Eindejaarsspecial 2019: btw

In 2020 zijn er veel wijzigingen op het gebied van de btw. De bekendste hiervan zijn, zoals u wellicht weet, opgenomen in de vier ‘Quick Fixes’. Daarnaast zijn er een aantal andere wijzigingen, waarop u met de tips uit onze Eindejaarsspecial kunt inspelen. Denk hierbij aan het tijdig terugvragen van teveel afgedragen btw. Dit en meer leest u in de btw eindejaarstips.

Voor een overzicht van alle tips uit de Eindejaarsspecial kunt u hier kijken. In het onderdeel Btw komen de volgende onderwerpen aan bod:

Geef in het 4e kwartaal het privégebruik auto op

De btw die in 2019 aan u(w bedrijf) in rekening is gebracht op de aanschaf, het onderhoud en het gebruik van de zakelijke auto, is aftrekbaar als voorbelasting zolang u(w bedrijf) de auto heeft gebruikt voor belaste omzet. Als  de auto in 2019 mede voor privédoeleinden is gebruikt, moet u(w bedrijf) daarvoor een correctie toepassen in de laatste btw-aangifte van 2019. Als u(w bedrijf) het werkelijke privégebruik niet heeft bijgehouden, dan mag u een forfaitaire correctie van 2,7% van de catalogusprijs toepassen (inclusief btw en bpm). Voor bepaalde auto’s, waaronder auto’s die vijf jaar in de onderneming zijn gebruikt, mag u een forfaitaire correctie van 1,5% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) toepassen.

NB het woon-werkverkeer wordt voor de btw-heffing als privé aangemerkt.

BUA-correctie in de slotaangifte van 2019 opnemen

Heeft u in 2019 btw op kosten voor relatiegeschenken of personeelsverstrekkingen afgetrokken? Controleer of u een of meer personeelsleden of een of meer relaties hiermee voor meer dan € 227 (exclusief btw) heeft bevoordeeld. Als minstens een van beide situaties zich voordoet, moet u in de btw-aangifte over het laatste tijdvak van 2019 de afgetrokken btw corrigeren en alsnog voldoen. Dit wordt ook wel de BUA-correctie genoemd (BUA: Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting).

De fiets van de zaak valt buiten de BUA-regeling. Voor de btw-aftrek op kosten bij het verstrekken van eten en drinken aan personeel gelden aparte regels.

Vraag tijdig teveel afgedragen btw terug

Als u constateert dat te veel btw is afgedragen, kunt u het bedrag aan te veel afgedragen btw corrigeren met een suppletieaangifte. Dit kan zowel over 2019 als over de vijf voorgaande jaren. Als u te weinig btw heeft afgedragen, dient u dit eveneens te corrigeren met een suppletieaangifte. U hoeft de suppletieaangifte niet te gebruiken als de correctie maximaal € 1.000 bedraagt. In dat geval mag u de correctie namelijk verwerken in uw eerstvolgende btw-aangifte.

Let op constateert u in meerdere jaren correcties, dan dient u meerdere suppletieaangiftes te doen.

Geopteerd voor een belaste levering van vastgoed?

Als u in 2018 een onroerende zaak heeft gekocht en samen met de verkoper heeft geopteerd om de levering met btw te belasten, moet u tijdig het een en ander regelen. U moet namelijk binnen vier weken na afloop van het boekjaar volgend op het boekjaar van levering (dus vóór 28 januari 2020) een 90%-verklaring uitreiken aan de verkoper en de Belastingdienst. In deze verklaring vermeldt u of u de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor u voor minstens 90% recht heeft op btw-aftrek.

Als u in het eerste boekjaar of in het daaropvolgende boekjaar niet meer voldoet aan het 90%-criterium, stelt de Belastingdienst dat de levering met terugwerkende kracht alsnog vrijgesteld is van btw. Voor de verkoper betekent dit dat het recht op btw-aftrek vervalt en dat hij alle betreffende btw op kosten toerekenbaar aan de verkoop (zoals vb. btw op makelaarskosten, notariskosten en advieskosten) en herzienings-btw  moet terugbetalen aan de Belastingdienst. Let op dat deze ‘schade’ veelal contractueel wordt afgewenteld op u als koper.  Als u als koper in een later jaar niet meer voldoet aan het 90%-criterium, moet u zelf op de gewone manier uw btw-aftrek herzien.

Bent u zelf verkoper van een onroerende zaak en wil uw afnemer dat u samen met hem opteert voor een btw-belaste levering? Stel dan in de koopovereenkomst duidelijke afspraken op over de eventuele btw-schade als de optie voor btw-belaste levering vervalt. Beding bijvoorbeeld dat de koper de btw-schade aan u vergoedt als hij niet meer voldoet aan het 90%-criterium.

Gaat u gebruikmaken van de nieuwe kleine ondernemersregeling?

In 2020 vindt een aanpassing plaats van de kleineondernemersregeling (KOR) voor de omzetbelasting. Indien u kiest voor toepassing van de nieuwe KOR dan hoeft u geen btw-aangifte te doen. Daarnaast mag u geen btw in rekening brengen en dus ook geen btw op de factuur vermelden. U heeft ook geen recht op de teruggaaf van betaalde btw. Om de nieuwe KOR toe te kunnen passen, mag de omzet in Nederland in het kalenderjaar maximaal € 20.000 bedragen. Het gaat hier om omzet die belast is met btw, maar ook om vrijgestelde omzet uit levering en/of verhuur van onroerende zaken, financiële diensten en verzekeringsdiensten. De verkoop van onroerende zaken en bedrijfsmiddelen telt niet voor deze omzetbepaling. Als u kiest voor de nieuwe KOR, bent u daar voor minstens drie jaar aan gebonden, tenzij uw omzet boven de € 20.000 uitkomt.

NB. De nieuwe KOR zal alleen gelden voor prestaties die u in Nederland verricht.

Zorg dat uw holding een 'moeiende' holding wordt

Heeft uw holding een werkmaatschappij die btw-belaste activiteiten verricht en is het de bedoeling dat de holding deze werkmaatschappij actief gaat beheren? Zorg dan dat u als DGA rechtstreeks namens uw holding de managementwerkzaamheden verricht voor de werkmaatschappij. Duidelijk is dan dat uw holding een “moeiende holding” is en recht heeft op aftrek van voorbelasting voor zover de afgenomen prestaties zijn benut voor btw-belaste activiteiten. Als het u niet lukt om dit huidige btw-tijdvak nog werkzaamheden te verrichten voor de werkmaatschappij, probeer dit dan te doen in het nieuwe belastingtijdvak. Let op dat u dit op de juiste wijze contractueel vastlegt.

Als een moeiende holding btw-belaste (management)diensten verricht aan een vennootschap, kan de btw op de aan- en verkoopkosten van een meerderheidsbelang in deze vennootschap onder bepaalde omstandigheden (deels) in aftrek worden gebracht.

Btw terugvragen als uw debiteur lang niet betaalt

Wacht u al lang op een betaling van een debiteur? Als crediteur heeft u in ieder geval één jaar na het opeisbaar worden van een vordering recht op teruggaaf van btw. Het bedrag van de teruggaaf mag u in mindering brengen op uw periodieke btw-aangifte. U hoeft geen afzonderlijk verzoek in te dienen bij de Belastingdienst. Let op dat u dit in het juiste tijdvak dient te gebeuren.

Als de debiteur de oninbaar geleken vordering op een later tijdstip alsnog betaalt, moet u de eerder op de aangifte in mindering gebrachte btw opnieuw op aangifte voldoen.

