Maatregelen voor IB-ondernemingen

Prinsjesdag IB

Het pakket aan (fiscale) maatregelen dat op Prinsjesdag werd gepresenteerd heeft als doel om ondernemend Nederland te stimuleren in groei en innovatie. Zo wil het kabinet de milieu-investeringsaftrek verhogen en de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) vereenvoudigen. Wij begrijpen dat u meer wilt weten over de consequenties van onderstaande maatregelen voor uw (persoonlijke) situatie. Neem daarvoor contact op met uw belastingadviseur bij Baker Tilly.

Verhoging milieu-investeringsaftrek

Met de milieu-investeringsaftrek (MIA) stimuleert de overheid bedrijven om te investeren in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst staan. Met de MIA profiteert u van een investeringsaftrek die tot nu toe kon oplopen tot 36% van het investeringsbedrag. Die aftrek komt bovenop uw gebruikelijke investeringsaftrek en verlaagt de fiscale winst. U bent hierdoor minder inkomsten- of vennootschapsbelasting verschuldigd.

In het Belastingplan 2022 wordt voorgesteld om per 1 januari 2022 de percentages van de MIA te verhogen van 13,5%, 27% en 36% naar 27%, 36% en 45%. Het wordt daarmee aantrekkelijker om te investeren in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen.

Vrachtwagenheffing vanaf 2026

Kort voor Prinsjesdag is het wetsvoorstel Wet vrachtwagenheffing ingediend. Als dit wetsvoorstel wordt goedgekeurd gaan binnenlandse en buitenlandse vrachtwagens (> 3.500 kg incl. laadvermogen) in de loop van 2026 een kilometerheffing betalen. De kilometerheffing geldt voor autosnelwegen en een aantal andere wegen (met name N-wegen). Het tarief bedraagt gemiddeld € 0,149 per gereden kilometer en hangt onder andere af van het gewicht en de milieukenmerken van de vrachtwagen. Boordapparatuur in de vrachtwagen moet de te betalen kilometers gaan registreren. Met de komst van deze nieuwe vrachtwagenheffing komt het Eurovignet te vervallen en wordt de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens verlaagd. De opbrengst van de vrachtwagenheffing gaat gebruikt worden voor verduurzaming en innovatie van de transportsector.

Tijdelijke uitbreiding vrije ruimte WKR vanwege corona

In 2020 en 2021 heeft het kabinet de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling verhoogd om werkgevers meer ruimte te bieden hun werknemers te belonen in tijden waarin veel van hen is gevraagd. Er wordt voorgesteld om deze verhoging van de eerste schijf (3% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom) met terugwerkende kracht vast te leggen in de wet.

De uitbreiding van de vrije ruimte geldt slechts voor de kalenderjaren 2020 en 2021. Dit betekent dan ook dat u er voor nu van uit moet gaan dat uw vrije ruimte voor het jaar 2022 1,7% over de eerste € 400.000 van uw fiscale loonsom bedraagt. Over het meerdere bedraagt de vrije ruimte 1,18%.

Extra kopje koffie op thuiswerkplek toch gecompenseerd

Vanaf 1 januari 2022 is het mogelijk om uw werknemers een onbelaste vergoeding te geven voor de extra kosten die zij maken omdat ze thuiswerken. Denk daarbij aan kosten voor elektriciteit- en waterverbruik, verwarming, koffie/thee en toiletpapier. Deze onbelaste vergoeding wordt een gerichte vrijstelling binnen de werkkostenregeling en geeft u de mogelijkheid om maximaal € 2 per thuiswerkdag aan uw werknemers toe te kennen. U krijgt ook de mogelijkheid om een vaste vergoeding voor thuiswerken toe te kennen, die neerkomt op € 7 per maand bij één dag in de week thuiswerken.

Wilt u gebruikmaken van de gerichte vrijstelling voor thuiswerkkosten? Dan is het van belang dat u de kosten aanwijst als eindheffingsloon en dat u schriftelijk vastlegt welke dagen uw werknemers thuiswerken.

Let op! Het is niet mogelijk om de thuiswerkvergoeding uit te betalen op dagen waarvoor uw werknemer ook een (vaste) onbelaste reiskostenvergoeding ontvangt. Beide vergoedingen kunnen tegelijk worden toegepast op werknemers die hybride werken, mits deze pro rata wordt toegepast. U moet dan wel afspraken maken met uw werknemer over het aantal kantoor- en thuiswerkdagen.

