Personeel

Prinsjesdag Personeel

Bij veel organisaties is thuiswerken inmiddels de nieuwe norm geworden. Dit betekent voor werkgevers enkele uitdagingen in het kader van vergoedingen op het gebied van o.a. reiskosten en thuiswerken. Het demissionaire kabinet doet enkele voorstellen om werkgevers daarin tegemoet te komen, zoals het introduceren van een gerichte vrijstelling voor thuiswerkkosten. Wij begrijpen dat u meer wilt weten over de consequenties van onderstaande maatregelen voor uw organisatie. Neem daarvoor contact op met uw belastingadviseur bij Baker Tilly.

Kopje koffie op thuiswerkplek toch gecompenseerd

Vanaf 1 januari 2022 is het mogelijk om uw werknemers een onbelaste vergoeding te geven voor de extra kosten die zij maken omdat ze thuiswerken. Denk daarbij aan kosten voor elektriciteit- en waterverbruik, verwarming, koffie/thee en toiletpapier. Deze onbelaste vergoeding wordt een gerichte vrijstelling binnen de werkkostenregeling en geeft u de mogelijkheid om maximaal € 2 per thuiswerkdag aan uw werknemers toe te kennen. U krijgt ook de mogelijkheid om een vaste vergoeding voor thuiswerken toe te kennen, die neerkomt op € 7 per maand bij één dag in de week thuiswerken.

Wilt u gebruikmaken van de gerichte vrijstelling voor thuiswerkkosten? Dan is het van belang dat u de kosten aanwijst als eindheffingsloon en dat u schriftelijk vastlegt welke dagen uw werknemers thuiswerken.

Let op! Het is niet mogelijk om de thuiswerkvergoeding uit te betalen op dagen waarvoor uw werknemer ook een (vaste) onbelaste reiskostenvergoeding ontvangt. Beide vergoedingen kunnen tegelijk worden toegepast op werknemers die hybride werken, mits deze pro rata wordt toegepast. U moet dan wel afspraken maken met uw werknemer over het aantal kantoor- en thuiswerkdagen.

Lagere reiskostenvergoeding bij thuiswerken

Als uw werknemers vijf dagen per week werken en tenminste 128 dagen per kalenderjaar naar een vaste werkplek reizen, kunt u hen nu een vaste onbelaste reiskostenvergoeding toekennen alsof zij 214 werkdagen per kalenderjaar naar die eerdergenoemde vaste werkplek reizen.

De wettelijke regeling voor de vaste onbelaste reiskostenvergoeding wordt aangepast per 1 januari 2022 vanwege de introductie van de thuiswerkvergoeding. Als uw werknemers structureel (gedeeltelijk) thuis gaan werken, moet u de 214 /128-dagen regeling pro rata gaan toepassen. Het is immers niet mogelijk om voor een werkdag én een vaste onbelaste reiskostenvergoeding én een vaste onbelaste thuiswerkvergoeding toe te kennen.

Let op: ook als u geen thuiswerkvergoeding geeft, maar de werknemer in de regel minder dan vijf dagen per week op een vaste arbeidsplaats werkt, moet de vaste reiskostenvergoeding worden aangepast.

Tijdelijke uitbreiding vrije ruimte WKR vanwege corona

In 2020 en 2021 heeft het kabinet de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling verhoogd om werkgevers meer ruimte te bieden hun werknemers te belonen in tijden waarin veel van hen is gevraagd. Er wordt voorgesteld om deze verhoging van de eerste schijf (3% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom) met terugwerkende kracht vast te leggen in de wet.

De uitbreiding van de vrije ruimte geldt slechts voor de kalenderjaren 2020 en 2021. Dit betekent dan ook dat u er voor nu van uit moet gaan dat uw vrije ruimte voor het jaar 2022 1,7% over de eerste € 400.000 van uw fiscale loonsom bedraagt. Over het meerdere bedraagt de vrije ruimte 1,18%.

Werknemer krijgt keuze in heffingsmoment aandelenoptierechten

Werkgevers bieden medewerkers soms aandelenopties aan in aanvulling op het regulier loon. Werknemers moeten over de aandelenoptie belasting betalen, omdat het een vorm van loon is. In het Belastingplan 2022 zijn nieuwe regels opgenomen rondom het heffingsmoment. Belasting moet worden betaald op het moment dat de verkregen aandelen verhandelbaar worden, tenzij de werknemer kiest voor betalen van belasting op het moment dat de opties worden uitgeoefend. Dit voorkomt liquiditeitsproblemen bij werknemers. De oude start-up regeling wordt afgeschaft.

Lees in een apart artikel meer over de fiscale verbeteringen voor het uitreiken van aandelenopties aan werknemers.

Lagere basispremie WIA/WAO voor kleine werkgevers

Momenteel is de basispremie WIA/WAO gelijk voor alle werkgevers. Met ingang van 1 januari 2022 wordt de gedifferentieerde premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds ingevoerd. Kleine werkgevers gaan een lagere premie betalen en alle andere werkgevers een hogere. Het verschil tussen de lage en de hoge premie zal maximaal 2% zijn. De grens voor een kleine werkgever ligt bij een loonsom van € 882.500 (2022).

