Tozo voor gemeenten

Corona Helpdesk - Tozo gemeentes.jpg

Door de maatregelen van het Rijk om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, lopen veel zelfstandigen noodgedwongen inkomsten mis. Het kabinet wil ook deze groep ondersteunen, zodat zij daarna hun bedrijf kunnen voortzetten. Hiervoor heeft het kabinet de Tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandig ondernemers (Tozo) geïntroduceerd.

De eerste Tozo regeling (Tozo 1) trad in werking op 1 maart en gold tot en met 31 mei 2020. Daarna is de regeling verlengd tot en met 30 september 2020 (Tozo 2). De regeling is vervolgens nog een keer verlengd tot en met maart 2021, en dus kunnen zelfstandig ondernemers onder Tozo 3 voor maximaal zes maanden een uitkering voor levensonderhoud aanvragen. Begin 2021 zal het kabinet communiceren over Tozo 4. Deze regeling gaat lopen vanaf 1 april tot en met 30 juni 2021. Zelfstandige ondernemers met financiële problemen kunnen een beroep doen op de Tozo regeling, die u als gemeente uitvoert. De regeling is geënt op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz).

De vormgeving

Het doel van de Tozo regeling is tweeledig: allereerst om te voorzien in het levensonderhoud van zelfstandigen wanneer het inkomen als gevolg van de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. Ten tweede om liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te vangen.

Voor de Tozo 1 (levensonderhoud) kon een aanvraag tot en met 31 mei 2020 worden ingediend en deze uitkering duurde maximaal drie maanden.

De Tozo 2-regeling trad op 1 juni in werking en gold tot eind september 2020. Het belangrijkste verschil tussen beide regelingen is dat bij Tozo 2 wél een partnerinkomenstoets wordt uitgevoerd. Kort samengevat betekent dit dat het recht op uitkering vervalt, zodra je met z’n tweeën boven het sociaal minimum verdient. Hiermee wordt voorkomen dat zzp’ers die wegens de inkomsten van hun partner niet genoodzaakt zijn tot het ontvangen van een bijstandsuitkering, alsnog een beroep doen op de Tozo. Terugwerkende kracht voor Tozo 1 en 2 is mogelijk voor alle aanvragen die zijn ingediend binnen de looptijd van de desbetreffende regeling.

De mogelijkheid om Tozo 3 aan te vragen loopt tot uiterlijk 1 april 2021. De Tozo 3 uitkering kan voor maximaal zes kalendermaanden (oktober 2020 tot en met maart 2021) en uitsluitend over hele kalendermaanden worden toegekend. Verder gelden voor Tozo 3 een aantal wijzigingen in afwijking van Tozo 1 en Tozo 2. Zo kan Tozo 3 niet over de gehele aanvraagperiode met terugwerkende kracht worden toegekend. Verder kan de uitkering levensonderhoud op basis van de Tozo 3 in de maanden oktober en november 2020 met terugwerkende kracht tot maximaal 1 oktober 2020 aangevraagd worden.
Voor Tozo 3 was een vermogenstoets voorzien, maar deze is uiteindelijk verplaatst naar Tozo 4.

Tozo 4 wordt van 1 april tot en met 30 juni 2021 ingevoerd en deze bevat een beperkte vermogenstoets in de vorm van een toets op beschikbare geldmiddelen. De vermogenstoets houdt in dat ondernemers met meer dan € 46.520 aan beschikbare geldmiddelen niet in aanmerking komen voor de Tozo 4. Onder geldmiddelen worden bedoeld: contant geld, geld op betaal- en spaarrekeningen, de waarde van effecten en cryptovaluta. Begin 2021 zal het kabinet verder communiceren over Tozo 4.

Onderstaande figuur geeft een duidelijk beeld van de aanvraagperiodes en belangrijkste wijzigingen betreffende Tozo 1, 2, en 3 (levensonderhoud). Tozo 4 is hierin nog niet verwerkt, aangezien over deze regeling nog nader zal worden gecommuniceerd.

Bron: https://vng.nl/sites/default/files/2020-05/handreiking_tozo.pdf

Belangrijke checks voor de aanvraag door de gemeente

Elke Tozo regeling kent een (beperkt) aantal voorwaarden.
Voorwaarden Tozo 1:

  • De zelfstandige moet in Nederland woonachtig zijn;
  • Het bedrijf moet in Nederland gevestigd zijn (of de hoofdzakelijke werkzaamheden);
  • Er geldt een urencriterium van 1.225 uur op jaarbasis (24 uur per week);
  • Inschrijving bij de Kamer van Koophandel (vóór 17 maart 2020);
  • Volledige zeggenschap en dragen van financiële risico door de DGA (in geval van een bv) en een verklaring – naar waarheid – dat geen salaris kan worden uitbetaald.

Naast de bestaande voorwaarden zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd voor Tozo 2:

  • Onder Tozo 1 gold voor zelfstandig ondernemers die in Nederland wonen en een bedrijf hebben in een ander EU-land dat zij niet in aanmerking komen voor de regeling. Zij kunnen nu wél de bijstand voor levensonderhoud aanvragen in hun woongemeente.
  • De nieuwe Tozo-regeling voegt een partnerinkomenstoets toe. Vanaf 1 juni 2020 telt het inkomen van de partner mee voor het bepalen van het recht op de uitkering. Als het gezamenlijke inkomen boven het sociaal minimum komt, kunt u geen aanspraak maken op Tozo 2.