Lagere reiskostenvergoeding bij thuiswerken

Als uw werknemers vijf dagen per week werken en tenminste 128 dagen per kalenderjaar naar een vaste werkplek reizen, kunt u hen nu een vaste onbelaste reiskostenvergoeding toekennen alsof zij 214 werkdagen per kalenderjaar naar die eerdergenoemde vaste werkplek reizen.

De wettelijke regeling voor de vaste onbelaste reiskostenvergoeding wordt aangepast per 1 januari 2022 vanwege de introductie van de thuiswerkvergoeding. Als uw werknemers structureel (gedeeltelijk) thuis gaan werken, moet u de 214 /128-dagen regeling pro rata gaan toepassen. Het is immers niet mogelijk om voor een werkdag én een vaste onbelaste reiskostenvergoeding én een vaste onbelaste thuiswerkvergoeding toe te kennen.

Let op: ook als u geen thuiswerkvergoeding geeft, maar de werknemer in de regel minder dan vijf dagen per week op een vaste arbeidsplaats werkt, moet de vaste reiskostenvergoeding worden aangepast.

Meer flexibiliteit bij gebruik WBSO

In het Belastingplan 2022 is opgenomen dat het gebruik van de WBSO eenvoudiger wordt. In de praktijk betekent dit dat u vanaf 1 januari 2022 maandelijks een nieuwe S&O-verklaring kunt aanvragen. Daardoor kunnen de perioden van 3 maanden, waarvoor de verklaring wordt aangevraagd, elkaar overlappen. U kunt per jaar maximaal 4 verschillende verklaringen aanvragen, dit aantal wijzigt niet. Verder biedt het Belastingplan 2022 u de mogelijkheid om, onder voorwaarden, als inhoudingsplichtige zelf te bepalen welk gedeelte van uw WBSO u maandelijks in uw loonaangifte verrekent.

Werknemer krijgt keuze in heffingsmoment aandelenoptierechten

Werkgevers bieden medewerkers soms aandelenopties aan in plaats van regulier loon. Werknemers moeten over de aandelenoptie belasting betalen, omdat het een vorm van loon is. In het Belastingplan 2022 zijn nieuwe regels opgenomen rondom het heffingsmoment. Belasting moet worden betaald op het moment dat de verkregen aandelen verhandelbaar worden, tenzij de werknemer kiest voor betalen van belasting op het moment dat de opties worden uitgeoefend. Dit voorkomt liquiditeitsproblemen bij werknemers. De oude start-up regeling wordt afgeschaft.

Lees in een apart artikel meer over de fiscale verbeteringen voor het uitreiken van aandelenopties aan werknemers.

Lagere basispremie WIA/WAO voor kleine werkgevers

Momenteel is de basispremie WIA/WAO gelijk voor alle werkgevers. Met ingang van 1 januari 2022 wordt de gedifferentieerde premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds ingevoerd. Kleine werkgevers gaan een lagere premie betalen en alle andere werkgevers een hogere. Het verschil tussen de lage en de hoge premie zal maximaal 2% zijn. De grens voor een kleine werkgever ligt bij een loonsom van € 882.500 (2022).

Lagere werkgeverslasten voor meeste werkgevers

De meeste premies voor de premies werknemersverzekeringen gaan omlaag in 2022. Hieronder vindt u een overzicht.

Premies sociale verzekeringen

2022

2021

Maximumpremieloon

n.n.b

 €  58.311,00

Gemiddelde Awf

3,45%

3,95%

Awf-laag

2,20%

2,7% / 0,34%

Awf-hoog

7,20%

7,7% / 5,34%

Ufo

0,68%

0,68%

Basispremie WAO/WIA (Aof)

6,76%

7,03%

Aof - kleine werkgevers

5,49%

 

Aof - grote werkgevers

7,05%

 

Uniforme opslag kinderopvang

0,50%

0,50%

Gemiddelde premie Werkhervattingskas

1,52%

1,36%

Zvw - hoog

6,70%

7,00%

Zvw - laag

5,45%

5,75%

Maxiumbijdrageloon

n.n.b.

 €  58.311,00

Gemiddelde nominale premie Zorgverzekering

 €                    1.509,00

 €    1.473,00

Verplicht eigen risico

 €                       385,00

 €       385,00

 Tegemoetkoming vaste lasten onbelast

Ondernemingen die behoren tot de sectoren die het meest zijn geraakt door de coronacrisis kunnen via de beleidsregel Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) een tegemoetkoming aanvragen. Normaliter behoort een ontvangen subsidie, zoals de TVL, tot de belaste winst en betaalt u daar inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting over. Voor de TVL wordt een uitzondering gemaakt. U ontvangt deze subsidie onbelast. Een soortgelijke regeling gaat ook gelden voor de Subsidie vaste lasten startende MKB-ondernemingen.

