Aanvullende fiscale maatregelen in verband met het coronavirus

De staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer in een brief van 24 april 2020 laten weten aanvullende fiscale maatregelen te treffen in verband met het coronavirus. Zo mag het gebruikelijk loon verlaagd worden, komt er een versoepeling van het urencriterium en een verhoging van de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Bedrijven mogen daarnaast een fiscale coronareserve vormen in hun aangifte vennootschapsbelasting 2019. Verder wordt de inwerkingtreding van het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap’ uitgesteld en komt er een beleidsbesluit waarin is geregeld, dat hypotheekbetalingen kunnen worden uitgesteld zonder verlies van hypotheekrenteaftrek.

Hieronder een toelichting op de aangekondigde maatregelen:

  • Verlaging gebruikelijk loon
    Heeft u een aanmerkelijk belang (>5%) in een vennootschap waarvoor u arbeid verricht? Dan bent u jaarlijks loonheffing over het zogenoemde gebruikelijk loon verschuldigd. De hoogte van dit gebruikelijk loon is bij wet vastgesteld.

    De staatssecretaris staat toe dat, als uw vennootschap in 2020 te maken krijgt met een omzetdaling, u van een lager gebruikelijk loon mag uitgaan, evenredig aan de omzetdaling. Om de omzetdaling te bepalen wordt een vergelijking gemaakt met de omzet in 2019. De uitwerking van deze maatregel volgt zo spoedig mogelijk in een beleidsbesluit.

  • Versoepeling urencriterium
    Voor een aantal ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek en de oudedagsreserve, geldt dat ondernemers aan het urencriterium moeten voldoen. Dit betekent dat een ondernemer ten minste 1225 uren per kalenderjaar besteedt aan werkzaamheden voor zijn onderneming.

    Vanwege het coronavirus kan het zijn dat ondernemers niet of nauwelijks hebben kunnen werken. De staatssecretaris regelt daarom zo spoedig mogelijk dat ondernemers in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 geacht worden ten minste 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed, ook als ze die, gelet op de coronacrisis, niet daadwerkelijk hebben besteed.

    In lijn met deze systematiek wordt het verlaagde urencriterium van 800 uren per kalenderjaar in de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid versoepeld, waardoor deze ondernemers geacht worden ten minste 16 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed.

    Seizoensgebonden ondernemers worden geacht het aantal uren te hebben besteed in deze periode zoals zij dat ook in andere jaren hebben gedaan.
  • Verhoging vrije ruimte werkkostenregeling
    Via de vrije ruimte van de werkkostenregeling kunnen werkgevers vergoedingen en verstrekkingen aan hun werknemers geven zonder dat deze belast worden. De vergoedingen en verstrekkingen vanuit de vrije ruimte zijn onbelast.

    Per 1 januari 2020 is de vrije ruimte 1,7% voor de eerste € 400.000 van de loonsom per werkgever. Voor het bedrag boven € 400.000 geldt een percentage van 1,2. Vanwege het coronavirus verhoogt de staatssecretaris de vrije ruimte voor de eerste € 400.000 in 2020 naar 3%.

  • Vorming van een fiscale coronareserve
    Bedrijven kunnen een verlies van een jaar verrekenen met de winst van het voorafgaande jaar. Zo kan (een deel van) de betaalde vennootschapsbelasting over 2019 worden teruggevraagd als een verlies in 2020 wordt verrekend met de winst van 2019. Normaliter kan dit pas als de aangifte vennootschapsbelasting 2020 wordt ingediend. Bovendien moet de definitieve aanslag vennootschapsbelasting over 2019 zijn opgelegd. Dit kan dus pas begin 2021.

    De staatssecretaris heeft toegezegd dat bedrijven een zogenoemde fiscale coronareserve mogen vormen in hun aangifte vennootschapsbelasting 2019. De fiscale coronareserve houdt waarschijnlijk in dat het verwachte verlies voor 2020 ten laste van de winst van 2019 kan worden gebracht. De fiscale coronareserve bedraagt maximaal de fiscale winst over 2019 zonder rekening te houden met deze reserve.

