Prinsjesdag 2018: inkomstenbelasting

Op Prinsjesdag 2018 zijn een aantal maatregelen aangekondigd die betrekking hebben op inkomstenbelasting. Wij lichten deze maatregelen graag toe (voor een overzicht van álle maatregelen kunt u hier kijken). Let wel: alle genoemde maatregelen en wijzigingen betreffen slechts wetsvoorstellen. De voorstellen zijn pas van toepassing als ze zijn goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer.

In dit onderdeel komen de volgende onderwerpen aan de orde:

Invoeren tweeschijvenstelsel

De tarieven in de tweede en derde schijf van het huidige stelsel worden stapsgewijs gelijkgetrokken met het nieuwe tarief in de eerste schijf (basistarief). Door de invoering van het tweeschijvenstelsel ontstaat een meer proportionele heffing van IB en PVV. Deze zogenoemde vlaktaks kent een gezamenlijk basistarief voor het inkomen tot en met € 68.507 en een toptarief voor het inkomen boven € 68.507. In 2021 is het gezamenlijke basistarief 37,05%. Het nieuwe toptarief komt dan uit op 49,5%. In 2019 wordt het tarief van de huidige eerste schijf 36,65% en de tweede en derde schijf 38,10%.

Bevriezen en in de toekomst minder verhogen beginpunt hoogste tariefschijf

Het beginpunt van de hoogste tariefschijf wordt tot en met 2021 bevroren op het niveau van 2018 (€ 68.507). Verder wordt de beleidsmatige verhoging van het beginpunt van de hoogste tariefschijf na 2021 uit het basispad beperkt, door deze beleidsmatige verhoging tot en met 2024 op nul te zetten en in 2025 met € 134 te verlagen. De beleidsmatige verhoging van dit beginpunt bedraagt dan in 2025 € 759. Vanaf 2026 tot en met 2031 vindt de verhoging weer plaats overeenkomstig het basispad. Daarnaast zal dit beginpunt vanaf 2022 weer worden geïndexeerd.

Tariefmaatregel grondslagverminderende posten

Met ingang van 1 januari 2020 wordt het tarief waartegen aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning in aanmerking worden genomen, versneld afgebouwd. Eenzelfde tariefmaatregel gaat gelden voor de:

  • Ondernemersaftrek, bestaande uit de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en de stakingsaftrek.
  • Mkb-winstvrijstelling, mits het gezamenlijke bedrag van de met de ondernemersaftrek verminderde winst positief is.
  • Terbeschikkingstellingsvrijstelling, mits het gezamenlijke bedrag van het resultaat uit werkzaamheden positief is.
  • Persoonsgebonden aftrek, op dit moment bestaande uit de uitgaven voor onderhoudsverplichtingen, uitgaven voor specifieke zorgkosten, weekenduitgaven voor gehandicapten, scholingsuitgaven, uitgaven voor monumentenpanden, aftrekbare giften, het restant persoonsgebonden aftrek van voorgaande jaren en (op grond van overgangsrecht) verliezen op beleggingen in durfkapitaal.

De afbouw wordt versneld naar 3%-punt per jaar (2,95%-punt voor 2023). Per 2023 wordt het beoogde aftrektarief van 37,05% bereikt. De tariefmaatregel is alleen van toepassing op belastingplichtigen die, als geen rekening zou worden gehouden met de hiervoor genoemde posten, een belastbaar inkomen uit werk en woning hebben of zouden hebben dat wordt belast in de hoogste schijf (in 2020 een inkomen van meer dan € 68.507).

Ontwikkeling beperken aftrektarief 2019 tot en met 2023:

    2019 2020 2021 2022 2023
Maximaal aftrektarief aftrekbare kosten eigen woning 49,0% 46,0% 43,0% 40,0% 37,05%
Maximaal aftrektarief andere grondslagverminderende posten 51,75% 46,0% 43,0% 40,0% 37,05%

Verlaging percentage eigenwoningforfait

  • De verlaging van het (basis)percentage van het eigenwoningforfait voor woningen met een eigenwoningwaarde van meer dan € 75.000 maar niet meer dan € 1.060.000 vindt plaats in drie stappen van elk 0,05%-punt in de jaren 2020, 2021 en 2023. De percentages voor woningen met een eigenwoningwaarde van € 75.000 of minder worden in die jaren verhoudingsgewijs verlaagd, op basis van:
  1. Factor 0,4 voor woningen met een eigenwoningwaarde tussen € 12.500 en € 25.000.
  2. Factor 0,6 voor woningen met een eigenwoningwaarde tussen € 25.000 en € 50.000.
  3. Factor 0,8 voor woningen met een eigenwoningwaarde tussen € 50.000 en € 75.000.
  • Het percentage van 1,15% voor woningen die onder de uitzendregeling vallen wordt verlaagd met 0,08%-punt per jaar in de jaren 2020, 2021 en 2023.
  • De verlaging van het percentage van het eigenwoningforfait geldt niet voor de bijtelling privégebruik woning voor tot het ondernemingsvermogen behorende woningen.

Versobering voorwaartse verliesverrekening box II

  • De voorwaartse verliesverrekeningsperiode in box II wordt verkort van negen naar zes jaar. Verliezen uit aanmerkelijk belang (a.b.) die ontstaan in 2019 of latere jaren mogen alleen nog met de inkomens uit a.b. van de zes daaropvolgende jaren worden verrekend. Voor verliezen uit a.b. die zijn ontstaan in 2018 of eerdere jaren blijft gelden, dat deze zijn te verrekenen met de inkomens uit a.b. van het voorafgaande jaar en de negen volgende kalenderjaren. Een verlies ontstaan in 2018 is dus uiterlijk verrekenbaar tot en met 2027.
  • Door de wijziging van de termijn voor voorwaartse verliesverrekening bestaat de mogelijkheid dat een "jonger" verlies (geleden in 2019 of 2020) eerder verdampt dan een "ouder" verlies (geleden in 2017 of 2018). Daarom is het volgend overgangsrecht opgenomen:
  1. Het verlies geleden in 2019 wordt verrekend vóór verliezen die geleden zijn in 2017 en 2018.
  2. Het verlies geleden in 2020 wordt verrekend vóór een verlies dat geleden is in 2018.

Verhoging maximum algemene heffingskorting

Het maximum van de algemene heffingskorting wordt in 2019, 2020 en 2021 geleidelijk verhoogd met in totaal € 358.

Arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

  • Het maximum van de arbeidskorting wordt verhoogd, de arbeidskorting zal over een langer inkomenstraject oplopen en wordt steiler afgebouwd. Bovendien wordt voorgesteld het huidige vlakke maximum van de arbeidskorting te vervangen door een derde opbouwtraject met een extra opbouw van maximaal € 365. De verwachte maximale arbeidskorting bedraagt € 3.945 in 2021 en wordt bereikt bij een inkomen van ongeveer € 36.000. De arbeidskorting wordt vanaf dat bedrag met een percentage van 6% afgebouwd, waardoor de arbeidskorting bij een inkomen van iets meer dan € 100.000 op nihil uitkomt.
  • De opbouw van de IACK zal gelijkmatiger plaatsvinden. De opbouw verloopt vanaf het drempelinkomen geleidelijk vanaf nihil in plaats van vanaf een vast bedrag. Het opbouwpercentage stijgt naar 11,45%, maar de maximale IACK blijft gelijk, waardoor de maximale IACK al bij een lager inkomen wordt bereikt.
IB voor mensen < AOW-leeftijd 2019 2020 2021
Schijf 1 36,65% 37,05% 37,05%
Schijf 2 38,10% 37,80% 37,05%
Schijf 3 38,10% 37,80% 37,05%
Schijf 4 51,75% 50,50% 49,50%
Grens schijf 1 € 20.384  € 20.751  € 21.167 
Grens schijf 2 € 34.300  € 34.764  € 35.286 
Grens schijf 3 € 68.507  € 68.507  € 68.507 
AHK: maximaal € 2.477 € 2.642  € 2.753 
AHK: afbouw in 2e en 3e schijf 5,147%  5,537%  5,820% 
Arbeidskorting: maximaal € 3.399  € 3.706  € 3.941 
Arbeidskorting: afbouwpunt € 34.060  € 35.208  € 36.344 
Arbeidskorting: afbouwpercentage -6,00%  -6,00%  -6,00% 
IACK: maximaal € 2.835  € 2.875  € 2.921 
IACK: inkomensgrens € 4.993  € 5.062  € 5.142 
IACK: opbouwpercentage 11,450%  11,450%  11,450% 
Jonggehandicapten-korting € 737  € 749  € 761 

 

IB voor AOW-gerechtigden 2019 2020 2021
Schijf 1 18,75%  19,15%  19,15%
Schijf 2 20,20%  19,90%  19,15%
Schijf 3 38,10%  37,80%  37,05%
Schijf 4 51,75% 50,50% 49,50%
Grens schijf 1 € 20.384  € 20.751  € 21.167 
Grens schijf 2 (geboren vanaf 1946) € 34.300  € 34.764  € 35.286 
Grens schijf 2 (geboren voor 1946) € 34.817  € 35.444  € 36.153 
Grens schijf 3 € 68.507  € 68.507  € 68.507 
AHK: maximaal € 1.268  € 1.366  € 1.423 
AHK: afbouw in 2e en 3e schijf 2,635%  2,865%  3,010% 
Arbeidskorting: maximaal € 1.745  € 1.916  € 2.037 
Arbeidskorting: afbouwpunt € 34.060  € 35.208  € 36.344 
Arbeidskorting: afbouwpercentage -3,080%  -3,102%  -3,101% 
Ouderenkorting: maximaal € 1.596  € 1.619  € 1.645 
Ouderenkorting: afbouwpunt € 36.783  € 37.298  € 37.895 
Ouderenkorting: afbouw-percentage -15%  -15%  -15% 
Alleenstaande ouderenkorting € 429  € 436  € 443 

 

Correctie box II-tarief

Vanwege de wijziging van de Vpb-tarieven wordt het tarief in box II gecorrigeerd van 25% naar 26,9% per 2021. Dit gebeurt in twee stappen: met ingang van 2020 wordt het tarief met 1,25%-punt verhoogd naar 26,25% en met ingang van 2021 wordt het tarief met 0,65%-punt verder verhoogd naar 26,9%.

ZW-uitkering voor arbeidskorting en IACK voor zieken zonder werk

Met ingang van 2020 telt voor nieuwe ZW-uitkeringsgerechtigden zonder werk de ZW uitkering niet mee als inkomen dat bepalend is voor de hoogte van de arbeidskorting en de IACK. Er wordt een knip aangebracht tussen zieken mét werk en zieken zonder werk. De ZW-uitkering die vrijwillig verzekerden ontvangen, telt wel mee voor de hoogte van de arbeidskorting en de IACK. Hetzelfde geldt voor personen met een fictieve dienstbetrekking. Voor mensen die op 31 december 2019 al recht hadden op een ZW uitkering en van wie die ZW-uitkering doorloopt in 2020 en eventueel ook daarna, blijft ook die ZW-uitkering meetellen voor de hoogte van de arbeidskorting en de IACK.

Aanpassing van de regeling belastingrente voor de IB

Met ingang van het belastingjaar 2014 is het einde van de aangiftetermijn voor de IB verschoven van 1 april naar 1 mei na afloop van het belastingjaar. In lijn met de huidige praktijk wordt vastgelegd dat geen belastingrente in rekening wordt gebracht indien de (voorlopige of definitieve) aanslag IB is vastgesteld overeenkomstig de ingediende aangifte die is ontvangen vóór de eerste dag van de vijfde maand na afloop van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven.

Miljoenennota 2019

Aan de Miljoenennota 2019 ontlenen wij de volgende fiscale punten die niet eerder zijn genoemd bij de andere de op Prinsjesdag 2018 ingediende fiscale wetsvoorstellen:

  • Het box II-tarief wordt verlaagd ten opzichte van het afgesproken pad in het Regeerakkoord. Dat leidt tot een lastenverlichting voor directeur-grootaandeelhouders (DGA's). Het kabinet gaat schuldverhoudingen van DGA's met hun eigen BV boven de € 500.000 belasten in box II.
  • Het maximale tarief waartegen huizenbezitters kosten mogen aftrekken wordt versneld afgebouwd. De afbouw gaat per 2020 van jaarlijks 0,5 procentpunt naar jaarlijks 3 procentpunt, totdat per 2023 het basistarief van 36,95 procent is bereikt. Tegelijkertijd verlaagt het kabinet het eigenwoningforfait als compensatie. De aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (Hillen-regeling) wordt vanaf 2019 in 30 jaar uitgefaseerd. In 2019 wordt de eigenwoningregeling geëvalueerd. Hierin zal worden stilgestaan bij de complexiteit, doelmatigheid en doeltreffendheid van de regeling en de transactie- en uitvoeringskosten die deze met zich meebrengt voor huiseigenaren, banken en de Belastingdienst.

Mocht u naar aanleiding van de maatregelen van Prinsjesdag 2018 vragen hebben, neem dan contact op met uw adviseur bij Baker Tilly.