Hoe staat het met de Wet deregulering arbeidsrelatie (Wet DBA)?

Het is al enige tijd stil rondom de Wet DBA. Begin dit jaar is als pilot de webmodule gelanceerd. Deze webmodule zou moeten bepalen of sprake is van een dienstbetrekking of niet. Daarnaast geldt al een aantal jaren een beperkt handhavingsbeleid dat zou aflopen per 1 oktober 2021.

Het einde van de onduidelijkheid is nog niet in zicht. De demissionaire status van het kabinet vraagt terughoudendheid als het gaat om het nemen van beleidsmatige besluiten. Beslissing over de Wet DBA, de webmodule en het uitfaseren van het handhavingsmoratorium worden aan een volgend kabinet overgelaten.

In de praktijk betekent dit dat de Belastingdienst alleen mag handhaven wanneer aangetoond kan worden dat sprake is van kwaadwillendheid of wanneer aanwijzingen van de Belastingdienst niet binnen een redelijke termijn worden opgevolgd. 

Verlaging verhuurderheffing

Belastingplichtigen die op 1 januari meer dan 50 huurwoningen bezitten waarvan de huurprijs niet hoger is dan de huurtoeslaggrens (2021: € 752,33) zijn verhuurderheffing verschuldigd over de waarde van de woningen.

Het kabinet heeft besloten om de huren van woningen in de sociale sector in 2021 te bevriezen in verband met de coronacrisis. Om woningcorporaties en grotere particuliere verhuurders tegemoet te komen in deze inkomensderving wordt voorgesteld het tarief van de verhuurderheffing in 2022 te verlagen van 0,526% naar 0,485%.

Wijziging in korting op bijtelling van emissievrije auto’s

Het succes van de elektrische auto is structureel groter dan verwacht. Het budget voor het stimuleren van de emissievrije personenauto en bestelauto wordt daarom per saldo verhoogd met € 600 miljoen. Het kabinet wil meer gaan sturen op goedkopere emissievrije automodellen uit de lagere marktsegmenten. Zij doen dit door het bedrag voor privégebruik auto aan te passen. 

Voor het bepalen van het privégebruik auto voor een emissievrije personenauto moet eerst volgens de gebruikelijke bijtellingspercentages het privégebruik worden bepaald. Daarna vindt voor emissievrije auto’s op het uitgerekende bedrag een korting plaats. Op dit moment is de korting 10% van de waarde van de auto (maximum € 40.000). De korting is nu dus maximaal € 4.000. Vanaf 1 januari 2022 wordt een korting van 6% toegepast op een maximale autowaarde van € 35.000, de korting is dan maximaal € 2.100. Vanaf 2023 wordt de maximale autowaarde verder verlaagd naar € 30.000. De korting is dan nog maximaal € 1.800.

Aanscherping CO2-grenzen personenauto’s (bpm)

Voor de berekening van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) wordt gekeken naar de CO2-uitstoot. Hoe meer CO2 een auto uitstoot, hoe meer bpm er betaald moet worden. Om de belastinginkomsten uit de bpm op peil te houden, wordt de tabel met de CO2-schijven aangepast.  De grenzen van de CO2-schijven worden verlaagd met 2,3% en de tarieven per schijf worden verhoogd met 2,35%. De belastinggrondslag zou daardoor beter aansluiten bij de gemiddelde CO2-reductie van nieuw verkochte conventionele personenauto’s.

Bpm gekoppeld aan de inschrijving in het kentekenregister

De belasting op personenauto’s en motorrijwielen (bpm) is bedoeld voor motorrijtuigen die de Nederlandse wegen gebruiken. Vanaf 2022 wordt in de wet opgenomen dat de inschrijving in het kentekenregister het belastbare feit is. Deze wijziging is van belang voor de invoer van een gebruikt motorrijtuig in Nederland (parallelimport). Vooral als het motorrijtuig eerst hersteld moet worden voordat van de weg gebruik gemaakt mag worden.

Let op: het gaat om wetsvoorstellen

Alle genoemde maatregelen en wijzigingen zijn nog niet definitief, het zijn slechts wetsvoorstellen. De voorstellen moeten nog worden goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer. Dat is op dit moment nog niet het geval.

Blijf up-to-date

Meer weten?

Deze maatregelen kunnen gevolgen voor u hebben. Wilt u meer weten over de mogelijke consequenties? Ik help u graag.

peter-polman.jpg
Peter Polman Partner tax advisory T: 06 26 32 84 47