Box 3-inkomen: via forfaitaire spaarvariant naar heffing over werkelijk rendement

Het op Prinsjesdag gepresenteerde Belastingplan heeft consequenties voor iedereen die belast inkomen heeft uit sparen en beleggen. Wat gebeurt er de komende jaren met het box 3-inkomen? Philippe Albert, Directeur Bureau Vaktechniek Belastingadviseurs bij Baker Tilly en hoogleraar internationaal belastingrecht aan Nyenrode Business Universiteit, geeft hier graag duidelijkheid over.

“De manier waarop vermogen in box 3 belast wordt, staat al jaren onder druk”, benadrukt Philippe. “Met de huidige lage rentestanden betalen spaarders 31% inkomstenbelasting over een fictief rendement dat in feite momenteel laag of zelfs negatief is. In het arrest van 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de vermogensrendementsheffing in strijd is met het recht op ongestoord eigendom en het discriminatieverbod. In dit ‘kerstarrest’ verplichtte de Hoge Raad de regering om gedupeerde belastingplichtigen rechtsherstel te bieden. Ongeveer 60.000 mensen hebben bezwaar gemaakt tegen de heffing over de belastingjaren 2017 tot en met 2020. Op Prinsjesdag is bekendgemaakt dat de niet-bezwaarmakers geen compensatie krijgen voor onterecht geheven box-3-heffing.”

Nieuw box 3-stelsel in 2026

Hij legt uit dat we toegaan naar een nieuw box 3-stelsel op basis van het werkelijk behaalde rendement op box 3-bezittingen (inkomsten en waardeontwikkelingen). “In het coalitieakkoord was afgesproken dat deze wijziging in 2025 zou ingaan, maar het kabinet heeft dit uitgesteld tot 2026. Het Belastingplan 2023 omvat de overbruggingswetgeving voor de komende drie jaar. Hierin wordt uitgegaan van de forfaitaire spaarvariant, net als bij (het rechtsherstel over) de jaren 2017 tot en met 2022. Hierbij wordt de verschuldigde belasting berekend op basis van een ten opzichte van voorheen gewijzigd fictief rendement.”

Forfaitaire spaarvariant

Philippe vertelt dat de forfaitaire spaarvariant drie categorieën vermogensbestanddelen onderscheidt: spaargeld, schulden en overige bezittingen. “Voor spaargeld is het forfaitair rendement gekoppeld aan de gemiddelde spaarrente en bijna nihil. Voor schulden wordt uitgegaan van een gemiddelde hypotheekrente: die mag je tegen ongeveer 2,5% in aftrek brengen. Voor overige bezittingen wordt uitgegaan van het meerjarig gemiddelde rendement van beleggingen. Dit is ongeveer 5,5%.”

Gunstig voor spaarders

“De verbetering is dat spaarders worden ontzien. Zij worden belast voor de gemiddeld te behalen spaarrente. Deze is laag en de individuele afwijkingen ten opzichte van het gemiddelde zijn relatief klein. Afgezien van deze verbetering neemt het kabinet grote risico's. Het forfaitaire rendement is nog steeds een abstracte berekening, die geen rekening houdt met individuele afwijkingen. Eén van de meest prangende gebreken die in het kerstarrest zijn benoemd, blijft bestaan. Er kan nog steeds een significant verschil zijn tussen het forfaitaire rendement en de daadwerkelijke resultaten van alle andere bezittingen dan spaartegoeden.”

De verbetering is dat spaarders worden ontzien. Zij worden belast voor de gemiddeld te behalen spaarrente. Deze is laag en de individuele afwijkingen ten opzichte van het gemiddelde zijn relatief klein.

Geen oplossing voor problemen kerstarrest

“Individuele beleggers die gemiddeld minder dan 5,5% rendement konden realiseren of zelfs een negatief rendement behaalden, worden belast voor voordelen die zij niet hebben genoten. De Hoge Raad heeft expliciet aangegeven dat dit niet in lijn is met de strekking van de inkomstenbelasting. Voor andere belastbare bezittingen dan banktegoeden geldt hetzelfde. De forfaitaire spaarvariant is met andere woorden een stap in de goede richting voor de meeste bankspaarders, maar geen oplossing voor de problemen die in het kerstarrest zijn benoemd. Dit maakt dat de overbruggingswetgeving tekortschiet.”

Inkomsten- of vermogensbelasting?

Philippe stelt dat het beter zou zijn om de box 3-heffing om te zetten van een inkomstenbelasting in een vermogensbelasting. “Door de box 3-heffing als vermogensbelasting te benoemen, wordt erkend dat het werkelijk rendement geen rol speelt. Dan is er geen strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel en verkleint de wetgever de risico’s op bezwaren, beroepen en een mogelijk nieuw rechtsherstel aanzienlijk. Er zijn geen additionele uitvoeringsproblemen, want je kunt precies dezelfde gegevens als in de huidige aangifte gebruiken. Helaas wil een aantal politieke partijen de box 3-heffing niet bij zijn werkelijke naam noemen: vermogensbelasting.”

Antimisbruikbepaling

Hij wijst erop dat de forfaitaire spaarvariant gepaard zal moeten gaan met een antimisbruikbepaling. “Stel dat een DGA op 30 december 2022 € 1 miljoen van zijn BV leent en 2,5% rente op deze schuld in aftrek brengt op het box 3-inkomen. Tegenover deze schuld staat € 1 miljoen spaargeld waarvan het forfaitair rendement wordt belast voor 0,01%. Op 2 januari stort hij dat geld weer terug. Zo lost hij de schuld aan de BV af. Per saldo is er weinig gebeurd, maar hij heeft wel een behoorlijke vermindering van zijn forfaitair rendement bereikt. De overbruggingswetgeving steekt hier een stokje voor. ”

Leegwaarderatio niet afgeschaft, maar aangepast

“Voor vastgoedbeleggers is het belangrijk om te weten dat de leegwaarderatio niet wordt afgeschaft zoals in het coalitieakkoord 2021-2025 was aangekondigd. De leegwaarderatio vermindert in bepaalde gevallen de waarde van verhuurde woningen in box 3. Dit omdat een woning in verhuurde staat minder waard is dan een woning die niet verhuurd wordt. Het kabinet heeft besloten om deze regeling te handhaven en de percentages te actualiseren. Bij verhuur aan gelieerde partijen vormt het hoogste percentage in de tabel het uitgangspunt. Tijdelijke contracten worden uitgesloten.”

Wat betekent dit?

In box 3 vallen ongeveer 3 miljoen belastingplichtigen, wat betekenen deze veranderingen voor hen? “De percentages van het forfaitair rendement worden jaarlijks herijkt, en het box 3-tarief gaat stapsgewijs omhoog van 31 naar 34%. De heffing wordt gecontinueerd zoals deze sinds 2001 al bestaat. De aangifte verandert niet. Alleen de berekening van het rendement wordt anders. Afhankelijk van de samenstelling van het vermogen komen sommige belastingplichtigen op een lager rendement uit. Dit zijn bijvoorbeeld mensen met een vermogen dat volledig uit spaargeld bestaat. Zij zullen tijdens de overbruggingsfase vrijwel geen belasting in box 3 betalen als de spaarrente op het huidige lage niveau blijft. Beleggers gaan wel meer belasting in box 3 betalen dan zij nu doen.”