Belastingplan bevat voorstel om aandelenopties aantrekkelijker te maken

In het Belastingplan 2022 is het ‘Wetsvoorstel aandelenoptieregeling’ opgenomen. De wetgever verwacht dat het door een aanpassing van de fiscale regeling aantrekkelijker wordt voor werkgevers om aandelenopties uit te reiken. Daarnaast moet hierdoor de concurrentiepositie van Nederland ten opzichte van omringende landen worden bevorderd.

Aandelenopties uitgeven aan uw werknemers

Een aandelenoptie is een regeling op grond waarvan een werknemer een optie heeft om gedurende een vooraf afgesproken looptijd, voor een vooraf vastgestelde prijs en hoeveelheid, aandelen te kopen in het bedrijf waarvoor hij werkzaam is. Op het moment dat de werknemer zijn aandelenoptie uitoefent krijgt diegene aandelen. De werknemer wordt daardoor naast werknemer dus ook aandeelhouder van het bedrijf. Aandelenopties worden vaak gebruikt door ‘start-ups’ en ‘scale-ups’. Een start-up kan bijvoorbeeld in de beginfase zijn werknemers nog geen hoge salarissen bieden. Om dit gemis aan salaris te compenseren, kan een bedrijf een aandelenoptie uitreiken aan zijn werknemers. Met een aandelenoptie kan een medewerker profiteren van de groei van het bedrijf waarvoor zij werken.

Belastingheffing over aandelenopties

Op het moment dat een werknemer een aandelenoptierecht krijgt, is er nog niet direct sprake van belastingheffing. Onder de huidige regels wordt een aandelenoptierecht in de heffing betrokken op het moment dat het optierecht wordt uitgeoefend. Bij de uitoefening zijn er echter niet altijd voldoende liquide middelen aanwezig bij de optie-/aandeelhouder om de verschuldigde belasting te voldoen. De aandelen kunnen of mogen soms niet worden verkocht en er zal (nog) geen of onvoldoende dividend op de aandelen zijn uitgekeerd.

Gevolgen wetsvoorstel

Het wetsvoorstel dat in het Belastingplan 2022 is opgenomen moet dat probleem oplossen door het heffingsmoment te verleggen.

Hoofdregel

Op basis van het wetsvoorstel worden de aandelen in de heffing betrokken op het eerste moment waarop de werknemer de verkregen aandelen kan verkopen (en dus verhandelbaar zijn). Het is niet relevant of de werknemer de aandelen ook daadwerkelijk verkoopt. Door het heffingsmoment te verschuiven wordt verwacht dat er door een aandelenverkoop voldoende liquide middelen beschikbaar gemaakt kunnen worden om de verschuldigde belasting te voldoen. Hierdoor kan de situatie ontstaan dat de werknemer voordelen, zoals dividend, uit de aandelen geniet voordat de aandelen in de heffing zijn betrokken. Deze voordelen behoren dan tevens tot het loon van de werknemer.

Keuzeregeling

In het wetsvoorstel is ook een keuzeregeling opgenomen. Van de hoofdregel (heffing bij mogelijkheid tot vervreemding) kan worden afgeweken als de werknemer dit vooraf schriftelijk kenbaar maakt bij zijn werkgever. Als dit op tijd en op de juiste manier kenbaar wordt gemaakt, dan wordt de aandelenoptie alsnog in de heffing betrokken volgens de oude regeling, dat wil zeggen, bij uitoefening van het optierecht

Let op: voor de berekening van de belastingheffing wordt aangesloten bij de waarde in het economisch verkeer op het heffingsmoment. Het kan dus fiscaal voordelig zijn ervoor te kiezen om op het moment van uitoefening in de heffing te worden betrokken.

Door het aangekondigde wetsvoorstel moet het vooral voor start-up en scale-up bedrijven makkelijker worden om geschikt personeel aan te trekken en aan zich te binden. De voorgestelde wijziging zal een belangrijk knelpunt voor het toekennen van aandelenopties aan personeel wegnemen.

Interessant voor uw organisatie?

Denkt uw bedrijf ook na over het uitgeven van een aandelenoptie? Of wilt u uw werknemers op een andere manier laten participeren? Neem dan contact op met Anke van der Locht voor meer informatie over de verschillende opties voor uw organisatie.

Op Prinsjesdag 2021 zijn verschillende maatregelen en wetsvoorstellen gepresenteerd. Kijk voor een samenvatting van de maatregelen op onze speciale Prinsjesdag-pagina.