Het stroomt beleid; wie durft de kraan dicht te draaien?

De media staan er vol van: de roep om minder regels in de (verpleeghuis)zorg. Op de website van de NZa zijn veel regels te vinden, van de beleidsregel ‘Administratieve Organisatie en Interne Controle Wlz’ tot de ‘Regeling Monitoring beschikkingen persoonsgebonden budget en uitgaven individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen’. Het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg bevat 55 verschillende normen. Natuurlijk, we hebben regels nodig om met elkaar de kaders te bepalen over wat kwaliteit is. Regels, over hoe we onszelf verantwoorden en of we voldoende transparant zijn. Maar moet het nu zo complex zijn?

Wij zijn ervan overtuigd dat er ergens een optimaal punt bestaat. Het punt waar zo min mogelijk regels tot de best mogelijke en meest efficiënte zorg leiden. Iedereen die het nieuws volgt weet dat dit optimale punt binnen de (verpleeghuis)zorg momenteel verre van bereikt is. Hoe kunnen we regeldruk reduceren om dit optimale punt te bereiken? In deze blog beargumenteren wij dat de oplossingen die nu worden gekozen het probleem van regeldruk niet duurzaam oplossen. Het vinden van de juiste oplossing, kan pas wanneer we de juiste vraag stellen. En dat gebeurt nog niet. Laten we eerst teruggaan naar het ontstaan van regeldruk, voordat we komen tot de juiste vraag.

Terug naar het begin

De laatste 20 jaar is er veel veranderd in de zorg, waarbij de politiek en maatschappij meer verantwoording vragen aan zorginstellingen. Velen stellen dat het aantal regels exponentieel is gestegen door de invoering van gereguleerde marktwerking in 2006 en door de decentralisaties in 2015. Hierdoor werden eerst zorgverzekeraars en zorgkantoren, en daarna gemeenten verantwoordelijk voor diverse zorgtaken en het maken van afspraken met zorgaanbieders hierover. De toename van het aantal financiers heeft geresulteerd in een gebrek aan eenduidigheid wat betreft registraties en verantwoording.

Ook cliënten (de maatschappij) werden de afgelopen 20 jaar steeds mondiger en mengden zich vaker in discussies over kwaliteit in de verpleeghuiszorg. Mede hierdoor kwam de kwaliteit van zorg steeds hoger op de politieke agenda. Zo riep voormalig minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 2015 ‘het jaar van de transparantie uit’ en kreeg de sector opdracht om meer keuze- en inkoopinformatie beschikbaar te stellen. Een goede ontwikkeling, al had dit ook een keerzijde.

Daarnaast voelden steeds meer partijen zich verantwoordelijk en wilden hun stem laten horen bij de ontwikkeling van kwaliteitsstandaarden, richtlijnen, kwaliteitsnormen en indicatoren, waardoor het steeds lastiger werd om het gemeenschappelijke doel voor ogen te houden; het verbeteren van de kwaliteit van de verpleeghuiszorg. Ons inziens heeft dit niet altijd geleid tot betere kwaliteit van standaarden, richtlijnen, normen en indicatoren.

Gelijktijdig droeg de automatisering en het informatielandschap, dat de laatste 20 jaar sterk veranderde, bij aan het steeds meer kúnnen registreren. In veel opzichten is ook dit een positieve ontwikkeling, hoewel het prioriteren (ofwel, wat willen we écht registreren, monitoren en op basis daarvan verbeteren) hierdoor nogal eens werd vergeten. Er ontstond een zogenaamde ‘verantwoording- en registratiecultuur’. Registreren werd een doel op zich en te weinig gebruikt als middel om een doel te bereiken.

Speelveld

In de zoektocht naar verantwoording, betere kwaliteit en meer transparantie, zijn zo meerdere partijen met eigen richtlijnen en beleidsregels ontstaan. Allen met het doel de kwaliteit van zorg inzichtelijk te maken en/of te verbeteren. Hierdoor is een speelveld ontstaan met een enorme complexiteit. We hebben geprobeerd dit speelveld in kaart te brengen. We hebben onderzocht welke partijen beleid (en dus regels) voor de verpleeghuiszorg maken. Daarnaast hebben we inzichtelijk gemaakt welke partijen dit beleid toetsen en aan wie verantwoording moet worden afgelegd. Dit vanuit de gedachte dat het verpleeghuis centraal staat, als de partij die het beleid uitvoert. Hierbij maken we onderscheid tussen euro’s en kwaliteit.

Zo ontstaat, nog zonder volledig te willen zijn, het volgende beeld:

Conclusie

De oorzaak van het probleem is zichtbaar in het overzicht van het speelveld in de zorg; het speelveld is te druk bezet met beleidsmakers.

Momenteel zien we dat veel van deze beleidsmakers op dit moment verwikkeld zijn in één of meerdere, soms gezamenlijke initiatieven, om het probleem van regeldruk aan de kaak te stellen én aan te pakken. Denk bijvoorbeeld aan #meerzorgmetminderpapier, Het Experiment Regelarme Instellingen (ERAI) en de zogenaamde schrapsessies (Ont)Regel de Zorg, waar partijen proberen regels te schrappen die niet bijdragen aan goede zorg.

Op zich goede initiatieven maar, gezien dit speelveld, lost het de oorzaak niet op. Het schrappen van regels is slechts een tijdelijke oplossing en zal onvoldoende bijdragen aan het duurzaam reduceren van regeldruk. Het is dweilen met de kraan open. Het gesprek over het verminderen van regeldruk moet worden gevoerd over de juiste oorzaak en over de juiste vraag. Deze vraag zou moeten zijn: hoe reduceren we de complexiteit van het speelveld? Wie draait de kraan dichter?

We gaan graag het gesprek met u aan over dit onderwerp. Wilt u met ons meedenken?