Zorg voor bewijzen van intracommunautaire leveringen

Indien u intracommunautaire leveringen verricht, mag u onder voorwaarden het btw nultarief toepassen. Onder andere dient u aan te tonen dat een grensoverschrijdende goederentransactie heeft plaatsgevonden. Door de invoering van de ‘Quick fixes’ per 1 januari 2020 komen er nieuwe regels voor het bewijs van de grensoverschrijdende goederentransactie. Door deze nieuwe regels wordt de leverancier geacht te hebben voldaan aan zijn bewijslast indien hij zelf het vervoer regelt en beschikt over ten minste twee niet-tegenstrijdige documenten. Van belang hierbij is dat de documenten moeten zijn afgegeven door twee partijen die onafhankelijk van elkaar zijn, evenals van de verkoper en de afnemer. Indien de goederen door of voor rekening van de afnemer zijn vervoerd, heeft de leverancier eveneens een schriftelijke vervoersverklaring van de afnemer nodig die aan speciale vereisten moet voldoen. Overigens hebben de belastingautoriteiten de mogelijkheid om het bewijsvermoeden te weerleggen.

U als ondernemer bent niet verplicht gebruik te maken van dit bewijsvermoeden. Alle bewijsmiddelen die op dit moment worden gebruikt blijven nog steeds van toepassing.  

Voor meer informatie verwijzen wij u naar ons artikel Quick Fix 3.

Controleer het btw-identificatienummer van uw afnemer

Per 1 januari 2020 krijgt u te maken met een nieuwe voorwaarde om aanspraak te kunnen maken op toepassing van het nultarief bij intracommunautaire leveringen. Vanaf die datum is het verkrijgen van een geldig btw-identificatienummer een materiële voorwaarde voor de leverancier om het nultarief toe te passen. Daarnaast wordt het vermelden van de intracommunautaire leveringen van goederen in de Opgaaf Intracommunautaire Prestaties (Opgaaf ICP) ook een materiële verplichting. Als u als leverancier niet aan de voorwaarden voldoet, vervalt uw aanspraak op het nultarief bij de betreffende intracommunautaire levering.

Herstel is mogelijk als de inspecteur oordeelt dat u alsnog aan de voorwaarden voldoet. Bijvoorbeeld omdat u binnen een bepaalde termijn het juiste btw-identificatienummer van de afnemer overlegt, zodat u alsnog voldoet aan de voorwaarden.

Voor meer informatie verwijzen wij u naar ons artikel Quick Fix 4.

Intracommunautair vervoer: vereenvoudigde ketenregeling

Een ketentransactie bestaat uit meerdere opeenvolgende goederenleveringen (bijvoorbeeld: partij A levert goederen aan partij B, die op haar beurt de goederen doorverkoopt aan partij C). Om logistieke redenen worden de goederen vaak direct vanuit het magazijn van de eerste leverancier (partij A) vervoerd naar de laatste afnemer (partij C). In de situatie dat sprake is van een grensoverschrijdend transport tussen verschillende EU-lidstaten, kan het grensoverschrijdende vervoer van de goederen slechts aan één van de leveringen in de keten worden toegerekend. Alleen die ene levering van goederen komt namelijk in aanmerking voor de toepassing van het btw-nultarief voor intracommunautaire goederenleveringen. In de huidige btw-regelgeving zijn geen regels opgenomen voor het toerekenen van vervoer. Dit zal met ingang van 1 januari 2020 voor bepaalde situaties veranderen in alle EU-lidstaten.

Vanaf 1 januari 2020 bepaalt deze nieuwe regeling dat wanneer de tussenpersoon (partij B) het intracommunautaire vervoer van de goederen zelf regelt, het vervoer van de goederen moet worden toegerekend aan de eerste levering (d.w.z. de verkoop door partij A aan partij B). Het btw-nultarief voor intracommunautaire goederenleveringen dient in dat geval alleen op deze eerste levering worden toegepast. De tweede levering (d.w.z. de levering door partij B aan partij C) wordt beschouwd als een binnenlandse levering in de lidstaat van aankomst van de goederen.

Dit werkt anders uit indien partij B aan partij A haar btw-identificatienummer van de lidstaat van verzending van de goederen verstrekt. In dat geval moet het intracommunautaire vervoer worden toegerekend aan de tweede levering, namelijk de verkoop door partij B aan partij C. De eerste levering door partij A is dan een binnenlandse levering die plaatsvindt in de lidstaat van verzending.

