De Brexit en de inkomstenbelasting

De afgelopen periode hebben de Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkrijk (VK) onderhandeld over een samenwerkingsakkoord na de Brexit. De weigering van de Britse regering om de Brexit-overgangsperiode te verlengen, in combinatie met de huidige problemen bij de onderhandelingen, vergroten de kansen voor een terugtrekking van het VK uit de EU op een ‘no deal’-basis.

We bevinden ons nu nog in een overgangsperiode die de fiscale gevolgen voor Nederlandse ondernemingen beperkt, doordat het geldende EU-recht in principe blijft gelden voor het VK gedurende deze periode. De overgangsperiode eindigt echter op 31-12-2020, met alle fiscale gevolgen van dien.

Het Britse fiscale stelsel is nu namelijk nog onderworpen aan een groot aantal Europese richtlijnen en verordeningen. Verder moet het VK zich ook houden aan de uitspraken van het Europese Hof van Justitie. Door het uittreden van het VK uit de EU, ontstaat na de Brexit dus een compleet nieuw fiscaal speelveld. Dat geldt niet alleen voor ondernemingen met Britse banden; ook voor privépersonen en werknemers veranderen diverse fiscale regels. Wij zetten de belangrijkste wijzigingen voor u op een rij.

Kwalificerend buitenlandse belastingplicht

Inwoners van andere EU-lidstaten die vrijwel hun gehele inkomen in Nederland verdienen (meer dan 90% van hun wereldinkomen), kunnen als kwalificerend buitenlands belastingplichtige worden aangemerkt. Zij kunnen dan dezelfde aftrekposten, zoals de hypotheekrenteaftrek, en heffingskortingen toepassen als inwoners van Nederland.

Zodra het VK de EU verlaat, voldoen inwoners van het VK die vrijwel hun gehele inkomen in Nederland verdienen niet meer aan de vereisten voor de kwalificerend buitenlandse belastingplicht. Zij kunnen dan geen gebruik meer maken van de Nederlandse aftrekposten en heffingskortingen. Gedurende de overgangsperiode, die na 31 december 2020 eindigt, is de aanmerking als kwalificerend buitenlands belastingplichtige nog mogelijk, maar na  de overgangsperiode niet meer.

Actie

Indien u in het VK woont en in Nederland inkomen verdient, beoordeel dan de gevolgen voor de kwalificerend buitenlandse belastingplicht.

Conserverende aanslag bij emigratie

Bij emigratie van een Nederlandse inwoner naar een ander land, probeert de Belastingdienst het heffingsrecht veilig te stellen over inkomensbestanddelen van deze inwoner waarover nog geen belasting is geheven. Er wordt dan een zogenaamde ‘conserverende aanslag’ opgelegd. Een dergelijke aanslag belast bijvoorbeeld de nog onbelaste waardegroei van een pakket aanmerkelijk belang aandelen, pensioenen en lijfrentes.

Bij emigratie naar een andere EU-lidstaat, verleent de Belastingdienst automatisch uitstel van betaling voor de betaling van een conserverende aanslag. Automatisch uitstel van betaling voor een conserverende aanslag bij emigratie naar het VK is verleden tijd als het VK de EU verlaat. De emigrant moet dan zekerheid kunnen stellen voor de toekomstige betaling van de aanslag om uitstel van betaling te krijgen.

Actie

Indien u van plan bent om naar het VK te emigreren, beoordeel dan de gevolgen voor de inkomstenbelasting.

Sociale verzekeringen

Een EU-verordening zorgt binnen de EU voor coördinatie van de sociale verzekeringen. Deze Verordening voorkomt dat dubbele verzekeringsplicht en dubbele premieplicht ontstaat wanneer inwoners van een EU-lidstaat in een andere EU-lidstaat werken.

Tijdens de overgangsperiode blijven de huidige regels omtrent sociale zekerheid van toepassing voor werknemers die vanuit het VK in de EU werken en voor inwoners van de EU die in het VK werken. Wanneer de transitieperiode eindigt, zijn de regels uit de verordening niet langer van toepassing op het VK. Dit leidt mogelijk tot knelpunten.

Naar verwachting onderhandelen het VK en de EU tijdens de overgangsperiode nog over nieuwe afspraken op het gebied van sociale zekerheid. Deze nieuwe afspraken gaan dan in wanneer de overgangsperiode eindigt. Hopelijk volgt er de komende maanden meer informatie over mogelijke nieuwe afspraken.

Actie

Beoordeel situaties waarin werknemers in Nederland wonen, maar in het VK werken - en omgekeerd - opnieuw ten aanzien van de sociale zekerheid. Dat geldt ook voor situaties waarin werknemers in Nederland of het VK wonen en in meerdere EU lidstaten en het VK werken.

Arbeidsrecht

Ook voor het arbeidsrecht heeft het eindigen van de transitieperiode op 31 december 2020 verschillende gevolgen. Vanaf die datum zijn de Europese grondrechten en het Europese arbeidsrecht namelijk niet meer van toepassing op het VK.

Zo gelden de Detacheringsrichtlijn en de Europese richtlijn, die dubbele aansluiting bij aanvullende bedrijfspensioenen voorkomt, dan niet meer voor het VK. Deze wijziging confronteert werkgevers in het VK die werknemers detacheren naar Nederland met dubbele aansluitingen en dubbele lasten op dit gebied.

Na de overgangsperiode geldt ook de Europese richtlijn inzake de informatie en consultatie voor bedrijven die een Europese Ondernemingsraad hebben, niet meer voor het VK. Werknemers uit het VK hebben hierdoor geen stem meer in een Europese Ondernemingsraad. Verder is het aantal Britse werknemers voor bedrijven met een Europese Ondernemingsraad, niet meer van belang voor het bepalen van het aantal zetels.

Ten slotte vervalt het vrij verkeer van werknemers voor het VK. Dit omvat onder meer het verblijfsrecht en reisrecht van werknemers en familieleden en het recht om in een andere lidstaat van de EU arbeid te verrichten. Wilt u meer weten over de gevolgen van de Brexit op het vrij verkeer van werknemers? Lees dan ook dit artikel.

Actie

Beoordeel detacheringen van Britse werknemers naar Nederland opnieuw met betrekking tot de arbeidsrechtelijke consequenties.

Neem gerust contact met ons op bij vragen

Baker Tilly heeft expertise op het gebied van loonheffingen, arbeidsrecht en belastingen. Heeft u vragen inzake grensoverschrijdende arbeid en inkomsten? Dan kunnen wij u vanuit onze multidisciplinaire kennis uitstekend adviseren.