Lagere werkgeverslasten voor meeste werkgevers

De meeste premies voor de premies werknemersverzekeringen gaan omlaag in 2022. Hieronder vindt u een overzicht.

Premies sociale verzekeringen

2022

2021

Maximumpremieloon

n.n.b

 €  58.311,00

Gemiddelde Awf

3,45%

3,95%

Awf-laag

2,20%

2,7% / 0,34%

Awf-hoog

7,20%

7,7% / 5,34%

Ufo

0,68%

0,68%

Basispremie WAO/WIA (Aof)

6,76%

7,03%

Aof - kleine werkgevers

5,49%

 

Aof - grote werkgevers

7,05%

 

Uniforme opslag kinderopvang

0,50%

0,50%

Gemiddelde premie Werkhervattingskas

1,52%

1,36%

Zvw - hoog

6,70%

7,00%

Zvw - laag

5,45%

5,75%

Maxiumbijdrageloon

n.n.b.

 €  58.311,00

Gemiddelde nominale premie Zorgverzekering

 €                    1.509,00

 €    1.473,00

Verplicht eigen risico

 €                       385,00

 €       385,00

Lager gebruikelijk loon voor dga van innovatieve start-up

Als directeur-grootaandeelhouder (dga) bent u in Nederland verplicht om uzelf een gebruikelijk loon toe te kennen voor de werkzaamheden die u voor uw onderneming verricht. Het gebruikelijk loon stelt u vast aan de hand van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, de lonen binnen uw onderneming en een minimaal forfaitair bedrag.

Voor innovatieve start-ups kan deze gebruikelijkloonregeling relatief veel impact hebben op de liquiditeitspositie van de onderneming. Om innovatie te bevorderen kent de gebruikelijkloonregeling de mogelijkheid om het gebruikelijk loon onder vooraf gestelde voorwaarden vast te stellen op het wettelijk minimumloon. In de voorstellen op Prinsjesdag wordt deze mogelijkheid verlengd tot 1 januari 2023.

Meer flexibiliteit bij gebruik WBSO

In het Belastingplan 2022 is opgenomen dat het gebruik van de WBSO eenvoudiger wordt. In de praktijk betekent dit dat u vanaf 1 januari 2022 maandelijks een nieuwe S&O-verklaring kunt aanvragen. Daardoor kunnen de perioden van 3 maanden, waarvoor de verklaring wordt aangevraagd, elkaar overlappen. U kunt per jaar maximaal 4 verschillende verklaringen aanvragen, dit aantal wijzigt niet. Verder biedt het Belastingplan 2022 u de mogelijkheid om, onder voorwaarden, als inhoudingsplichtige zelf te bepalen welk gedeelte van uw WBSO u maandelijks in uw loonaangifte verrekent.

STAP-budget vervanger voor aftrek scholingskosten

De scholingaftrek in de inkomstenbelasting komt te vervallen en wordt vervangen door de subsidieregeling STAP-budget. STAP staat voor Stimulering Arbeidsmarktpositie. Werkenden en niet-werkenden kunnen vanaf 1 maart 2022 tot € 1.000 aanvragen voor een scholingsactiviteit. Het STAP-budget staat los van de arbeidsrelatie en is beschikbaar voor iedereen. 

Er worden voorbereidingen getroffen door UWV en DUO voor de uitvoering van het STAP-budget. Het STAP-budget is een uitgavenregeling, ter vervanging van de fiscale aftrek scholingsuitgaven, waarmee het individu in staat wordt gesteld om scholing in te zetten voor de eigen ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid.

Hoe staat het met de Wet deregulering arbeidsrelatie (Wet DBA)?

Het is al enige tijd stil rondom de Wet DBA. Begin dit jaar is als pilot de webmodule gelanceerd. Deze webmodule zou moeten bepalen of sprake is van een dienstbetrekking of niet. Daarnaast geldt al een aantal jaren een beperkt handhavingsbeleid dat zou aflopen per 1 oktober 2021.

Het einde van de onduidelijkheid is nog niet in zicht. De demissionaire status van het kabinet vraagt terughoudendheid als het gaat om het nemen van beleidsmatige besluiten. Beslissing over de Wet DBA, de webmodule en het uitfaseren van het handhavingsmoratorium worden aan een volgend kabinet overgelaten.

In de praktijk betekent dit dat de Belastingdienst alleen mag handhaven wanneer aangetoond kan worden dat sprake is van kwaadwillendheid of wanneer aanwijzingen van de Belastingdienst niet binnen een redelijke termijn worden opgevolgd. 

Let op: het gaat om wetsvoorstellen

Alle genoemde maatregelen en wijzigingen zijn nog niet definitief, het zijn slechts wetsvoorstellen. De voorstellen moeten nog worden goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer. Dat is op dit moment nog niet het geval.

Blijf up-to-date

Meer weten?

Deze maatregelen kunnen gevolgen voor u hebben. Wilt u meer weten over de mogelijke consequenties? Ik help u graag.

Anke Van Der Locht
Anke van der Locht Sr Manager Tax Advisory T: 06 15 83 39 89