Wetsvoorstel aangenomen: lenen bij de eigen vennootschap aan banden gelegd

Relatief veel aanmerkelijkbelanghouders (kortgezegd: aandeelhouders met een belang van 5% of meer in een vennootschap, hierna: AB-houder) lenen grote bedragen bij eigen vennootschappen. Zo kunnen zij privé over vermogen van de vennootschap beschikken zonder hierover direct belasting te betalen. De wetgever wil dit beperken door de aanmerkelijkbelanghouder te verplichten inkomstenbelasting te betalen over schulden bij de eigen vennootschap die meer dan € 700.000 bedragen. Hiertoe is op 17 juni 2020 een wetsvoorstel aangeboden aan de Tweede Kamer: Excessief lenen bij de eigen vennootschap. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel met enige wijzigingen aangenomen. Na goedkeuring door de Eerste Kamer gaat de maatregel in op 1 januari 2023.

Wat betekent deze wet?

Wanneer u als AB-houder meer dan € 700.000 van uw vennootschap(pen) hebt geleend, wordt het meerdere vanaf 2023 in box 2 van de inkomstenbelasting belast. Bij een aanmerkelijk belang in meerdere vennootschappen worden eventuele leningen bij elkaar opgeteld. Als een lening in een jaar al deels belast is, is dat deel in een volgend jaar niet nogmaals belast.

Stel dat een DGA alle aandelen heeft in BV A en BV B. Hij heeft van BV A € 550.000 en van BV B € 400.000 geleend, dus totaal € 950.000.

  • De ‘bovenmatige schuld’ is € 250.000: 950.000 -/- 700.000.
  • Over dit bedrag is hij inkomstenbelasting verschuldigd tegen het progressieve tarief in box 2.

Wie krijgt hiermee te maken?

Deze maatregel geldt voor alle AB-houders. Het maximumbedrag van € 700.000 geldt voor de AB-houder en zijn of haar fiscale partner gezamenlijk. Leningen die hun bloed- of aanverwanten in de rechte lijn (en hun partners) zijn aangegaan bij de vennootschap van de AB-houder vallen ook onder deze heffing en worden opgeteld bij de leningen van de AB-houder zelf. In dit geval wordt de belasting van de AB-houder zelf geheven en niet van het familielid.

Zijn er uitzonderingen?

Deze heffing geldt voor alle leningen bij de vennootschap, behalve voor leningen voor de eigen woning. Voor na 1 januari 2023 door de vennootschap verstrekte leningen voor de eigen woning moet een hypotheek op de woning worden gevestigd. Voor bestaande leningen voor de eigen woning geldt deze eis niet. De maatregel omvat ook volledig zakelijke schulden.

Wanneer is de heffing van toepassing?

Het jaarlijkse toetsmoment is 31 december. Om deze heffing te voorkomen, heeft de DGA tot 31 december 2023 de tijd om de bovenmatige schuld af te lossen, bijvoorbeeld uit eigen middelen of door een dividenduitkering te doen.

Tot slot

De nieuwe wet maakt lenen bij de eigen vennootschap een stuk minder aantrekkelijk. Is uw schuld bij uw eigen vennootschap hoger dan € 700.000? Overweeg dan om uw lening tot onder dit bedrag terug te brengen. Misschien wilt u de aflossing met een dividenduitkering bekostigen? Dan is het - gezien de aangekondigde wijzigingen in het tarievensysteem van box 2 - verstandig om nog dit jaar te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Heeft u vragen over de maatregel of het terugdringen van uw lening bij uw vennootschap? Dan kunt u uiteraard contact opnemen met onze adviseurs.