De laatste btw-aangifte van 2022 in één overzicht

Heeft u de laatste btw-aangifte van het (boek)jaar in uw vizier? In deze btw-aangifte moet vaak een aantal correcties worden gemaakt. Deze aangifte wijkt dus af van de andere btw-aangiftes in het jaar, omdat een aantal aanvullende zaken verwerkt moet worden. Direct weten waar u op moet letten? Wij hebben de belangrijkste correcties en aandachtspunten op een rijtje gezet.

Correctie voor privégebruik (auto)

In de laatste btw-aangifte van het boekjaar moet een correctie worden gemaakt voor het privégebruik van zaken waarop de btw in aftrek is gebracht, zo ook voor auto’s. Bij het ter beschikking stellen van auto’s aan werknemers kan de btw op aanschaf/leasekosten, onderhoud, brandstof en gebruik in aftrek worden gebracht wanneer de betreffende auto zakelijk wordt gebruikt. Wanneer een werknemer deze auto daarnaast ook privé kan gebruiken (waarbij woon-werkverkeer als privégebruik telt), dan moet er een correctie worden gemaakt in de laatste btw-aangifte over het boekjaar. Deze correctie vindt in eerste instantie plaats op basis van het werkelijke gebruik: met een sluitende kilometeradministratie wordt een exacte correctie gemaakt. Dit is echter veel werk en de relevante gegevens zijn lang niet altijd aanwezig. Daarom mag er ook een forfaitaire correctie van 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) worden gemaakt. De forfaitaire correctie is 1,5% voor auto’s waarvan de btw bij aanschaf niet in aftrek is gebracht of voor auto’s die vijf jaar of meer in de onderneming zijn gebruikt.

Let op: de rapportage van het privégebruik auto vindt plaats in rubriek 1d van de btw-aangifte. Daarbij moet de “omzet/maatstaf” (linker)kolom ter zake niet worden ingevuld. Alleen het btw-bedrag wordt in de “belasting” (rechter)kolom ingevuld.

Personeelsverstrekkingen

Btw op kosten voor personeelsvoorzieningen, giften en relatiegeschenken mag in eerste instantie in aftrek worden gebracht conform de reguliere regels voor aftrek. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kerstpakketten, cadeaus, bedrijfsuitjes en koffie/lunches op kantoor. De btw op zulke verstrekkingen is niet onbeperkt aftrekbaar. Er geldt een jaarlijkse grens van € 227 (exclusief btw) per werknemer/relatie; wanneer het totaal van de verstrekkingen aan een individuele werknemer of relatie dit bedrag overschrijdt, is er geen recht op aftrek over de gehele kosten voor die werknemer/relatie! Controleer of uw onderneming deze grens heeft overschreden.

Let op: de eventuele btw-aftrekbeperking moet jaarlijks worden vastgesteld, aan de hand van een speciale berekening. Onze BUA-tool helpt u hierbij. Wanneer de BUA-grens is overschreden, bent u verplicht om een correctie te maken in de laatste btw-aangifte van het boekjaar. Wij helpen u uiteraard graag met het maken van deze berekening.

Let op: thuiswerkfaciliteiten die aan werknemers ter beschikking worden gesteld, vergen een gedetailleerde beoordeling. Denk hierbij aan een bureaustoel, beeldscherm en een bureau. Vastgesteld moet worden of de btw op de aanschaf van deze faciliteiten voor de werkgever aftrekbaar is. Daarnaast dient te worden beoordeeld in hoeverre deze verstrekkingen leiden tot een BUA-correctie.

Btw-belaste verhuur

De verhuur van onroerend goed is in eerste instantie een vrijgestelde prestatie voor de btw, maar partijen kunnen een btw-belaste verhuur overeenkomen. Vaak wordt dit afgesproken zodat de verhuurder de btw op kosten met betrekking tot het onroerend goed in aftrek kan brengen. Om een btw-belaste verhuur toe te passen, moet de verhuurder aan een aantal voorwaarden voldoen. Eén van deze voorwaarden is dat de huurder het onroerend goed heeft gebruikt voor activiteiten waarvoor 90% (of meer) recht op aftrek van btw ontstaat. Als verhuurder moet u aan het eind van het boekjaar bij uw huurder nagaan of dit het geval is. Indien nodig moeten er correcties worden gemaakt.

Gewijzigde activiteiten

Als er kosten worden gemaakt met de verwachting om hiermee btw-belaste activiteiten te verrichten, dan kan de btw direct in aftrek worden gebracht. U moet wel controleren of deze kosten ook daadwerkelijk zijn gemaakt ten behoeve van btw-belaste activiteiten. Mocht deze controle nog niet bij eerdere btw-aangiftes zijn uitgevoerd, dan dient u dit in ieder geval te doen bij de laatste btw-aangifte van het boekjaar. Als blijkt dat de betreffende kosten zijn gemaakt voor btw-vrijgestelde activiteiten of niet-btw-ondernemersactiviteiten, dan dient u een correctie te maken.

Voor investeringsgoederen geldt bovendien na afloop van het boekjaar van ingebruikname nog een aanvullende herzieningsperiode. Voor roerende goederen is dit vier jaar en voor onroerende goederen negen jaar. Voor deze goederen moet u dus ook in de jaren ná aankoop en ingebruikname het gebruik blijven toetsen. In de laatste btw-aangifte van het boekjaar beoordeelt u of het gebruik van de investeringsgoederen is gewijzigd in dat boekjaar. Wanneer dit het geval is, dient u na te gaan of (en tot welk bedrag) er een correctie nodig is.

Gebruik de juiste pro-rata

Wanneer uw onderneming zowel btw-belaste als btw-vrijgestelde activiteiten verricht, wordt de btw op algemene kosten overeenkomstig de verhouding tussen beide activiteiten in aftrek gebracht. Deze verhouding wordt de ‘pro-rata’ genoemd. Bij de aanschaf wordt een inschatting gemaakt van de mate waarin de goederen of diensten worden gebruikt voor btw-belaste of -onbelaste activiteiten. In de laatste btw-aangifte van het boekjaar wordt beoordeeld of bij aanschaf de juiste pro-rata is toegepast. Als er afwijkingen worden geconstateerd, dan dienen correcties gemaakt te worden in de laatste btw-aangifte van het boekjaar.

Samenloop met de jaarrekening en aangiftes

Zorg dat uw btw-aangiftes in lijn zijn met de jaarrekening. Als bijvoorbeeld blijkt dat op de balans van 2022 een post ‘btw te betalen’ aanwezig is, zorg dan dat dit bedrag alsnog wordt aangegeven. Wanneer de correctie minder dan € 1.000 bedraagt, kunt u dit in de (lopende) btw-aangifte verwerken. Bij een btw-bedrag van meer dan € 1.000 wordt er een suppletie ingediend. Het voorgaande is ook van toepassing als u er achter komt dat in de vijf jaar vóór het huidige kalenderjaar te veel of te weinig btw is aangegeven op de btw-aangifte.
Ook in uw aangifte inkomsten- of vennootschapsbelasting moet u de btw-post specificeren. De Belastingdienst kan deze gegevens vergelijken met de ingediende en betaalde btw-aangiftes en suppleties. Het is dus belangrijk dat eventuele correcties juist en op tijd worden verwerkt.

Mocht u vragen hebben over uw btw-positie of wilt u weten welke correcties op uw onderneming van toepassing zijn, neem dan contact op met Barthold Bergman of Stevie Mols.