Continuïteit van zorg is een gezamenlijke verantwoordelijkheid

Continuïteit van zorg en dienstverlening is voor zorgaanbieders sinds de coronapandemie een gevleugeld begrip geworden. Dit begrip is niet alleen van toepassing op een crisissituatie. Ook zonder de impact van een pandemie moet continuïteit van zorg een blijvend aandachtspunt zijn. Dat geldt in het bijzonder voor de zorg dicht bij huis, zoals deze door gemeenten wordt georganiseerd binnen het sociaal domein. Daarbij moet je denken aan de welzijnszorg, de ondersteuning van mensen thuis zoals deze vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wordt georganiseerd en natuurlijk de jeugdzorg.

Continuïteit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van aanbieders en gemeente

Discontinuïteit van zorg kan om meerdere redenen optreden. Een zichtbare problematiek is momenteel het personeelstekort. In alle sectoren van de zorg wordt deze krapte ervaren. In het bijzonder in de gespecialiseerde jeugdzorg. Hier zijn de vacatures soms moeilijk te vervullen. Een gevolg hiervan zijn mogelijk de oplopende wachttijden. Gemeenten en samenwerkende aanbieders moeten hier inzicht in hebben en samen bekijken hoe zij elkaar daarbij kunnen ondersteunen. Dit kan door eventueel zorg onder te brengen bij een aanbieder die nog wel plek heeft.

Een andere vorm van discontinuïteit kan optreden bij contractbeëindiging. Veel gemeenten en inkoopregio’s stappen af van het zogenaamde Open House-systeem voor inkoop en gaan zo met minder zorgaanbieders verder. Dat houdt in dat niet gecontracteerde aanbieders de zorg moeten beëindigen of proberen om als onderaannemer verder te gaan. Het is goed als gemeenten zich bewust zijn van deze overgangsperiode en de overdracht van cliënten goed faciliteren. Dat voorkomt dat zorg onbedoeld tussen wal en schip valt. Met regelmaat komt het bij een aanbesteding voor dat bestaande aanbieders het niet eens zijn met de gestelde voorwaarden en zich (dreigen) niet in te schrijven. Als er geen alternatief is, kan dit problematisch zijn.

Een derde vorm van discontinuïteit wordt veroorzaakt door financiële problematiek. De marges binnen het sociaal domein zijn over het algemeen beperkt. Zorgaanbieders ervaren soms verlieslatende diensten. Dit kan op de langere termijn leiden tot stopzetting van deze diensten.  In het ergste geval kan dit leiden tot sluiting van de organisatie. Dit blijkt niet alleen theorie zo te zijn, maar is ook gebleken uit de praktijk.  Uit de Tweede Kamervragen, in november 2019, werd duidelijk dat tientallen jeugdzorginstellingen failliet dreigden te gaan. Sindsdien is het budget voor jeugdzorg verruimd. Toch heeft dat niet kunnen voorkomen dat in 2021 een aantal jeugdzorgaanbieders moesten stoppen om financiële redenen.     

Wat kun je als gemeente doen om discontinuïteit van zorg te voorkomen?

Allereerst: praat erover met je aanbieders. Zorg dat periodieke accountgesprekken niet alleen maar gaan over de productie, de administratieve problemen en verkeerd gedeclareerde zorg, maar betrek daarin ook het onderwerp continuïteit van de zorg. Als gemeente heb je een bredere toezichthoudende rol naar je gecontracteerde aanbieders.

Ten tweede: richt een periodiek dashboard in. Als gemeente blijf je continue, op basis van de verantwoordings- en keteninformatie, op de belangrijke zaken monitoren. Betrek daarbij ook de voortgang van de zorgafspraken en het contract. Dat biedt ruimte om in gesprek te komen en te blijven.  

Ten derde: betrek ook de jaarrekening van gecontracteerde aanbieders bij het proces. Kijk welke marges er worden gerealiseerd en welke (financiële) problematiek er bij aanbieders speelt (denk bijvoorbeeld aan de duurdere inhuur van extern personeel en het effect daarvan op de personeelskosten). Ga daarover met de aanbieders in gesprek als daar aanleiding toe is. Stel daarbij vast dat financiële discontinuïteit niet aan de orde is of dit op korte termijn zal zijn. Tegelijkertijd zal dit goede input opleveren voor inzicht in kostenontwikkeling van aanbieders en op termijn de invloed daarop voor reële tariefvorming.   

Hoe richt je een periodiek dashboard in?

Stel vast waar je binnen het sociaal domein als gemeente op stuurt. Wat is voor jullie gemeente echt belangrijk? Wat is de rol van de zorgaanbieders hierbij? En wat vind je als gemeente belangrijk als het gaat om het presteren van je gecontracteerde aanbieders? Kom vervolgens tot een beperkte set van kernindicatoren die je per kwartaal probeert te actualiseren. Met deze inzichten kan het gesprek met zorgaanbieders en gemeente worden gevoerd. De aanbieder stelt het op prijs stellen als de gemeente hen goed in beeld houdt. Dit bevorderd naar onze mening de kwaliteit en effectiviteit van de gesprekken en uiteindelijk de samenwerking.  

Heb je vragen over de inrichting van een dergelijk dashboard en hoe deze je kan helpen bij jouw toezichthoudende rol en het goede gesprek met aanbieders? De specialisten van Baker Tilly willen je er graag mee helpen. Neem contact op met [hier naam en mailadres toevoegen] om hier meer over te weten te komen.