Skip to content

Goederen invoeren in de EU: Eén handeling, meerdere plaatsen van invoer

Gepubliceerd op: 25 maart 2024
Type publicatie Kennisartikel

Goederen die de Europese Unie (EU) worden binnengebracht om daar te worden verkocht, worden in een EU-land ingevoerd. Op het eerste gezicht lijkt het vanzelfsprekend dat de invoer van goederen maar in 1 land kan gebeuren. Maar de werkelijkheid is ingewikkelder. Invoer in de EU, met name de plaats van invoer, kan twee verschillende kwalificaties hebben: één voor douanedoeleinden én één voor de btw. Dit werd recent weer eens onderstreept door het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU).

In dit artikel gaan onze experts dieper in op de uitspraak en de aandachtspunten die daaruit voor de praktijk rijzen.

Twee kwalificaties voor een enkele invoer

Het duale karakter van de plaats van invoer voor douane- en btw-doeleinden kwam aan bod in het arrest Hauptzollamt Braunschweig (C-791/22). In deze zaak had een ondernemer een flinke hoeveelheid sigaretten met Oekraïense en Belarussische accijnszegels gekocht in Polen. Deze vervoerde hij vervolgens zonder de douaneautoriteiten in te lichten vanuit Polen naar Duitsland, waar hij ze aan een koper overhandigde. De ondernemer is vervolgens in Duitsland aangehouden en de sigaretten zijn in beslag genomen en vernietigd.

Aangezien de sigaretten op onregelmatige wijze het douanegebied waren binnengebracht, ontstond vervolgens de vraag: wat is de plaats van invoer van de goederen voor btw-doeleinden en in welke lidstaat is invoer-btw verschuldigd?

De Duitse Belastingdienst stelt zich op het standpunt dat zowel de douaneschuld als de invoer-btw in Duitsland is verschuldigd. Op grond van Duitse douanewetgeving is de douaneschuld namelijk ontstaan in Duitsland en de Duitse btw-wetgeving bepaalt vervolgens dat de voorschriften voor douanerechten overeenkomstig van toepassing zijn op onder andere de plaatsbepaling invoer-btw.

 Het HvJ-EU is het hier echter niet mee eens. De EU btw-regelgeving verzet zich tegen een nationale regeling op grond waarvan een bepaling van het douanewetboek van overeenkomstige toepassing is op de vaststelling van de plaats van invoer voor btw. Deze regeling heeft enkel betrekking op de vaststelling van het tijdstip van het belastbare feit, in dit geval de invoer, en het verschuldigd worden van de invoer-btw.

De plaats van invoer juist bepalen

In de onderhavige situatie is het HvJ-EU van mening dat de sigaretten in Polen in het economische circuit van de EU terecht zijn gekomen en bestemd waren om daar te worden gebruikt. Polen moet dus worden beschouwd als de plaats waar de invoer-btw op deze sigaretten is ontstaan. Het is aan de verwijzende rechter om dit na te gaan.

Eén activiteit, de invoer van goederen, met twee verschillende plaatsen van invoer. Ondanks de samenhang tussen douane- en btw-regelgeving zijn beide toch een vak apart. Douanerechten en invoer-btw zijn beiden verschuldigd wanneer goederen in de EU worden ingevoerd en vervolgens het economisch circuit worden binnengebracht. Maar deze samenhang ziet op het tijdstip van heffing, niet op de plaats van invoer en heffing. Voor het bepalen van de plaats van invoer gelden twee verschillende toetsingskaders, die los van elkaar op de invoer moeten worden toegepast.

Dit verschil valt mogelijk te herleiden naar de heffingscompetentie. Waar douanerechten toekomen aan de EU, komen btw-inkomsten in beginsel merendeels toe aan de individuele lidstaat waar de invoer plaatsvindt. Dit is de lidstaat waar de goederen het economisch circuit worden binnengebracht en het zogenoemde ’eindverbruik’ plaatsvindt. Daarom kan voor het bepalen van de plaats van invoer voor btw niet automatisch worden aangesloten bij de douanekwalificatie. 

Welke duidelijkheid biedt dit arrest?

Waar vindt het eindverbruik plaats en worden de goederen het economisch circuit binnengebracht? Deze vraag stond centraal in het arrest Hauptzollamt Braunschweig, aangezien de Duitse douaneregelgeving niet doorwerkte naar de btw-kwalificatie. Uit eerdere jurisprudentie (onder andere VS C‑7/20 en Federal Express Corporation Deutsche Niederlassung C-26/18) volgt dat de begrippen ‘terechtkomen in het economische circuit’ en ‘verbruik’ van wezenlijk belang zijn voor de btw-kwalificatie. Maar de onderhavige uitspraak leidt niet tot een verduidelijking van de bedoeling van deze twee begrippen. Wanneer komen goederen namelijk in het economische circuit? Is dat in Polen, waar de goederen onrechtmatig zijn aangekocht? Of toch in Duitsland, omdat daar sprake zou kunnen zijn van eindverbruik? Of moeten we zelfs kijken naar één of meerdere andere lidstaten, omdat het niet precies bekend is hoe de goederen Polen zijn binnengebracht? 

En dan is er mogelijk nog een dilemma, want kan er überhaupt worden gesproken van terechtkomen in het economische circuit en verbruik, aangezien de goederen worden vernietigd? De plaats van invoer voor btw in deze zaak ligt in de handen van de verwijzende rechter. 

Open einde

De invoer van goederen is een activiteit die met twee brillen moet worden bekeken: de douanebril en de btw-bril. Het blijkt dat beide brillen een geheel eigen kijk op de zaak hebben en minder overeenkomsten vertonen dan men zou verwachten. Met name bij onregelmatige invoer steken die verschillen de kop op, maar ook bij een ‘gewone’ invoer is aandacht geboden. De kleinste onregelmatigheid kan al douane en btw-gevolgen hebben. De formaliteiten luisteren bijzonder nauw. 

Contact

Heeft u vragen over invoer, douane of btw? Neem contact op met onze experts Marisa Hut en Stevie Mols van VAT & Customs Advisory. Zij helpen u graag!

Wet- en regelgeving op dit gebied kan onderhevig zijn aan verandering. Wij raden u aan om met uw Baker Tilly adviseur te overleggen over de impact hiervan.

De laatste wetgeving en tips voor uw industrie

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief