Prinsjesdag 2018: overige fiscale maatregelen

De maatregelen die op Prinsjesdag 2018 zijn bekendgemaakt met betrekking tot btw, erfbelasting, inkomstenbelasting, loonbelasting, pensioen en vennootschapsbelasting, hebben we apart voor u uitgelicht. Welke overige fiscale maatregelen kunt u verwachten? Dat leest u op deze pagina! Let wel: alle genoemde maatregelen en wijzigingen betreffen slechts wetsvoorstellen. De voorstellen zijn pas van toepassing als ze zijn goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer.

De volgende onderwerpen komen in dit onderdeel aan de orde:

Compensatie (ex-)ondernemers bijstandverlening zelfstandigen

Belanghebbenden die een toeslag moesten terugbetalen, omdat de lening die zij op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 van de gemeente ontvingen in de berekeningsjaren 2014, 2015 of 2016 werd omgezet in een ‘bedrag om niet’, worden gecompenseerd. De betreffende belanghebbenden kunnen zich richten tot de Belastingdienst/Toeslagen. Hun toeslagrecht over het betreffende berekeningsjaar wordt dan op verzoek (opnieuw) toegekend op basis van een toetsingsinkomen waarbij het inkomensbestanddeel dat voortvloeit uit de omzetting van de bijstandslening in een bedrag om niet, buiten beschouwing wordt gelaten. In een toelichtende brief op deze maatregel laat de staatssecretaris nog weten dat ondernemers die voor deze regeling in aanmerking komen, zich nu al bij de Belastingdienst/Toeslagen kunnen melden met het verzoek en de daarbij behorende bewijsstukken. Lopende invorderingsmaatregelen of betalingsregelingen zullen dan worden aangehouden.

Structurele verlaging ABB-tarieven Saba en Sint Eustatius

Op de bovenwinden (Saba en Sint Eustatius) zijn de tarieven van de algemene bestedingsbelasting (ABB) tijdelijk lager dan de tarieven die van toepassing zijn op Bonaire. De toepassing van deze lagere tarieven wordt structureel vastgelegd.

Verlenging geldigheidsduur vrijstelling pleegvergoedingen

Op grond van de in de Wet IB 2001 opgenomen horizonbepaling vervalt de per 2013 ingevoerde vrijstelling van pleegvergoedingen met ingang van 1 januari 2019. Nu is voorgesteld de in de horizonbepaling opgenomen vervaldatum voor de vrijstelling van pleegvergoedingen te verschuiven naar 1 januari 2020. Als uit de lopende evaluatie blijkt dat de vrijstelling structureel kan worden, zal dit via een nota van wijziging alsnog worden bewerkstelligd.

Aanpassing Wet MRB in verband met verwerking kentekengegevens

In verband met de op 25 mei 2018 in werking getreden AVG en de ANPR-arresten van de Hoge Raad wordt in een nieuw artikel 77a in de Wet MRB expliciet geregeld dat de Belastingdienst bevoegd is om op of aan de weg van een motorrijtuig met behulp van een technisch hulpmiddel kentekengegevens te verwerken ten behoeve van het toezicht op en de handhaving van de Wet MRB. De Belastingdienst zal voor het verwerken (vastleggen) gebruikmaken van camera's van de politie met ANPR technologie. Deze verwerking vindt alleen plaats voor het toezicht op en de handhaving van de Wet MRB, zoals de controle op de toepassing van de schorsing, de handelaarsregeling en de overgangsregeling voor oldtimers. De kentekengegevens die niet relevant zijn (geen treffers) worden in beginsel binnen 24 uur vernietigd en alle kentekengegevens worden uiterlijk binnen zeven dagen na vastlegging uit het technische systeem verwijderd. De regels over het gebruik van een technisch hulpmiddel en de eisen die aan een technisch hulpmiddel worden gesteld, worden in een algemene maatregel van bestuur opgenomen. De Belastingdienst zal periodiek een cameraplan opstellen waarin de plaatsing (locaties) en de reikwijdte (hoeveelheid) van de technische hulpmiddelen zijn uitgewerkt.

Fiscale begrenzingen beroeps- en bedrijfstakpensioenregelingen

Met betrekking tot de fiscaal gefaciliteerde pensioenopbouw van zelfstandige beroepsbeoefenaren in verplichte beroeps- en bedrijfstakpensioenregelingen wordt voorgesteld om twee delegatiebepalingen aan te passen. De eerste wijziging betreft het herstel van een omissie, waarmee de delegatiegrondslag voor de toepassing van de deeltijdfactor op de AOW-inbouw kloppend wordt gemaakt. De tweede wijziging hangt samen met de toezegging om mogelijk te maken dat een periode van afwezigheid wegens zwangerschap of bevalling fiscaal geen gevolgen hoeft te hebben voor de pensioenopbouw van zelfstandige beroepsbeoefenaren in een verplichte beroeps- of bedrijfstakpensioenregeling.

Overtredersbegrip in de fiscaliteit

Ingevolge de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit is in de AWR en de Awir het overtredersbegrip in de fiscaliteit en voor de toeslagen uitgebreid met de doen pleger, de uitlokker en de medeplichtige. Deze mogelijkheid vervalt op grond van de in de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit opgenomen horizonbepaling met ingang 1 januari 2019. De horizonbepaling was bedoeld om de uitbreiding van het overtredersbegrip vijf jaar na inwerkingtreding met het oog op de effectiviteit te evalueren. De Belastingdienst heeft nog te weinig gebruik kunnen maken van het uitgebreide overtredersbegrip om de effectiviteit ervan te bepalen en te evalueren, en schuift de vervaldatum op naar 1 januari 2024 omdat de uitbreiding van het overtredersbegrip grote meerwaarde heeft voor de fiscale handhavingspraktijk.

Aanpassing afvalstoffenbelasting bij verwijdering buiten Nederland

De Wbm wordt op een aantal technische punten aangepast. Dit betreft allereerst de delegatiegrondslag in de Wbm, die nog op enkele punten moest worden aangevuld. Verder is de rol van de minister van Infrastructuur en Waterstaat specifieker geformuleerd en is de Wbm aangevuld voor de situatie dat de door de kennisgever bij zijn aanvraag verstrekte gegevens niet juist of niet volledig zijn. Verder is voorgesteld dat de in het Belastingplan 2018 opgenomen wettelijke regeling zodanig wordt vereenvoudigd dat voor alle afvalstoffen die met dezelfde EVOA-vergunning buiten Nederland worden gebracht, ook hetzelfde tarief van toepassing is.

EIA, MIA en Vamil

Voorgesteld wordt om de horizonbepalingen, op basis waarvan de energie-investeringsaftrek (EIA), de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving op milieubedrijfsmiddelen (Vamil) per 1 januari 2019 zouden vervallen, met vijf jaar te verschuiven tot 1 januari 2024. Met betrekking tot de EIA wordt daarnaast voorgesteld om het aftrekpercentage te verlagen van 54,5% tot 45%. Daarnaast wordt voorgesteld om een delegatiebepaling aan te passen, waardoor de minister van Economische Zaken en Klimaat eerstverantwoordelijk wordt voor de Uitvoeringsregeling EIA 2001 waarin de Energielijst is opgenomen.

Afschaffen teruggaafregeling BPM voor taxi's en openbaar vervoer

In het kader van het voornemen om milieuvervuilend gedrag zwaarder te belasten, wordt de teruggaafregeling in de Wet BPM voor taxi's en openbaar vervoer met ingang van 1 januari 2020 afgeschaft. De vrijstelling van MRB voor taxi's en openbaar vervoer wordt niet afgeschaft. Ook worden de overige vergelijkbare bijzondere regelingen voor andere groepen voertuigen ongemoeid gelaten. Met het afschaffen van de teruggaafregeling voor taxi’s en openbaar vervoer komt ook het goedkeurend beleid van de Belastingdienst voor bepaalde vrijwilligersvervoersprojecten te vervallen. Voor de teruggaven waarvoor de aanspraak op teruggaaf van belasting uiterlijk 31 december 2019 is ontstaan, wordt de bestaande teruggaafmogelijkheid gerespecteerd. Op die aanvragen verleende teruggaven is het bestaande recht nog drie jaar lang van toepassing.

Versterking milieudifferentiatie belasting zware motorrijtuigen (Eurovignet)

De milieudifferentiatie in de Wet BZM wordt geactualiseerd. Hierdoor zullen de meer vervuilende zware vrachtauto's uit binnen- en buitenland meer belasting gaan betalen. Voor de schoonste vrachtauto's blijft het huidige tarief van toepassing. Over deze maatregel is overeenstemming bereikt met de zogenoemde Eurovignet-landen. De nieuwe tarieven zullen naar verwachting per 1 juli 2019 in werking treden, waarbij voor EURO V het tarief pas per 1 januari 2020 wordt verhoogd. Wanneer echter op 31 mei 2019 de ratificatieprocedure nog niet is afgerond in alle vijf de verdragslanden, treden de nieuwe tarieven op zijn vroegst in werking per 1 januari 2020. In dat geval treedt ook voor de klasse EURO V direct het verhoogde tarief in werking.

Aanpassing Wet uitwerking Autobrief II

De Wet uitwerking Autobrief II voorziet met ingang van 1 januari 2019 in een fijnstoftoeslag in de Wet MRB. Deze toeslag geldt voor dieselauto's met een fijnstofuitstoot van meer dan 5 mg per km. Op 16 april 2018 is de Tweede Kamer per brief geïnformeerd dat de hiervoor noodzakelijke automatisering bij de Belastingdienst naar verwachting pas per 1 januari 2020 gereed zal zijn. De Wet uitwerking Autobrief II wordt zodanig aangepast dat deze toeslag geldt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Schuif van elektriciteit naar aardgas

Er komt een schuif in de eerste schijf van de energiebelasting van elektriciteit naar aardgas. Dit betekent dat het tarief van de eerste schijf in de energiebelasting voor aardgas wordt verhoogd en het tarief van de eerste schijf voor elektriciteit wordt verlaagd. Met ingang van 1 januari 2019 wordt het reguliere tarief van de eerste schijf in de energiebelasting voor aardgas verhoogd met 3 cent per m3 en wordt het tarief voor de glastuinbouw in de eerste schijf voor aardgas verhoogd met 0,482 cent per m3. Het tarief van de eerste schijf voor elektriciteit wordt verlaagd met 0,72 cent per kWh.

