Wijziging btw-sportvrijstelling

De huidige btw-sportvrijstelling wijzigt per 1 januari 2019. Aanleiding hiervoor is een uitspraak van de Europese rechter (zaaknummer C-495/12), waaruit volgt dat de btw-sportvrijstelling moet worden verruimd. In de onderstaande notitie bespreken wij eerst de huidige btw-sportvrijstelling. Daarna geven wij een uiteenzetting van de aankomende wijzigingen, evenals de daaraan gerelateerde gevolgen voor onder andere gemeenten en sportorganisaties.

Kern van de aanstondse wijzigingen

Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie EU volgt dat de huidige Nederlandse btw-sportvrijstelling te beperkt is, waardoor zij niet in overeenstemming is met de Europese btw-regelgeving. Dit heeft het Kabinet ertoe gezet om de tekst van de btw-sportvrijstelling in de Wet op de omzetbelasting 1968 aan te passen. Vanaf 1 januari 2019 zal de vrijstelling van toepassing zijn op ‘diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding en die door instellingen worden verricht voor personen die aan sport of lichamelijke opvoeding doen.’ Een belangrijke wijziging ten opzichte van de huidige situatie is dat de btw-sportvrijstelling ook gaat gelden voor diensten in het kader van sportbeoefening die worden verricht aan niet-leden. Daarnaast zal ook lichamelijke opvoeding onder de btw-sportvrijstelling vallen, en wordt de definitie van het criterium ‘geen winst beogen’ aangescherpt.

Vragen

Wilt u weten wat de verruiming van de btw-sportvrijstelling voor uw organisatie betekent? Neemt u dan contact op met onze btw-specialisten Rakesh Ghirah (06 11 87 19 74) en Jayant Rakhan (06 12 02 41 49).