Europese rechter: belang van vervoerstoerekening bij intracommunautaire ketentransacties

Recent heeft het Hof van Justitie EU arrest gewezen in een zaak over intracommunautaire ketentransacties (HvJ Herst, nr. C-401/18). De Europese rechter benadrukt dat het voor de toepassing van het btw-nultarief van belang is om te bepalen met welke transactie het goederenvervoer verband houdt. In deze publicatie gaan wij kort in op de zaak en bespreken wij de gevolgen voor de praktijk.

Het belang van een juiste vervoerstoerekening

Bij intracommunautaire ketentransacties vinden er doorgaans meerdere verkooptransacties plaats, terwijl de goederen slechts één keer vervoerd worden van lidstaat A naar lidstaat B. Uit eerdere rechtspraak volgt dat het btw-nultarief in dat geval alleen toegepast kan worden op de levering waarmee het vervoer het sterkste verband houdt. De andere leveringen zijn btw-belast tegen het algemene btw-tarief. De toerekening van het vervoer is dus essentieel om de juiste btw-behandeling van de transacties te bepalen en daarmee btw-naheffingsaanslagen te voorkomen.

De zaak Herst: feiten

Herst is een Tsjechische vennootschap die als onderdeel van haar activiteiten handelt in brandstof. In de periode 2010 tot 2013 heeft Herst brandstof vanuit verschillende lidstaten naar Tsjechië getransporteerd, waarbij zij eveneens optrad als eindafnemer na een keten van opeenvolgende transacties tussen andere partijen. De Tsjechische belastingdienst stelt dat Herst als eindafnemer de brandstof niet lokaal heeft aangekocht in Tsjechië, maar in plaats daarvan intracommunautaire verwervingen heeft verricht. De inspecteur weigert dan ook de aftrek van de btw die de toeleverancier aan Herst in rekening heeft gebracht.

Uitspraak Hof van Justitie

De Europese rechter geeft aan dat ook in deze zaak het btw-nultarief slechts kan worden toegepast op één van de leveringen in de keten. Er is immers sprake van een enkele vervoersbeweging. Het Hof oordeelt dat de toerekening van het vervoer in beginsel afhangt van het tijdstip waarop de beschikkingsmacht van de goederen is overgegaan op de eindafnemer. Dit ‘tijdscriterium’ kan echter in het geval van Herst niet zomaar worden toegepast, omdat tijdens het vervoer meerdere overdrachten van de beschikkingsmacht hebben plaatsgevonden. Om die reden dient de Tsjechische rechter andere omstandigheden in ogenschouw te nemen, zoals het voornemen van Herst om de brandstof na verwerving door te verkopen aan haar eigen klanten. Ook van belang is de vraag in hoeverre Herst in staat was om het lot van de brandstof te bepalen, bijvoorbeeld door te besluiten om al dan niet door te verkopen.

Belang voor de praktijk

In eerdere rechtspraak gaf de Europese rechter nog aan dat het tijdstip van de overdracht van de beschikkingsmacht bepalend is voor de vervoerstoerekening bij intracommunautaire goederenleveringen. Met de uitspraak in de zaak Herst is dit uitgangspunt genuanceerd. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen ook andere factoren een rol spelen, zoals het voornemen van de betrokken ondernemer en de mogelijkheid om het lot van de goederen te bepalen. Dergelijke aspecten zijn met name van belang wanneer er tijdens het vervoer meerdere overdrachten van de beschikkingsmacht plaatsvinden.

Overigens merken wij op dat vanaf 1 januari 2020 een bijzondere regeling geldt voor de toerekening van vervoer bij intracommunautaire ketentransacties. Deze regeling biedt meer duidelijkheid voor ondernemers, zodat zij beter in staat zijn om een correcte btw-behandeling toe te passen op hun grensoverschrijdende goederenleveringen. Meer informatie treft u hier aan.

Heeft u vragen, of wilt u advies over de btw-behandeling van intracommunautaire (keten)transacties? Neem dan vrijblijvend contact op met Barthold Bergman (06 15486885) of Jayant Rakhan (06 12024149) van ons VAT & Customs Advisory team.