Maatregelen voor onderneming voor vennootschapsbelasting

Het stimuleren van economische groei staat centraal in Belastingplan 2021. Tegelijkertijd gaat het kabinet ook door met hervormingen. Lees in dit overzicht meer over de (fiscale) maatregelen voor ondernemingen belast met vennootschapsbelasting.

Vragen? Neem contact met ons op!

Wij begrijpen dat de informatie over de nieuwe maatregelen niet direct inzicht geven in consequenties voor u of uw organisatie. Wilt u daar meer over weten? Of heeft u vragen over de maatregelen? Neem dan contact op met uw belastingadviseur bij Baker Tilly of bel naar een van onze vestigingen bij u in de buurt.

Onderwerpen Vennootschapsbelasting:

Lenen bij de eigen bv

Op 19 juni 2020 is het wetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap ingediend. Het voorstel was al in de zomer van 2018 aangekondigd. In grote lijnen komt het voorstel op het volgende neer. Als een belastingplichtige (samen met zijn partner) op 31 december 2023 een hogere schuld aan zijn bv heeft dan € 500.000, wordt het meerdere belast als regulier voordeel in box 2 (te vergelijken met het belasten van dividend). Hieronder vallen in beginsel alle typen leningen, met uitzondering van de zogenaamde eigenwoningschuld. Bij eigenwoningschulden die vanaf 1-1-2022 zijn aangegaan, moet sprake zijn van een recht van hypotheek om uitgezonderd te kunnen worden.

Ook als verbonden personen een schuld hebben van meer dan € 500.000 aan de vennootschap, is sprake van een te belasten regulier voordeel. Als de verbonden persoon zelf een aanmerkelijk belang heeft, wordt dat voordeel belast bij de verbonden persoon. Als de verbonden persoon géén aanmerkelijk belang heeft, wordt het bij de aanmerkelijkbelanghouder belast. Een verbonden persoon is een bloed- of aanverwant in de rechte lijn van de aanmerkelijkbelanghouder of van zijn partner. Het betreft dus (groot)ouders en (klein)kinderen en hun echtgenoot of geregistreerd partner.

Heeft u of uw partner een eigen bv en is er sprake van de hiervoor bedoelde schulden, bekijk dan in overleg met uw belastingadviseur in hoeverre de schulden kunnen worden afgelost.

Tegemoetkoming Vaste Lasten bij omzetverliezen door corona

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) is een subsidie die open is gesteld voor ondernemers die door de coronamaatregelen veel omzet verliezen en doorlopende vaste lasten hebben. De hoogte van de TVL-subsidie is afhankelijk van de omvang van de vaste lasten en het omzetverlies. Over de periode juni tot en met september bedraagt de subsidie maximaal 50% van de vaste lasten en maximaal € 50.000 (en kan nog worden aangevraagd t/m 30 oktober 2020).

De TVL wordt verlengd met 3 keer 3 maanden waardoor deze maatregel tot en met 30 juni 2021 loopt. De tegemoetkoming bedraagt vanaf oktober maximaal € 90.000 per periode en moet elke periode weer opnieuw worden aangevraagd.

De belangrijkste voorwaarden om in aanmerking te komen voor de TVL zijn:

  • Het bedrijf heeft maximaal 250 werknemers;
  • De SBI code van het bedrijf staat op de lijst met vastgestelde SBI codes. Eenvoudig gezegd gaat het om ondernemingen in onder meer de horeca, recreatie, evenementen, kermissen, podia en theaters;
  • Het bedrijf heeft een omzetverlies van minimaal 30%. Voor de periode 1 januari 2021 t/m 31 maart geldt een minimaal omzetverlies van 40%. Van 1 april t/m 30 juni 2021 geldt een minimaal omzetverlies van 45%.
  • De vaste lasten bedragen per periode minimaal € 4.000. De hoogte van de vaste lasten wordt forfaitair berekend door de omzet te vermenigvuldigen met het branchegemiddelde aan vaste lasten volgens het CBS. Zie hiervoor ook bovenstaande link.

De TVL-subsidie is een bate voor de onderneming en hoort in beginsel tot de belaste winst. Dit vindt het kabinet niet wenselijk. Daarom wordt de eerder aangekondigde vrijstelling van belastingheffing geformaliseerd. Over de ontvangen TVL-subsidie is hierdoor geen inkomsten- of vennootschapsbelasting verschuldigd.

