Zorgvrijstelling voor zorg-bv met natuurlijke personen als aandeelhouders

Een besloten vennootschap (bv) is belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb). Voor bv’s in de zorgsector bestaat een vrijstelling voor de Vpb, de zorgvrijstelling. Voor deze vrijstelling gelden in essentie twee eisen: 1. De werkzaamhedeneis 2. De winstbestemmingseis

Lees hier meer over wat deze eisen inhouden.

Over de tweede eis deed Rechtbank Zeeland-West-Brabant onlangs een voor de praktijk belangrijke uitspraak.

De casus

Deze casus gaat over een bv, die geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg verleent. Ook biedt zij zorg- en dienstverlening aan mensen met een verstandelijke beperking of gedragsproblematiek. De (uiteindelijke) aandeelhouders van deze bv zijn natuurlijke personen. De Belastingdienst en de bv zijn het erover eens dat de werkzaamheden van bv voldoen aan de werkzaamhedeneis. Er is wel discussie over de vraag of er aan de winstbestemmingseis wordt voldaan.

Een zorginstelling voldoet aan de winstbestemmingseis wanneer het de winst (en een eventueel overschot bij een liquidatie) uitsluitend kan aanwenden voor een kwalificerende, vrijgestelde zorginstelling of een algemeen maatschappelijk belang. De bv vindt dat zij aan deze voorwaarde voldoet, omdat in haar statuten staat dat de behaalde winst alleen voor deze doelstellingen kan worden gebruikt. De Belastingdienst is van mening dat er niet aan deze voorwaarde wordt voldaan wanneer één of meer aandeelhouders van de bv niet zijn vrijgesteld onder de zorgvrijstelling. De aandeelhouders kunnen immers besluiten om de statuten te wijzigen, zodat de behaalde, vrijgestelde winsten van bv alsnog kunnen toekomen aan de niet-vrijgestelde aandeelhouders. In deze casus zijn de (uiteindelijke) aandeelhouders van bv natuurlijke personen en is de zorgvrijstelling in de Vpb dus niet van toepassing op de aandeelhouders, aldus de Belastingdienst.

Het oordeel van de rechtbank

Het geschil draait in het kort om de uitleg van de woorden “uitsluitend kan aanwenden”. De rechtbank oordeelt dat het woord “kan” moet worden uitgelegd op basis van de geldende statuten. Er zijn geen aanknopingspunten dat er rekening gehouden moet worden met de eventuele mogelijkheid van een statutenwijziging. De eis van de Belastingdienst dat de (uiteindelijke) aandeelhouders ook onder de zorgvrijstelling Vpb moeten vallen, houdt geen stand. De bv is in het betreffende jaar vrijgesteld van Vpb nu de statuten van belanghebbende voor het betreffende jaar voldoen aan de voorwaarden en er ook feitelijk niet in strijd met de statuten wordt gehandeld. De bv voldoet daarnaast aan de overige voorwaarden voor de zorgvrijstelling.

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak is vooral van belang voor zorginstellingen die in de bv -vorm worden gedreven en waarvan de aandeelhouder een niet-vrijgesteld zorglichaam, een niet-zorglichaam of een particulier is. De Belastingdienst neemt (al langere tijd) het standpunt in dat de zorginstelling in dat geval geen zorgvrijstelling mag toepassen, tenzij de aandeelhouders aan bepaalde aanvullende voorwaarden voldoen. In deze uitspraak oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant dat de zorgvrijstelling Vpb toegepast kan worden zonder dat nadere voorwaarden aan de aandeelhouder worden gesteld. Uiteraard moet ook aan de overige voorwaarden voor de zorgvrijstelling worden voldaan.
Wij houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen in deze zaak.

Wilt u eens overleggen of u in aanmerking komt voor de zorgvrijstelling? Neem dan eens contact met ons op. Wij denken graag met u mee.