Let op: bovenstaande is enkel van toepassing wanneer de tussenpersoon (partij B, niet zijnde de eerste leverancier in de keten) de goederen zelf vervoert, of dit voor zijn rekening laat doen door een derde (zoals een logistieke dienstverlener). Dit betekent dat de vereenvoudiging niet van toepassing is in de situatie dat partij A of de eindafnemer (partij C) het vervoer van de goederen regelt.

Voor meer informatie verwijzen wij u naar ons artikel Quick Fix 2.

Call-off stock: bereid u voor!

De huidige vereenvoudigingsregels voor call-off stock verschillen per lidstaat. Bovendien hebben niet alle lidstaten vereenvoudigingsregels in hun nationale recht opgenomen. Dit leidt tot complexiteit en rechtsonzekerheid voor ondernemers. Om dit probleem op te lossen, heeft de EU besloten een uniforme vereenvoudigingsmaatregel in te voeren die geldt in alle EU-lidstaten.

Op basis van de nieuwe maatregel wordt de overbrenging van voorraden van de ene lidstaat naar de andere lidstaat in beginsel niet als een fictieve intracommunautaire levering beschouwd. Op het moment dat de afnemer de goederen uit de voorraad haalt, verricht de leverancier een intracommunautaire levering van goederen in de lidstaat van waaruit de call-off stock is overgebracht. De afnemer dient een intracommunautaire verwerving van de goederen aan te geven in de lidstaat waar de call-off stock naartoe is gebracht. Indien aan specifieke voorwaarden van de regeling wordt voldaan door de leverancier en de afnemer, zal dit in de praktijk een btw-registratie- en aangifteplicht in het land waar de call-off stock wordt gehouden voorkomen voor de leverancier.

Voor meer informatie verwijzen wij u naar ons artikel Quick Fix 1.

Digitale diensten? Kijk naar MOSS-regeling

Verricht u digitale diensten aan particuliere afnemers buiten Nederland, maar binnen de EU en is de omzet die u daarmee hebt behaald in 2018 en 2019 niet meer dan € 10.000 per jaar? Dan moet u in principe de btw over deze diensten aangeven en afdragen in Nederland. Als u de btw toch wilt aangeven en afdragen in de EU-landen van uw consumenten, moet u zich in deze EU-landen laten registreren en lokaal btw-aangiftes indienen. In deze situatie is het makkelijker om de mini-one-stop-shop-regeling (MOSS-regeling) te gebruiken. Door toepassing van deze regeling kunt u de verschuldigde btw centraal afdragen in plaats van in iedere EU-lidstaat afzonderlijk.

Als uw situatie wijzigt of u vanwege een andere reden uw registratie wilt of moet aanpassen voor de MOSS-regeling, moet u dat uiterlijk doorgeven op de tiende dag van de maand, die volgt op de maand waarin uw situatie is gewijzigd.

Eenmanszaak voor de btw: verwerk het gewijzigde btw-identificatienummer

De Belastingdienst verstrekt in het najaar van 2019 alle eenmanszaken een nieuw btw-identificatienummer ), waarin het Burgerservicenummer (BSN) niet is verwerkt. Vanaf 1 januari 2020 moet u dit nieuwe btw-identificatienummer gebruiken voor uw zakelijke contacten, zowel binnen als buiten de EU. Pas daarom uw factuurpapier, factuursjabloon, internetsite(s), briefpapier, overige digitale sjablonen en andere communicatiemiddelen tijdig aan.  Licht ook uw belastingadviseur, vaste leveranciers en zakelijke klanten in.

U blijft uw bestaande omzetbelastingnummer gebruiken voor contact met de Belastingdienst.

Mocht u naar aanleiding van de Eindejaarsspecial 2019 nog vragen hebben, neem dan contact op met uw adviseur bij Baker Tilly.