    In het aangekondigde beleidsbesluit worden de voorwaarden waaronder deze fiscale coronareserve mag worden gevormd uitgewerkt.

  • Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap
    In september 2018 heeft het kabinet het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap’ aangekondigd. Deze wet zou per 2022 in werking treden. Samengevat worden als gevolg van dit wetsvoorstel leningen aan directeur-grootaandeelhouders belast, voor zover deze meer dan € 500.000 bedragen (eigenwoningschulden uitgezonderd).

    De staatssecretaris heeft aangekondigd de inwerkingtreding van deze wet uit te stellen tot 2023, waarmee de beoogde heffing van directeur-grootaandeelhouders wordt uitgesteld.

  • Uitstel van hypotheekbetalingen zonder verlies van hypotheekrenteaftrek
    Verschillende kredietverstrekkers hebben aangegeven tijdelijk uitstel van aflossing van leningen toe te staan. Deze uitsteltermijn is veelal zes maanden.

    Indien u een hypotheek hebt die onder de nieuwe regeling vanaf 1 januari 2013 valt, die ten minste annuïtair moet worden afgelost in maximaal 30 jaren (360 maanden), dient u normaal gesproken tijdig de uitgestelde aflossing in te halen om hypotheekrenteaftrek te blijven behouden. U dient in dat geval namelijk aan het einde van het opvolgende kalenderjaar zodanig te hebben afgelost op de lening, dat de hoofdsom van de lening op dat moment even hoog is als overeengekomen in het aflossingsschema. Als u dit niet doet, is de volledige hypotheekrente op die lening vanaf dat moment op basis van huidige wetgeving niet langer aftrekbaar van uw inkomen.

    De staatssecretaris heeft aangekondigd in een beleidsbesluit goed te keuren dat de hypotheekrente kan worden afgetrokken, indien zo snel mogelijk na afloop van de uitstelperiode van maximaal zes maanden een nieuw annuïtair aflossingsschema wordt opgesteld, op basis waarvan het inhalen van de aflossingsachterstand wordt uitgesmeerd over de resterende looptijd van de maximale termijn van 360 maanden van de lening.

    Daarnaast staat de staatssecretaris toe de resterende lening te splitsen, waarbij voor de resterende hoofdsom zonder rekening te houden met de aflossingsachterstand het bestaande annuïtaire schema van toepassing blijft en voor het deel van de aflossingsachterstand een afzonderlijke (hypothecaire) lening met een eigen annuïtair schema wordt afgesloten, waarbij de looptijd maximaal gelijk is aan de resterende looptijd van de oorspronkelijke hoofdsom.

    Het beleidsbesluit geldt voor belastingplichtigen die zich tussen 12 maart en 30 juni 2020 melden of hebben gemeld bij hun kredietverstrekker en met hun kredietverstrekker een betaalpauze overeenkomen van maximaal zes maanden. Deze betaalpauze moet uiterlijk op 1 juli 2020 ingaan.

    Tot slot zal de staatssecretaris bezien hoe en onder welke voorwaarden het aangekondigde beleidsbesluit ook van toepassing is op leningen die zijn aangegaan bij bijvoorbeeld de eigen bv of een familielid.

Maatregelen onderdeel Belastingplan 2021

De staatssecretaris heeft aangegeven dat de maatregelen die wettelijk moeten worden geregeld zoveel mogelijk in het Belastingplan 2021 worden opgenomen. Dat wetsvoorstel wordt op Prinsjesdag 2020 ingediend. Vooruitlopend daarop worden de maatregelen al in een goedkeurend beleidsbesluit uitgewerkt. De maatregelen die geen wettelijke verankering vragen, worden ook op korte termijn in een beleidsbesluit uitgewerkt.

Vragen?

Heeft u nog vragen over de fiscale maatregelen vanwege het coronavirus? Neemt u dan gerust contact met ons op. Bel uw adviseur of neem contact op met onze Corona Helpdesk, bereikbaar op 038 425 86 00 van 8.00 tot 20.00 uur.