Strikte uitleg btw-koepelvrijstelling

Op vrijdag 12 juli 2019 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2019:1174) met een voor de praktijk belangrijk aandachtspunt voor de toepassing van de koepelvrijstelling in de btw. Om de koepelvrijstelling te kunnen toepassen moet voldaan zijn aan een aantal cumulatieve voorwaarden waarvan het aandeelcriterium er één is.

In zijn uitspraak van 12 juli jl. heeft de Hoge Raad overwogen dat niet voldaan wordt aan het aandeelcriterium, indien ter zake van de dienstverlening van de koepelorganisatie een vaste vergoeding in rekening wordt gebracht aan de leden. Uit de overwegingen van de Hoge Raad die hieraan ten grondslag liggen, maken wij op dat het aandeelcriterium strikt moet worden uitgelegd.

Om te voldoen aan het aandeelcriterium is het vereist dat het exacte aandeel in de gezamenlijke uitgaven van de koepelorganisatie voor elke afzonderlijke dienst die wordt verricht, aan het individuele lid, in rekening wordt gebracht.

Deze strikte uitleg betreffende de toepassing van de voorwaarden van de koepelvrijstelling kan impact hebben op de btw-positie van uw organisatie. Een onjuiste toepassing van de koepelvrijstelling kan leiden tot naheffingsaanslagen van de Belastingdienst (i.e. te vermeerderen met bestuurlijke boetes en belastingrente). Voor gemeenten kan deze uitspraak ook van belang zijn voor de toepassing van de btw-transparantiemethode (doorschuif-btw).

Wilt u weten of deze uitspraak impact heeft op uw organisatie of heeft u vragen over de toepassing van de koepelvrijstelling, neem dan contact op met een van onze btw-specialisten.