Liquiditeitsvoordeel met coronareserve

De in mei van dit jaar door het kabinet aangekondigde coronareserve wordt in het Belastingplan geformaliseerd. Ondernemers die in 2020 als gevolg van de coronacrisis een verlies verwachten kunnen in hun aangifte vennootschapsbelasting 2019 alvast een zogenoemde coronareserve vormen. Deze coronareserve verschuift het verlies van 2020 naar 2019, zodat over het boekjaar 2019 direct minder vennootschapsbelasting verschuldigd is wat een liquiditeitsvoordeel oplevert.

De coronareserve bedraagt maximaal het totale verlies dat de belastingplichtige verwacht over het boekjaar 2020 als gevolg van de coronacrisis. De coronareserve is verder gemaximeerd op de winst over het boekjaar 2019 zonder de vorming van deze reserve. De coronareserve valt vrij in de aangifte over het boekjaar 2020 en verhoogt daarmee de winst over 2020.

Verlaging Vpb-tarief

De vorig jaar aangekondigde verlaging van het vennootschapsbelastingtarief voor grote bedrijven (van 25% naar 21,7%) wordt teruggedraaid. De besparing die dat oplevert komt deels ten goede aan het mkb. Het lagere ‘opstaptarief’ in de vennootschapsbelasting gaat omlaag van 16,5% naar 15%. Tegelijkertijd wordt de schijf waarvoor het opstaptarief geldt in twee stappen verhoogd. In 2021 gaat de grens van € 200.000 naar € 245.000 en in 2022 naar € 395.000. Het vennootschapsbelastingtarief voor de komende jaren ziet er nu als volgt uit:

Jaar 2020 2021 2022
Belastbaar bedrag tot €200.000 16,5%    

Belastbaar bedrag vanaf €200.000

25%    

Belastbaar bedrag tot €245.000

  15%  

Belastbaar bedrag vanaf €245.000

  25%  

Belastbaar bedrag tot €395.000

    15%

Belastbaar bedrag vanaf €395.000

    25%

Effectief tarief innovatiebox wordt verhoogd

Ondernemingen die zich in voldoende mate bezig houden met onderzoek en ontwikkeling (R&D) kunnen, onder voorwaarden, de winsten die daarmee worden behaald met een beroep op de innovatiebox laten belasten tegen een lager effectief tarief. Momenteel is dat effectieve tarief 7%. In september 2019 werd al door het kabinet aangekondigd dat het effectieve tarief van de innovatiebox per 1 januari 2021 van 7% naar 9% zou worden verhoogd. Die aankondiging wordt nu in het Belastingplan 2021 geformaliseerd.

Verliesverrekening – verruiming en beperking

Het kabinet wil per 1 januari 2022 de regeling voor verrekening van verliezen aanpassen. Verliezen kunnen nu één jaar terug en zes jaar voorwaarts worden verrekend. Niet verrekende verliezen die daarna resteren verdampen.

De aangekondigde aanpassing houdt in dat de beperking in de tijd wordt geschrapt. Verliezen zijn in de toekomst dus onbeperkt voorwaarts verrekenbaar. Daar staat tegenover dat per jaar € 1 miljoen onbeperkt verrekend mag worden. Bij een hogere winst dan € 1 miljoen is het meerdere voor 50% verrekenbaar met verliezen en wordt dus 50% belast. Deze regeling moet nog verder worden uitgewerkt.

Aanpassing artikel 10a Wet Vpb: renteaftrekbeperkingen

Artikel 10a Wet Vpb beperkt de mogelijkheid voor bedrijven om rente af te trekken op schulden aan verbonden vennootschappen en verbonden natuurlijke personen. Die aftrekbeperking is van toepassing indien een dergelijke schuld verband houdt met bepaalde ‘besmette’ handelingen, zoals een dividenduitkering, een terugbetaling van kapitaal of het verkrijgen of uitbreiden van een belang in een andere verbonden vennootschap.

Doel van deze aftrekbeperking is om de belastbare winst van een onderneming te verhogen door aftrek van rentelasten te beperken. Een ongewenst effect van de huidige regeling is dat ‘winst’ die een onderneming op een dergelijke schuld maakt als gevolg van negatieve rente of koerswinsten (indien een schuld in een andere valuta luidt) per saldo wordt vrijgesteld en de belastbare winst dus verlaagt.

Door aan artikel 10a een extra achtste lid toe te voegen wordt daaraan per 1 januari 2021 een einde gemaakt. Vanaf dat moment dient elke schuld afzonderlijk te worden beoordeeld en is het voordeel als gevolg van negatieve rente of koerswinst niet meer vrijgesteld van belastingheffing indien die voordelen groter zijn dan de lasten (positieve rente, koersverliezen of kosten van die schuld). 

