemde eigenwoningreserve. De hypotheekrente op de nieuwe woning kan vervolgens maximaal worden afgetrokken over de aankoopprijs van de nieuwe woning minus de eigenwoningreserve. De eigenwoningreserve beperkt dus de hypotheekrenteaftrek.

Op dit moment delen getrouwde partners elkaars eigenwoningreserve naar rato van de huwelijksgemeenschap. Ook als de eigenwoningreserve ontstond bij verkoop van een woning waarvan één van de partners voor het huwelijk eigenaar was. Zo kon de andere partner een eigenwoningreserve krijgen zonder ooit eigenaar van een woning te zijn geweest. Vanaf 1 januari 2022 geldt dit alleen nog als partners in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd of voorwaarden zijn aangegaan die daarmee overeenkomen (boedelmenging).

In andere huwelijkssituaties wordt de hypotheekrenteaftrek van de partner, die geen eigenaar was, niet beperkt door de eigenwoningreserve van de andere partner. Bovendien worden partners niet meer beperkt door een eigenwoningreserve van de andere partner als zij gezamenlijk wel voldoende eigen geld in de woning hebben gestopt.

Eigenwoningreserve bij overlijden niet meer naar de langstlevende

Nu gaat bij overlijden van één van twee partners de eigenwoningreserve over op de langstlevende. Dit leidt ertoe dat de langstlevende bij een latere aankoop van een woning de hypotheekrente mogelijk niet geheel kan aftrekken en daarin dus wordt beperkt. Deze regeling komt te vervallen. De renteaftrek van de langstlevende wordt niet meer beperkt door de eigenwoningreserve van de overleden partner.

Wijziging heffingskorting voor werknemers met partner in het buitenland

De inkomstenbelasting kent een tegemoetkoming voor werkende ouders in de vorm van de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Alleen belastingplichtigen met arbeidsinkomen zonder fiscaal partner of met een fiscaal partner met een hoger inkomen, komen in aanmerking voor deze korting.

Voor belastingplichtigen met arbeidsinkomen die in Nederland werken maar in het buitenland wonen, wordt hun partner in Nederland niet als fiscaal partner gezien, tenzij de partner in Nederland wordt gezien als kwalificerend buitenlands belastingplichtige. Om te voorkomen dat deze belastingplichtigen toch recht hebben op IACK wordt de regeling zodanig aangepast dat de buitenlandse partner toch mee telt bij de beoordeling van het recht op deze korting.

Verlaging inkomensafhankelijke combinatiekorting

Per 2 augustus 2022 krijgen ouders meer recht op betaald ouderschapsverlof. Ter gedeeltelijke dekking van de kosten hiervoor stelt het kabinet voor het maximumbedrag van de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) per 1 januari 2022 te verlagen met € 395.

Berekenwijze rendement op inkomen box 3 in wet vastgelegd

In box 3 wordt gerekend met een ‘fictief’ rendement op inkomen uit sparen en beleggen, dit wordt forfaitair rendement genoemd. Sinds 2017 wordt dit rendement afgeleid van de in het verleden behaalde daadwerkelijke rendementen. Jaarlijks wordt het forfaitaire rendement opnieuw vastgesteld, de rendementspercentages worden dan herijkt. In 2020 bleek dat deze herijking voor belastingplichtigen als onduidelijk kan worden ervaren. Toen is toegezegd de berekenwijze in de wet vast te leggen. Per 1 januari 2022 wordt daar middels een technische verduidelijking aan tegemoetgekomen. De berekeningswijze zelf verandert niet. 

Let op: het gaat om wetsvoorstellen

Alle genoemde maatregelen en wijzigingen zijn nog niet definitief, het zijn slechts wetsvoorstellen. De voorstellen moeten nog worden goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer. Dat is op dit moment nog niet het geval.

Blijf up-to-date

Meer weten? Ik help u graag!

Bent u benieuwd wat de algemene maatregelen voor u persoonlijk betekenen? Neem dan contact met mij op. Ik help u graag.