Onterecht gefactureerde btw kan worden herzien ondanks dat de aanslag definitief is

Het corrigeren van facturen komt in de praktijk veel voor. Indien lokale btw is gefactureerd en later uit nieuwe feiten blijkt dat (bijvoorbeeld) een btw-verleggingsregeling van toepassing was, dan dient de factuur gecorrigeerd te worden. Kan een belastingplichtige die de ten onrechte gefactureerde btw heeft afgedragen, deze btw terugvorderen van de Belastingdienst nadat de aanslag al definitief is? Over deze vraag heeft het Hof van Justitie EU zich recent gebogen (SC Terracult SRL, C-835/18, 2 juli 2020).

De uitspraak van de Europese rechter heeft naar onze mening gunstige gevolgen voor de praktijk. In dit nieuwsbericht gaan wij kort in op de zaak en bespreken wij de mogelijke gevolgen voor uw onderneming.

Feiten in deze zaak

Belanghebbende is gevestigd in Roemenië en heeft koolzaad geleverd aan een Duitse ondernemer. Op deze levering heeft belanghebbende het 0%-tarief voor intracommunautaire leveringen toegepast. Belanghebbende kon echter niet aantonen dat het koolzaad Roemenië heeft verlaten. De Roemeense Belastingdienst stelde derhalve dat sprake was van een lokale levering, belast tegen het Roemeens algemeen btw-tarief. Belanghebbende heeft dit niet betwist en conform deze kwalificatie haar facturen gecorrigeerd en de naheffingsaanslag betaald.

Naderhand blijkt uit nieuwe feiten dat een lokale btw-verleggingsregeling van toepassing is. Belanghebbende past alsnog de btw-verleggingsregeling toe en vraagt de afgedragen btw terug. De Roemeense Belastingdienst stelt zich echter op het standpunt dat de aanslag definitief is geworden en dat belanghebbende daarom de btw niet terugkrijgt.

Uitspraak Hof van Justitie EU

Het Hof van Justitie EU moest zich over deze situatie buigen en bepalen of belanghebbende de (onterecht) afgedragen btw terug kon vorderen. De Europese rechter oordeelt dat indien vaststaat dat btw niet verschuldigd is, een belastingplichtige in beginsel ook niet gehouden kan worden om deze btw te betalen. Btw dient namelijk neutraal te werken en mag geen kostenpost zijn voor belastingplichtigen met een volledig recht op aftrek van btw. Als de opsteller van de factuur het gevaar voor verlies van belastinginkomsten heeft uitgeschakeld, kan herziening van de ten onrechte gefactureerde btw niet afhankelijk worden gesteld van de goede trouw van de opsteller van de factuur.

Lidstaten mogen wel voorwaarden stellen om fraude en misbruik tegen te gaan. Daarnaast mogen Lidstaten een redelijke termijn stellen om zo de rechtszekerheid te waarborgen. Een relatief korte formele bezwaar- of beroepstermijn (in Nederland zes weken) zal normaal gesproken niet als een redelijke termijn kwalificeren.

Belang voor de praktijk

Dit is voor de praktijk een mooie uitspraak. Het Hof van Justitie hecht naar onze mening veel waarde aan het neutraliteits- en doeltreffendheidsbeginsel. Wij zien hiermee een bevestiging van de trend waarin de materiële werkelijkheid prevaleert boven formele aspecten. Dit arrest benadrukt daarnaast het belang van het bepalen van uw btw-positie en een gedegen administratie om deze materiële werkelijkheid te kunnen onderbouwen. Voor de Nederlandse praktijk is het kunnen onderbouwen van de materiële werkelijkheid van belang, omdat indien de aanslag definitief is, de Nederlandse Belastingdienst een verzoek om correctie uitsluitend nog ‘ambtshalve’ in behandeling neemt.

Heeft u vragen, of wilt u advies over uw btw-positie? Neem dan vrijblijvend contact op met Barthold Bergman (06 15 48 68 85) of Jayant Rakhan (06 12 02 41 49) van ons VAT & Customs Advisory team.