Prinsjesdag 2019: erf- en schenkbelasting

Op Prinsjesdag 2019 zijn een aantal maatregelen aangekondigd die betrekking hebben op erf- en schenkbelasting. Wij lichten deze maatregelen graag toe. Let wel: alle genoemde maatregelen en wijzigingen betreffen slechts wetsvoorstellen. De voorstellen zijn pas van toepassing als ze zijn goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer.

Voor een overzicht van alle maatregelen kunt u hier kijken. In het onderdeel erf- en schenkbelasting komen de volgende onderwerpen aan de orde:

Spontane aangifte, zonder uitgereikte uitnodiging

  • In de praktijk komt het steeds vaker voor dat een ingevuld aangiftebiljet wordt ingediend bij de Belastingdienst, zonder een vooraf verzonden of uitgereikte uitnodiging tot het doen van aangifte. Aan dergelijke spontane aangiften worden bij aanslagbelastingen (bijvoorbeeld de IB, de Vpb, de erf- en schenkbelasting) voortaan dezelfde wettelijke correctie- en sanctiebevoegdheden verbonden als de wettelijke correctie- en sanctiebevoegdheden die al gelden bij aangiften die na een vooraf verzonden of uitgereikte uitnodiging tot het doen van aangifte worden ingediend.
  • De aanpassingen van de AWR met betrekking tot de spontane aangifte zien alleen op originele aangiftebiljetten van de Belastingdienst of aangiftebiljetten die voldoen aan de specificaties die de Belastingdienst stelt die zonder een voorafgaande uitnodiging tot het doen van aangifte door belastingplichtigen worden ingediend.
  • Er is nog geen regeling getroffen voor aangiftebelastingen (zoals de BTW en LB). Het onderzoek naar spontane aangiften bij aangiftebelastingen is nog gaande.
  • Voor die gevallen waarin tegen het einde van de gebruikelijke aanslag- en navorderingstermijn een verzoek om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte of een (kwalificerende) spontane aangifte wordt gedaan, wordt de aanslag- en navorderingstermijn met zes maanden verlengd zodat de inspecteur over voldoende tijd beschikt om de betreffende aanslag vast te stellen.

Aanpassing belastingrente erfbelasting

  • Degene die voor de eerste dag van de negende maand na het overlijden - binnen de aangiftetermijn die als hoofdregel geldt bij een verkrijging in verband met een overlijden - verzoekt om een voorlopige aanslag of aangifte doet, krijgt sinds 1 januari 2019 geen belastingrente in rekening gebracht als de (voorlopige of definitieve) aanslag erfbelasting wordt vastgesteld overeenkomstig dat verzoek of die aangifte. Deze regeling wordt uitgebreid tot aanslagen erfbelasting waarbij de termijn voor het indienen van de aangifte op een ander moment aanvangt dan op de dag van het overlijden of wordt opgeschort. Er wordt geen belastingrente in rekening gebracht als het verzoek om een voorlopige aanslag of de aangifte is ontvangen binnen de aangiftetermijn die in de betreffende situatie geldt als de (voorlopige of definitieve) aanslag erfbelasting wordt vastgesteld overeenkomstig dat verzoek of die aangifte. Het tijdvak waarover belastingrente wordt berekend, vangt in een dergelijke situatie aan op het moment waarop de in die situatie geldende aangiftetermijn is verstreken.

Mocht u naar aanleiding van de maatregelen van Prinsjesdag 2019 vragen hebben, neem dan contact op met uw adviseur bij Baker Tilly.