Internationaal

Prinsjesdag Internationaal

Als gevolg van internationale ontwikkelingen heeft het kabinet maatregelen voorgesteld die gevolgen kunnen hebben voor internationale ondernemingen en particulieren. Dit zijn bijvoorbeeld wijzigingen op het gebied van de regeling voor zogenoemde ‘controlled foreign companies’ en de introductie van een belastingplichtmaatregel voor omgekeerde hybride lichamen. Wij begrijpen dat u meer wilt weten over de consequenties van onderstaande maatregelen voor uw organisatie. Neem daarvoor contact op met uw belastingadviseur bij Baker Tilly.

Beperking op voordeel door internationale verschillen in transfer pricing wetgeving

Het zakelijkheidsbeginsel bepaalt dat gelieerde partijen onderling zaken moeten doen tegen dezelfde voorwaarden als die zij met onafhankelijke derden zouden zijn overeengekomen. Niet elk land past het zakelijkheidsbeginsel op dezelfde manier toe. Internationaal opererende bedrijven hebben op die manier de mogelijkheid om gebruik te maken van de verschillen tussen de transfer pricing wetgeving in verschillende landen. Dit kan ertoe leiden dat over een deel van de concernwinst nergens belasting wordt betaald. Een voorstel tot wetswijziging op Prinsjesdag moet een einde maken aan deze mogelijkheid.

Als in Nederland een verlaging van de fiscale winst plaatsvindt door een transfer pricing correctie op basis van het zakelijkheidsbeginsel en in het buitenland is er geen gelijke verhoging van de fiscale winst, dan weigert Nederland de neerwaartse transfer pricing correctie vanaf 1 januari 2022.

Als activa vanuit het buitenland worden overgedragen naar een gelieerde Nederlandse belastingplichtige, worden deze in Nederland voor de werkelijke waarde op de balans gezet. Deze werkelijke waarde is vaak hoger dan de in het buitenland gebruikte (oude) boekwaarde. Hierdoor kunnen er hoge afschrijvingskosten in Nederland in aanmerking genomen worden. Vanaf 1 januari 2022 vindt in deze situatie een beperking op de afschrijvingskosten plaats als in het buitenland bij de overdracht niet over de hogere werkelijke waarde is afgerekend. Dit geldt voor alle vanaf 1 januari 2019 overgedragen activa.

Omgekeerde hybride lichamen worden belastingplichtig voor Vpb

Een omgekeerd hybride lichaam is een samenwerkingsverband opgericht naar Nederlands recht (vaak een commanditaire vennootschap) waarvan minstens de helft van de participanten in het buitenland is gevestigd. Het buitenland gaat er vanuit dat Nederland de winst van dat hybride lichaam belast, terwijl Nederland het hybride lichaam voor de belastingheffing negeert en niet belast. Nederland en het buitenland behandelen het hybride lichaam dus anders voor belastingdoeleinden.

Vanaf 2022 negeert Nederland deze omgekeerde hybride lichamen niet meer en worden ze belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Ook worden de hybride lichamen inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting en de bronbelasting en kunnen ze aanspraak maken op verdragsbescherming. Deze wetswijziging is de laatste stap van de verplichte invoering van de Europese richtlijn tegen belastingontwijking (ATAD2).

Dividendbelasting en kansspelbelasting verrekenen met vennootschapsbelasting nog beperkt mogelijk

Belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting kunnen ingehouden Nederlandse dividendbelasting en kansspelbelasting verrekenen met de vennootschapsbelasting. Voor de dividendbelasting speelt dit vaak bij kleine aandelenbelangen (<5%) in Nederlandse vennootschappen. Ook in een jaar waarin geen vennootschapsbelasting verschuldigd is, kan de belastingplichtige nu dividendbelasting en kansspelbelasting verrekenen. Effectief leidt dat tot een teruggaaf van dividendbelasting en kansspelbelasting.

Per 1 januari 2022 kan die verrekening alleen nog plaatsvinden als er vennootschapsbelasting verschuldigd is. Dit betekent dat er geen teruggaaf van ingehouden dividendbelasting en kansspelbelasting meer mogelijk is. Als hierdoor niet alle ingehouden dividendbelasting en kansspelbelasting in een jaar verrekend kan worden met de vennootschapsbelasting, schuift dit onbeperkt door naar toekomstige jaren.

Regeling voor volgorde verrekening belastingheffing gecontroleerde buitenlandse lichamen

Als een belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting een belang in een gecontroleerd buitenlands lichaam of een buitenlandse vaste inrichting heeft (een zogenoemde controlled foreign company, afgekort CFC) en deze CFC is gevestigd in een bepaalde laagbelastende jurisdictie, wordt passief inkomen van die CFC in Nederland belast met vennootschapsbelasting. De winstbelasting die de CFC lokaal heeft betaald kan onder voorwaarden worden verrekend met de verschuldigde Nederlandse vennootschapsbelasting. Deze verrekening wordt per CFC bepaald en bedraagt niet meer dan de verschuldigde vennootschapsbelasting. Dit leidt soms tot het doorschuiven van te verrekenen buitenlandse winstbelasting naar toekomstige jaren.

Als een belastingplichtige meerdere CFC’s heeft, is de volgorde waarin buitenlandse winstbelastingen moeten worden verrekend niet geregeld. Per 1 januari 2022 wordt voorgesteld dat de verrekeningen plaatsvinden in volgorde van toenemende grootte. Dus eerst wordt het laagste bedrag aan buitenlandse winstbelasting verrekend en als laatste het grootste bedrag.

Let op: het gaat om wetsvoorstellen

Alle genoemde maatregelen en wijzigingen zijn nog niet definitief, het zijn slechts wetsvoorstellen. De voorstellen moeten nog worden goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer. Dat is op dit moment nog niet het geval.

Blijf up-to-date

Meer weten?

Deze maatregelen kunnen gevolgen hebben voor internationale ondernemingen en particulieren. Wilt u meer weten over de mogelijke consequenties? Ik help u graag.

marijnverhagen2.jpg
Marijn Verhagen Partner tax advisory T: 06 52 75 99 27