Gemeentes, pak nu je rol om een aantrekkelijke stad te zijn voor wonen én werken

Door de coronacrisis is het ons wellicht ontschoten, maar recent presenteerde de overheid het effect van Brexit, waarbij onder andere werd gelet op het aantal bedrijven dat deels of volledig naar Nederland is verhuisd. Het ‘Brexit effect’ werd expliciet genoemd, maar er waren cijfers van álle buitenlandse bedrijven die in 2019 een vestiging in Nederland besloten te openen. Ook steden en regio’s, zoals Den Haag, Zuid-Holland en Noord-Brabant, deelden vol trots waarom zij voor buitenlandse bedrijven aantrekkelijk zijn. Wat daaraan opvalt, is hoeveel partijen zich namens de overheid (nationaal, regionaal en lokaal) actief bezighouden met het aantrekken van buitenlandse bedrijven naar Nederland. Waarom is dat zo interessant voor steden en regio’s? En als dat zo interessant is, hoe kunnen steden zich via hun grondbeleid inzetten en positioneren als vestigingslocatie voor het aantrekken van (internationale) bedrijven?

Waarom is het voor steden en regio’s interessant om een aantrekkelijke vestigingslocatie te zijn voor (internationale) bedrijven?

Om te starten met een quote van premier Rutte: ‘banen, banen en banen’. Bedrijven die in Nederland een vestiging openen (bijvoorbeeld een kantoor, fabriek of logistiek centrum), hebben personeel nodig om die te bemannen. Dit betreft zowel banen voor hoger als lager opgeleiden. Vooral buiten de grote steden vestigen zich bedrijven waar behoefte is aan lager opgeleide arbeidskrachten. Denk hierbij aan fabrieken en logistieke centra.

Wellicht was een paar weken geleden het creëren van nieuwe werkgelegenheid niet zo urgent (wat ging het goed met onze economie hè), maar nu langzamerhand bekend wordt wat de economische gevolgen zijn van de coronacrisis, zal de komende tijd het creëren van werkgelegenheid weer bovenaan de agenda’s staan. Het CBS schat in dat er jaarlijks zo’n 650.000 indirecte banen worden gecreëerd door de vestiging van buitenlandse bedrijven in Nederland. Denk daarbij aan toeleveranciers, potentiële klanten van de nieuwe bedrijven, maar ook de leisure-industrie die meeprofiteert.

Meeprofiteren met het aantrekken van (buitenlandse) bedrijven

En dat is gelijk het bruggetje naar waarom steden zo graag (buitenlandse) bedrijven aantrekken. De huidige economie en middenstand van een stad of regio profiteert daar direct van mee. Een nieuwe vestiging zoals een kantoor of distributiecentrum in de stad betekent meer bezoekers (denk ook aan werknemers die in de pauze hun lunch kopen bij de plaatselijke middenstand), meer behoefte aan vergaderingen in hotels of conferentiezaken en personeel (zowel uit buiten- als binnenland) dat mogelijk meeverhuist naar de vestigingslocatie om dicht(er)bij hun werk te wonen. Dus het kan uiterst lucratief zijn voor de horeca, middenstand, woningmarkt en uiteraard de zakelijke vastgoedindustrie. Dit zijn juist de sectoren die nu extra de negatieve gevolgen van de coronacrisis ervaren. Je hoeft maar naar IJmuiden te kijken om te zien wat het belang van bedrijven (in dit geval Tata Steel uit India) voor een stad kan zijn.

Echter, als het over die vestigingen van buitenlandse bedrijven gaat, wordt al snel naar de grote steden gekeken, en dan met name Amsterdam. Amsterdam lijkt nu ook de nadelen van het eigen succes te ervaren, door hoge huren voor huizen en kantoren, weinig beschikbaarheid en drukte op de toegangswegen. Dit kan een kans zijn voor andere steden om zich te profileren als alternatief voor de hoofdstad. En zeker vanuit buitenlands oogpunt is Nederland sowieso een groot agglomeraat waar alle steden dichtbij elkaar en bij Schiphol liggen.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) geeft juist in één van hun studies aan dat kleinere steden en regio’s dichtbij elkaar (zogeheten ‘polycentrische’ verstedelijking) de mogelijkheid hebben om onze economie versterken. Juist wanneer kleinere steden, in samenwerking met grotere steden in de regio, inzetten op een aantrekkelijk vestigingsklimaat kunnen er economische netwerken ontstaan. Deze kunnen via handelsnetwerken aansluiten op specifieke clusters van bedrijvigheid (toeleveranciers en afnemers) of gespecialiseerde industriële sectoren. Daarin liggen voor veel steden nu mooie kansen. De eerst stap daarin is het nadenken over het uit te voeren grondbeleid.