De wijzigingen voor Tozo 3:

  • Bij Tozo 3 geldt een gewijzigde inkomsten en inlichtingenplicht. Net als bij Tozo 1 en 2 geldt toekenning in 1 keer voor de hele gevraagde periode. Echter is het begrijpelijk dat de zelfstandige in sommige gevallen geen goede inschatting kan maken van zijn inkomsten de komende zes maanden. Daarom is het bij Tozo 3 ook mogelijk om meerdere keren een inkomstenschatting te maken waarop het inkomen wordt gebaseerd.

De wijzigingen voor Tozo 4 (onder voorbehoud):

  • Toets op beschikbare geldmiddelen. Hierbij worden de geldmiddelen meegeteld van de zelfstandige zelf, de partner van de zelfstandige, de inwonende kinderen van de zelfstandige jonger dan 18 jaar en de onderneming, indien het een eenmanszaak betreft.

Controle achteraf door de gemeente

Voor Tozo 1 geldt dat de aanvullende uitkering voor levensonderhoud afhankelijk is van de hoogte van de inkomsten van de aanvrager. De zelfstandige moet naar waarheid verklaren dat het inkomen naar verwachting in de periode van ondersteuning minder bedraagt dan het toepasselijke sociaal minimum als gevolg van de coronacrisis. Het bedrag wordt in één keer toegekend en maandelijks uitbetaald.

Voor zowel Tozo 2 als Tozo 3 geldt dat het gezamenlijke inkomen van de zelfstandige en zijn/haar partner onder het sociaal minimum moet liggen om aanspraak te maken op de uitkering. Om in aanmerking te komen voor de Tozo 4 is het van belang dat naast het opgetelde inkomen van de zelfstandige en de partner, ook de beschikbare geldmiddelen onder de € 46.520 euro liggen.

Ontvangers van een uitkering zijn verplicht om wijzigingen in hun inkomenssituatie uit zichzelf door te geven. De inlichtingenplicht op grond van artikel 17 van de Participatiewet is van toepassing op de Tozo. Achteraf controleren gemeenten het daadwerkelijk genoten inkomen. Gemeenten zijn verplicht om bij fraude de toegekende bijstand terug te vorderen en een boete op te leggen.

Ondersteuning van gemeenten

De VNG, Divosa en het ministerie van SZW werken intensief samen om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van Tozo. Gemeentelijke ICT leveranciers werken ook hard mee aan het ondersteunen van de regeling in de systemen.

De ondersteuning aan gemeenten bestaat uit drie onderdelen:

  • Toolkit Tozo.
  • Ondersteuning vanuit de VNG aan gemeentelijke softwareleveranciers die werken aan de aanpassing van hun software.
  • Digitale beslisboom voor potentiële aanvragers.

De Toolkit Tozo bestaat in ieder geval uit de volgende onderdelen:

  • Een uitgebreide instructiehandreiking voor gemeenten die inzicht biedt in de wijze waarop gemeenten de regeling kunnen uitvoeren (wat moet ik doen en hoe moet ik dat doen?). Deze handreiking is sinds 1 april beschikbaar.
  • Een modelaanvraagformulier, modelbrieven, modelformulieren en modelbeschikkingen. De Toolkit wordt daartoe voortdurend uitgebreid.
  • Een overzicht van meest gestelde vragen en antwoorden.

Financiën en verantwoording

Gemeenten worden volledig financieel gecompenseerd voor de uitkeringskosten en uitvoeringskosten in het kader van de Tozo. Op de SZW-begroting is hiervoor een bedrag van € 3,8 miljard gereserveerd. Gemeenten ontvangen de benodigde middelen via een nieuwe specifieke uitkering. Om direct aan de slag te kunnen gaan ontvangen gemeenten, vooruitlopend op publicatie en inwerkingtreding van de regeling, een voorschot van € 250 miljoen om de benodigde uitgaven te kunnen doen.

Het kabinet zal het aantal aanvragen monitoren. Op basis van het monitoren en de signalen van gemeenten, beziet het kabinet in welke mate verdere bevoorschotting noodzakelijk is. Gemeenten verantwoorden zich achteraf, na afloop van het uitvoeringsjaar, op de gebruikelijke wijze (via het systeem van Single Information Single Audit) aan het Rijk over de daadwerkelijke uitkeringskosten. De uitkeringskosten bestaan uit de uitkeringslasten verminderd met de baten uit uitkeringen, met name de baten uit aflossing en rente op de verstrekte leningen voor bedrijfskapitaal. Voor de vergoeding van de uitvoeringskosten geldt een vast bedrag per besluit op een aanvraag. Hierover is onlangs overeenstemming bereikt. Voor zowel Tozo 1 als Tozo 2 ontvangen gemeenten € 450 euro per besluit op een aanvraag. De uitvoeringskosten bij gemeenten ontstaan door activiteiten zoals het in behandeling nemen van aanvragen, de uitbetaling en opstartkosten gemaakt door aanpassingen in de bedrijfsvoering. Op basis van de gemeentelijke verantwoording wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld en – onder verrekening van de aan de gemeente verstrekte voorschotten – betaald aan de gemeente. Over de uitvoeringskosten van Tozo 3 is afgesproken dat voor gemeenten de uitvoeringskosten gecompenseerd worden net als bij Tozo 1 en Tozo 2. Het Rijk maakt hiervoor nadere afspraken met VNG en Divosa.