Gemeente heeft recht op btw-compensatie voor re-integratiekosten en kosten outplacement

Recent heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een gemeente recht heeft op btw-compensatie voor zowel re-integratiekosten als kosten voor outplacement. De uitsluiting op een bijdrage van het btw-compensatiefonds (hierna: ‘BCF’) is volgens de Hoge Raad niet aan de orde indien een individuele derde volgens de wet verplicht is om gebruik te maken van de door de gemeente aangeboden goederen of diensten en de gemeente aan een weigering daaraan mee te werken negatieve gevolgen voor die individuele derde kan verbinden. In dit nieuwsbericht gaan wij nader in op de zaak alsmede het belang daarvan voor de praktijk.

Feiten in de zaak

De gemeente heeft kosten gemaakt voor re-integratiewerkzaamheden voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Ook heeft de Gemeente kosten gemaakt voor een loopbaanbegeleidingstraject van een wethouder (outplacementkosten). De Gemeente heeft vervolgens verzocht om een bijdrage uit het BCF ter zake van de btw op deze kosten.

De achtergrond hiervan is als volgt. De Gemeente biedt werkloze inwoners die algemene bijstand ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand (nu: Participatiewet), een re-integratietraject aan. De deelnemende persoon is verplicht om hier aan deel te nemen. Indien een inwoner niet meewerkt, kan de Gemeente de bijstandsuitkering verlagen dan wel opschorten. Verder maakt de afgetreden wethouder gebruik van de wachtgeldregeling. Dientengevolge heeft de oud-wethouder een sollicitatieplicht en de plicht mee te werken aan de loopbaanbegeleiding, zodat passende arbeid wordt gevonden.

De Belastingdienst nam het standpunt in dat de gemeente geen (volledig) recht had op een BCF-bijdrage voor de btw op de re-integratietrajecten met betrekking tot uitkeringsgerechtigde langdurige werklozen in het kader van de Wet werk en bijstand. Dit gold evenwel in zijn geheel voor de btw op de outplacementkosten. De Belastingdienst was namelijk van mening dat de kosten zijn gemaakt in het kader van verstrekkingen aan één of meer individuele derden. Hiervoor geldt een uitsluiting op grond van het BCF.

Geschilpunt

In geschil is of de btw met betrekking tot de re-integratie- en outplacementkosten in aanmerking komt voor compensatie uit het BCF.

Oordeel Hoge Raad

Eerder in deze procedure heeft Hof Den Haag het oordeel van de Rechtbank gevolgd dat de btw met betrekking tot de re-integratiekosten compensabel is. Anders dan de Rechtbank is het Hof van mening dat ook de btw op de outplacementkosten voor een BCF-bijdrage in aanmerking komt.

De Hoge Raad overweegt dat uit de wetsgeschiedenis van het BCF niet volgt dat een compensatie moet worden uitgesloten in alle gevallen waarin de goederen en de diensten die een compensatiegerechtigde afneemt, feitelijk door een of meer individuele derden worden gebruikt. Er bestaat alleen geen recht op btw-compensatie wanneer het afnemen van de diensten door de compensatiegerechtigde in overheersende mate plaatsvindt omwille van het individuele belang van die derden. In dat geval zijn die derden namelijk aan te merken als eindverbruiker en de compensatiegerechtigde vervult dan slechts de rol van intermediair. Nu de Gemeente bij weigering van deelname aan de trajecten door de werklozen en de oud-wethouder negatieve gevolgen aan hen kan verbinden, wordt de gemeente zelf als eindgebruiker aangemerkt. Deze uitleg stemt overeen met de bedoeling van de wetgever om compensatie met name uit te sluiten in gevallen waarin de compensatiegerechtigde in plaats van financiële ondersteuning of een sociale uitkering, diensten verleent of goederen verstrekt of ter beschikking stelt aan een derde.

De Gemeente wordt aldus door de Hoge Raad in het gelijkgesteld en mag de in rekening gebrachte btw volledig verhalen op het BCF.

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak maakt duidelijk dat vanuit het BCF recht op btw-compensatie kan bestaan als door compensatiegerechtigde lichamen aangeschafte goederen of diensten feitelijk worden gebruikt door één of meerdere individuele derden. De goederen of diensten moeten door het betreffende lichaam dan wel zijn afgenomen in het belang van de eigen organisatie (i.e. de gemeente is eindverbruiker) en niet in het kader van een verstrekking die in overheersende mate plaatsvindt ten behoeve van het individuele belang van een derde. Naar onze mening hangt dit af van de feitelijke omstandigheden, zoals het keuzerecht van een individuele derde om van de dienst gebruik te maken of de wettelijke mogelijkheid om deze individuele derde te berispen bij niet-meewerking.

Deze uitspraak is met name van belang voor gemeenten, provincies en diverse samenwerkingsverbanden die de transparantiemethode toepassen. Naar aanleiding van deze uitspraak raden wij uw organisatie aan om dergelijke (re-integratie)kosten door te lichten, aangezien die in de praktijk zeer divers van aard kunnen zijn en de beoordeling te maken op mogelijke extra btw-compensatie. Wellicht kan tot vijf jaar terug nog een aanvullend verzoek tot compensatie worden gedaan.

Wij zijn uiteraard graag bereid om samen met u de mogelijkheden voor uw gemeente te bekijken en u te begeleiden bij eventuele vervolgacties. Wilt u meer weten over wat deze uitspraak concreet voor uw organisatie betekent, neem dan contact op met onze btw-specialisten Rakesh Ghirah (06 11 87 19 74) of Mohamed Ameziane (06 52 76 54 14).