Verlaging belastingvermindering energiebelasting

De belastingvermindering in de energiebelasting wordt met € 51 verlaagd van € 308,54 naar € 257,54. De belastingvermindering is een vast bedrag dat per aansluiting in mindering wordt gebracht op de voor de levering van elektriciteit verschuldigde energiebelasting.

Verhoging tarief afvalstoffenbelasting

Het tarief in de afvalstoffenbelasting voor het storten en verbranden van afvalstoffen wordt met ingang van 1 januari 2019 verhoogd van € 13,21 naar € 31,39 per 1.000 kg. De maatregel past binnen de ambitie van het kabinet om de transitie naar een circulaire economie te versnellen.

Vermindering verhuurderheffing voor verduurzaming van huurwoningen

Er komt een heffingsvermindering voor verduurzaming van huurwoningen. Verhuurders die verhuurderheffing verschuldigd zijn, kunnen in aanmerking komen voor heffingsvermindering en verbeteringen in de energieprestatie van bestaande huurwoningen met minimaal drie Energie-Indexklassen waarbij na renovatie een Energie-Index van maximaal 1,4 (label B of beter) resulteert. De regeling treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Wetsvoorstel aanpassing KSB voor sportweddenschappen

Het wetsvoorstel Wet aanpassing kansspelbelasting voor sportweddenschappen (Kamerstuk 35031) is bedoeld om aanbieders van landgebonden sportweddenschappen en aanbieders van via internet gespeelde sportweddenschappen voor de kansspelbelasting (KSB) gelijk te behandelen. Daarmee wordt voorkomen dat er sprake is van onrechtmatige staatssteun.

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip (volgens de huidige planning een half jaar na de datum van inwerkingtreding van de Wet inzake kansspelen op afstand) worden aanbieders van landgebonden en aanbieders van op afstand aangeboden sportweddenschappen fiscaal gelijk behandeld door ook de aanbieders van landgebonden sportweddenschappen belastingplichtig te maken in plaats van de speler, met als belastinggrondslag het brutospelresultaat in plaats van de prijs. Het brutospelresultaat is het verschil tussen de van spelers ontvangen inzetten en de aan spelers beschikbaar gestelde prijzen. Het voorgestelde belastingtarief bedraagt 29%, zowel voor landgebonden kansspelen als voor kansspelen op afstand.

Het belastingplichtig worden van aanbieders van landgebonden sportweddenschappen heeft gevolgen voor de huidige vergunninghouders van landgebonden sportweddenschappen. Het effectieve belastingtarief als percentage van het brutospelresultaat was voor deze aanbieders in 2016 gemiddeld 5% en zal na inwerkingtreding van dit wetsvoorstel oplopen tot 29%. Voor aanbieders van landgebonden bingo hebben de maatregelen uit het wetsvoorstel geen consequenties aangezien zij al belastingplichtig zijn over het brutospelresultaat. Verder zijn in Nederland wonende of gevestigde gerechtigden tot de prijzen van binnenlandse en buitenlandse kansspelen in de vorm van sportweddenschappen niet meer belastingplichtig tenzij de aanbieder van het buitenlandse landgebonden kansspel buiten de EU of EER woont of is gevestigd. Tot slot worden in het wetsvoorstel promotionele kansspelen niet aangemerkt als een kansspel op afstand. Hoewel een promotioneel kansspel via elektronische communicatiemiddelen en zonder fysiek contact kan worden aangeboden (kansspel op afstand), wordt het kansspel voor toepassing van de Wet KSB behandeld alsof het een landgebonden kansspel is. Dat betekent dat de prijs, net zoals bij landgebonden promotionele kansspelen, de grondslag blijft voor promotionele kansspelen op afstand.

Miljoenennota 2019

Aan de Miljoenennota 2019 ontlenen wij de volgende fiscale punten die niet eerder zijn genoemd bij de andere de op Prinsjesdag 2018 ingediende fiscale wetsvoorstellen:

  • Het kabinet wil het Nederlandse verdragennetwerk minder vatbaar maken voor oneigenlijk gebruik door middel van het zogenoemde Multilateraal Verdrag. Daarom neemt Nederland aantoonbaar meer antimisbruikbepalingen op dan veel andere landen. Het kabinet versterkt het zelfreinigend vermogen van de sector, door belastingadviseurs te verplichten om potentieel agressieve belastingstructuren te melden bij de Belastingdienst en vergrijpboeten te openbaren.

Mocht u naar aanleiding van de maatregelen van Prinsjesdag 2018 vragen hebben, neem dan contact op met uw adviseur bij Baker Tilly.