Mogelijk hogere btw-teruggaaf voor banken, verzekeraars en de non-profit sector

Recent heeft Gerechtshof Den Bosch uitspraak gedaan in een zaak waarin het recht op btw-aftrek van een bank centraal stond. Het Hof oordeelt dat de bank een pro rata aftrek op basis van werkelijk gebruik mocht hanteren. Indien de uitspraak in stand blijft, kan dit voordelig uitpakken voor onder meer zorgondernemingen, financiële instellingen en onderwijsinstellingen. In dit nieuwsbericht gaan wij kort in op de zaak en de gevolgen voor de praktijk.

De feiten in deze zaak

Belanghebbende is een bankinstelling die zowel btw-belaste als btw-vrijgestelde activiteiten verricht. Zij ontvangt onder meer interestbaten en provisiebaten. Daarnaast heeft zij hypothecaire vorderingen overgedragen aan enkele securitisatievennootschappen. De interesten die de bankinstelling op die vorderingen ontvangt, betaalt ze door aan deze securitisatievennootschappen.

Voor een beter inzicht in de winstgevendheid heeft belanghebbende een bedrijfseconomische analyse gemaakt van de rentabiliteit (Profit & Loss, ofwel P&L) per product. Ter zake van de P&L per product zijn de gemaakte kosten met een drietal periodiek bepaalde verdeelsleutels – tijdsregistratie, daadwerkelijke productafname en evenredige verdeling – gealloceerd aan de diverse productgroepen. Voor de btw-aftrek op algemene kosten heeft belanghebbende vervolgens deze toerekening gebruikt om een pro rata berekening op te stellen op basis van het werkelijk gebruik.

In geschil is of het door belanghebbende berekende werkelijk gebruik van de ingekochte goederen en diensten tot een nauwkeuriger berekening van het werkelijk gebruik leidt.

Oordeel Gerechtshof Den Bosch

Het Gerechtshof oordeelt dat de berekeningsmethode aan de hand van omzetten een vertekend beeld laten zien, aangezien de rente sinds 2011 scherp is gedaald. Verder leidt de P&L per product tot een nauwkeurigere vaststelling van het werkelijk gebruik van de gemengd gebruikte goederen en diensten die de bank heeft ingekocht. Bovendien gaat belanghebbende met zijn methode uit van voldoende objectieve en nauwkeurig vast te stellen gegevens. Het Hof verwerpt dan ook het standpunt van de inspecteur dat belanghebbende het werkelijk gebruik niet aannemelijk heeft gemaakt.

Belang voor de praktijk

Voor de btw-aftrek op gemengde kosten geldt dat de btw aftrekbaar is volgens een pro rata berekening. De hoofdregel is dat de pro rata berekening wordt bepaald aan de hand van omzetverhoudingen. Onder voorwaarden is het echter ook mogelijk om de pro rata berekening te baseren op het werkelijk gebruik van de ingekochte goederen en diensten. Hierbij is onder meer vereist dat het werkelijk gebruik een nauwkeuriger verdeelsleutel oplevert dan een pro rata gebaseerd op omzetverhoudingen.

De recente uitspraak van het Hof is gunstig voor alle organisaties die te maken hebben met een pro rata aftrekbeperking ten aanzien van btw op gemengde kosten en investeringen. Een verdeelsleutel op basis van werkelijk gebruik lijkt nu meer voor de hand te liggen. Ook voor uw organisatie kan dit voordelig zijn. Hierbij geldt wel de regel dat degene die van de klassieke methode van omzetverhoudingen wil afwijken, ook moet kunnen aantonen dat het werkelijk gebruik een nauwkeuriger verdeelsleutel is.

Volledigheidshalve merken wij op dat het ministerie van Financiën momenteel overweegt om in deze zaak cassatie in te stellen. Het is dus nog maar de vraag of de uitspraak van het Hof in stand zal blijven.

Heeft uw organisatie te maken met een pro rata berekening en wilt u meer weten over de mogelijkheden ten aanzien van de berekeningsmethoden van de pro rata? Neem dan contact op met onze collega’s van VAT & Customs Advisory van Baker Tilly.