Fiscale wijzigingen 2023: nieuwe belastingtarieven en veranderingen in de vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting

Vlak voor de Kerst stemde de Eerste Kamer in met het Belastingplan 2023. De kabinetsplannen voor 2023, die op Prinsjesdag werden gepresenteerd en sindsdien een aantal wijzigingen hebben ondergaan, zijn daarmee definitief. Wat zijn naar aanleiding hiervan de nieuwe tarieven en belangrijkste veranderingen op het gebied van de vennootschapsbelasting en de inkomstenbelasting? Wij zetten een aantal aandachtspunten voor 2023 voor u op een rij.

Wijzigingen voor de vennootschapsbelasting

Bij de vennootschapsbelasting is het tarief van de eerste schijf verhoogd en is de schijfgrens verlaagd. Belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting betalen in 2023 19% belasting over de winst tot € 200.000 (dit was 15% over de winst tot € 395.000). Het tarief in de tweede schijf blijft ongewijzigd, namelijk 25,8%. De betalingskorting voor het in één keer betalen van de volledige voorlopige aanslag vennootschapsbelasting komt te vervallen.

Aanscherping regels voor de aanmerkelijkbelanghouder en DGA

Op het vlak van de directeur-grootaandeelhouder (DGA) en de aanmerkelijkbelanghouder (kortgezegd: iemand die 5% of meer van de aandelen in een besloten vennootschap bezit) is met ingang van 1 januari 2023 het één en ander gewijzigd.

Doelmatigheidsmarge afgeschaft
De doelmatigheidsmarge in de gebruikelijkloonregeling is komen te vervallen. Dit betekent dat een DGA zichzelf in sommige gevallen een hoger gebruikelijk loon zal moeten toekennen. Daarnaast is de uitzondering op de gebruikelijkloonregeling voor DGA’s van een innovatieve startup komen te vervallen. Er geldt overgangsrecht voor bestaande innovatieve startups.

Lenen bij de eigen vennootschap beperkt
Aanmerkelijkbelanghouders die geld hebben geleend van de eigen vennootschap, worden vanaf 2023 mogelijk geconfronteerd met belastingheffing bij excessief lenen. Kortgezegd moet inkomstenbelasting in box 2 betaald worden voor zover sprake is van excessief lenen (meer dan € 700.000), waarbij 31 december 2023 het eerste ijkmoment is. Bepaalde leningen van partners en aanverwanten kunnen ook meetellen bij het bepalen van het totaalbedrag aan leningen. Voor eigenwoningschulden geldt onder voorwaarden een uitzondering.

Vanaf 2024: wijzigingen tarieven en schijven
Vanaf 2024 wordt een nieuwe tariefstructuur in box 2 (inkomen uit aanmerkelijk belang) gehanteerd. Over de eerste € 67.000 aan box 2-inkomen is 24,5% inkomstenbelasting verschuldigd, daarboven geldt een tarief van 31%. Voor 2023 blijft het tarief ongewijzigd: inkomen uit aanmerkelijk belang is belast tegen een tarief van 26,9%.

(Tarief)wijzigingen inkomstenbelasting

Tarieven en schijven
De belastingtarieven voor box 1 (inkomen uit werk & woning) in 2023 zijn iets verlaagd: van 37,07% over de eerste € 69.398 in 2022, naar 36,93% over de eerste € 73.031 in 2023. Voor AOW-gerechtigden wijken deze percentages en schijfgrenzen overigens iets af.

Heffingskortingen en andere regelingen
De middelingsregeling is afgeschaft. De laatste periode waarover middeling kan worden toegepast is 2022-2023-2024. Daarnaast zijn er wijzigingen op het gebied van de heffingskortingen, waaronder een verhoging van de arbeidskorting en een beperking voor de uitbetaling van niet-verzilverde heffingskortingen.

Het maximale tarief waartegen bepaalde aftrekposten in aftrek kunnen worden gebracht, wordt verlaagd van 40% naar 36,93%. Dit geldt voor onder andere de persoonsgebonden aftrek en de hypotheekrenteaftrek.

Box 3
In box 3 is een nieuwe heffingssystematiek ingevoerd, waarbij wat meer aansluiting wordt gezocht bij de werkelijke rendementen van verschillende soorten vermogensbestanddelen. De rekenmethodiek is niet eenvoudig en er is bovendien discussie over de vraag of deze wetgeving voldoende tegemoetkomt aan eerdere rechtspraak.

De forfaitaire rendementspercentages voor banktegoeden en schulden worden in 2024 pas vastgesteld, maar voor de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2023 rekent de Belastingdienst met percentages van 0,36% en 2,57%. Voor overige bezittingen geldt een forfaitair rendementspercentage van 6,17%. Het heffingvrije vermogen is in 2023 verhoogd naar € 57.000, en het belastingtarief over het resulterende belastbare inkomen is in 2023 32%.

Overige fiscale wijzigingen

Naast de bovengenoemde punten zijn er ook andere wijzigingen, bijvoorbeeld voor de omzetbelasting, energiebelasting en loonbelasting en zaken als de verdere afbouw van de zelfstandigenaftrek, willekeurige afschrijving, bijtelling en de schenkvrijstelling eigen woning. Om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen op dit vlak, raden wij u aan met uw adviseur te overleggen over de laatste stand van zaken.