Grondbeleid als stad inzetten om bedrijven aan te trekken

Hoe kun je als stad grondbeleid inzetten met als doel een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn voor internationale bedrijven en als gevolg daarvan meeliften met het succes van (in)directe werkgelegenheid en de bloei van de stad?  Allereerst is het van belang dat steden zich niet volledig blindstaren op de woningbouwopgave die op dit moment op landelijk niveau speelt, hoe aantrekkelijk en verleidelijk dit voor zowel de gemeente als ontwikkelaars in tijden van hoge woningvraag ook is. Het gevolg hiervan is dat het belang van bedrijvigheid (en daarmee werkgelegenheid) naar de achtergrond verdwijnt. Als er onvoldoende ruimte is voor bedrijvigheid, vallen er gaten in de economische structuur. Dit kan niet alleen funest zijn voor de (toekomstige) werkgelegenheid, maar ook de economische aantrekkingskracht van de stad ondergraven. Daarnaast leidt een stad met woningen, maar met een beperkt aantal banen ook tot infrastructurele problemen zoals overvolle toegangswegen naar de steden waar wel werkgelegenheid is. Gemeenten moeten daarom actief de combinatie van functies stimuleren. Dit zorgt zowel voor een levendige als een economisch aantrekkelijke stad. Een belangrijke vraag is nu hoe je als gemeente ontwikkelaars zover krijgt dat zij gemengde plannen ontwikkelen en niet volledig inzetten op de kip met de gouden eieren, wat woningbouw momenteel voor hen is.

Wanneer de gemeente actief grondbeleid voert en eigen gronden heeft, of de intentie heeft tot het kopen van gronden, kan het zelf inzetten op het toevoegen van bedrijfsfuncties (of juist die combinatie van woon-werken). Hier is het voornamelijk van belang dat gemeenten in gaan zien dat bedrijvigheid van belang is voor de stad. Ook wanneer de gemeente voornamelijk facilitair grondbeleid voert en het initiatief bij de markt ligt, zijn er middelen beschikbaar om bedrijvigheid te stimuleren. Gemeenten kunnen via eerdere overeenkomsten kwalitatieve en kwantitatieve afspraken vastleggen omtrent beschikbare grond voor bedrijvigheid. Ook kunnen gemeenten via een Nota grondbeleid kaders opstellen waarin zij projecten en initiatieven vanuit de markt beoordelen. Het opstellen van kaders heeft in het kader van maatschappelijk verantwoord grondbeleid zijn intrede gedaan bij het actualiseren van de Nota grondbeleid bij een aantal gemeenten (zoals in Purmerend), om daarmee bepaalde maatschappelijke effecten te bereiken. Het benoemen van ruimte voor bedrijvigheid en doelstellingen van de beleidsafdeling economie krijgt op die manier een plekje in gebiedsontwikkeling. Het gaat daarbij niet om het maken van een keiharde keuze tussen woningen of bedrijvigheid, maar juist om het verkennen van functie-combinaties. Voor bedrijven is het aantrekkelijk in een levendige omgeving gevestigd te zijn waar hun talent dichtbij werk kan wonen.Scheelt ook weer leaseautos of vergoeding van de reiskosten. Voor werknemers is het weer aantrekkelijk dichtbij hun werk te wonen, om zo files en reistijd te beperken tot een minimum.

Kortom, wil je als stad aantrekkelijk zijn of blijven als vestigingslocatie, voor zowel bewoners als bedrijven, dan is nu actie gewenst. Vanwege de grote vraag naar woningen, en de opbrengsten die daarmee te behalen vallen, is het voor zowel de markt als gemeentes uiterst aanlokkelijk nu volledig te focussen om elk stukje grond te gebruiken voor die woningen. Maar zeg nou zelf, is een stad zonder banen echt aantrekkelijk? Zien medewerkers het zitten elke dag lang in de trein of auto te zitten naar werk terwijl met een beetje sturing vanuit gemeentes er ook bedrijven naar het eigen grondgebied getrokken kunnen worden? Ga nu aan de slag als gemeente en denk na over welke rol je als gemeente wil nemen in het aantrekkelijk zijn voor het stimuleren van bedrijvigheid. Het is noodzakelijk dat een gezonde mix van wonen en werken hierbij centraal staat, zodat je als stad aantrekkelijk en levendig bent voor nu en in de toekomst. Op deze manier kan je als gemeente meeprofiteren met het succes dat vele regio’s recent deelde met de wereld. Dat is een win-win voor iedereen. Aan de slag, gemeentes!

Baker Tilly Business Advisory - Ruimte & Vastgoed komt graag met u in contact om te bespreken wat wij op dit gebied voor uw gemeente kunnen betekenen. Neem contact op via i.meijer@bakertilly.nl. Wij ondersteunen onder andere gemeentes met het opzetten van hun grondbeleid of hun visie op gebiedsontwikkelingen. Daarnaast helpen wij met het analyseren van kansrijke markten voor bedrijvenontwikkeling en ondersteunen wij bedrijven bij hun zoektocht naar geschikte bedrijfslocaties.