Oninbare vorderingen en btw; actie noodzakelijk?
Voor facturen die zijn uitgereikt vóór 1 januari 2017 is de uiterste betaaldatum, ofwel het moment van opeisbaarheid, fictief vastgesteld op 1 januari 2017.
Heeft u facturen uitgereikt vóór 1 januari 2017? En blijft betaling van deze facturen uit? Dan worden deze facturen 1 januari 2018 als oninbaar aangemerkt. U mag dan de reeds voldane btw in uw btw-aangifte van het eerste tijdvak van 2018 terugvragen.
Het terugvragen van deze btw kan op twee manieren:
U neemt het terug te vragen btw-bedrag als aftrekbare voorbelasting op in rubriek 5b van de btw-aangifte; of
U neemt het terug te vragen btw-bedrag als negatieve omzet met bijbehorende negatieve btw-bedrag op in rubriek 1a of 1b van de btw-aangifte.
Dit bericht is meer dan zes maanden geleden gepubliceerd. Omdat wet- en regelgeving continu in beweging is, raden wij u aan met uw Baker Tilly adviseur te bespreken of de informatie in dit bericht actueel is en gevolgen heeft (of mogelijkheden biedt) voor uw situatie. Uw adviseur praat u graag bij over de laatste stand van zaken.
Andere inzichten
-
KennisartikelCustom Talks: Incoterms® en de invloed op douane en btw
Bij goederenleveringen spreekt u contractueel van alles af over bijvoorbeeld vervoerskosten en verzekeringen. Door de Incoterms® te gebruiken weten leverancier en afnemer precies waar ze aan toe zijn. Maar hoe werken de Incoterms® precies, en welke fouten worden vaak gemaakt? Wij lichten het toe
-
KennisartikelMogelijke wijziging overdrachtsbelasting: samenloopvrijstelling bij aandelentransactie vervalt
De samenloopvrijstelling overdrachtsbelasting wordt mogelijk afgeschaft. Het Ministerie van Financiën heeft een consultatiewetsvoorstel gepubliceerd om 10,4% overdrachtsbelasting te heffen bij de verkrijging van vastgoed door middel van een aandelentransactie. Lees hier meer over het voorstel en de potentiële gevolgen!
-
KennisartikelHvJ EU: geen btw over verkoop verhuurd winkelcentrum
Onlangs heeft het Hof van Justitie van de EU een beschikking gewezen in de zaak W. (nr C-729/21). In deze procedure staat de verkoop van een Pools winkelcentrum in (gedeeltelijk) verhuurde staat centraal. Kort gezegd volgt uit het oordeel van de Europese rechter dat er geen btw is verschuldigd over deze transactie. Hierna gaan wij in op deze uitkomst en bespreken we de gevolgen ervan voor de (Nederlandse) fiscale vastgoedpraktijk.