Berekeningswijze KIA wordt verduidelijkt

Om investeringen van geringe omvang te stimuleren bestaat de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). De hoogte van de KIA is afhankelijk van de hoogte van de investering: hoe hoger de investering, hoe lager de aftrek.  Met de voorgestelde wetswijziging wordt de berekeningswijze van de KIA voor belastingplichtigen met meerdere ondernemingen en belastingplichtigen die deel uitmaken van een samenwerkingsverband verduidelijkt.

Indien een belastingplichtige meerdere ondernemingen heeft, wordt de KIA per onderneming bepaald. Wanneer een belastingplichtige deel uitmaakt van een samenwerkingsverband wordt de omvang van de KIA gerelateerd aan de investering van dit samenwerkingsverband. Heeft een belastingplichtige daarnaast buitenvennootschappelijk vermogen dat dienstbaar is aan het samenwerkingsverband, dan dient daarmee rekening te worden gehouden voor de omvang van de KIA. In het wetsvoorstel wordt de berekeningswijze hiervoor verduidelijkt.

Voor een toelichting op de nadere uitwerking van deze regeling verwijzen wij u graag naar uw adviseur bij Baker Tilly.

Eenmalige huurverlaging huurders met lager inkomen bij woningcorporaties

Woningcorporaties wordt in 2021 eenmalig verplicht om onder voorwaarden de huur te verlagen bij huurders die ‘duur scheefwonen’. Huurders krijgen recht op de huurverlaging als hun inkomen ligt onder de inkomensgrens van passend toewijzen en de huurprijs hoger is dan de voor hen van toepassing zijnde aftoppingsgrens.

Als de huurprijs hoger is dan de lage aftoppingsgrens (in 2020 € 619,01) vraagt de woningcorporatie aan de Belastingdienst een verklaring over de categorie van het huishoudinkomen van 2019. Als het inkomen lager is dan de inkomensgrens moet de woningcorporatie uiterlijk 1 april 2021 met een huurverlagingsvoorstel komen tot een bedrag gelijk aan de aftoppingsgrens. De huurder kan ook zelf met een verzoek tot huurverlaging komen als zijn inkomen in de periode van de laatste zes maanden voor zijn huurverlagingsverzoek lager is of gelijk is aan de toepasselijke actuele inkomensgrens voor passend toewijzen.

Overzicht van de toepasselijke huurverlaging:

Type huishouden    Inkomen tot inkomensgrens (prijspeil 2020) Huurverlaging naar (prijspeil 2020)
Eenpersoonshuishouden ≤ € 23.255 € 619,01
Eenpersoonsouderenhuishouden ≤ € 23.175 € 619,01
Meerpersoonshuishouden ≤ € 31.550 € 619,01 / € 663,40*
Meerpersoonsouderenhuishouden ≤ € 31.475 € 619,01 / € 663,40*

*) € 619,01 voor tweepersoonshuishoudens en € 663,40 voor huishoudens van drie of meer personen.

Als tegemoetkoming voor de woningcorporatie wordt het tarief van de verhuurderheffing met 0,036 procentpunt verlaagd, waardoor de staat € 138 miljoen minder verhuurderheffing ontvangt per jaar.

Inschrijving in UBO-register vanaf 27 september

Vanaf 27 september 2020 moeten vennootschappen en andere juridische entiteiten bij de Kamer van Koophandel (KvK) hun UBO’s registreren.  UBO's (Ultimate Beneficial Owners) zijn personen die uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over een organisatie. Het betreft bijvoorbeeld personen die meer dan 25% van de aandelen hebben in een bv. Of personen die meer dan 25% direct of indirect eigendomsbelang hebben in een vof of maatschap.

Het UBO-register is gebaseerd op Europese regelgeving. Het beoogt bij te dragen aan het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen en terrorismefinanciering. Buitenlandse rechtspersonen, zoals een Ltd of GmbH, en buitenlandse rechtspersonen die slechts een vestiging in Nederland hebben (branch offices), hebben geen registratieplicht in Nederland. De Ltd of GmbH moet zijn UBO's inschrijven in het land van oprichting.

De KvK stuurt dit najaar brieven aan alle opgaveplichtige organisaties die in het Handelsregister staan. In deze brief staat hoe de UBO’s kunnen worden ingeschreven. U heeft tot 27 maart 2022 de tijd om de opgave te doen. Aan de inschrijving zijn volgens de KvK geen kosten verbonden.

Let op:

  • Wij benadrukken dat bovenstaande geen compleet overzicht is. Meer informatie over alle maatregelen gepresenteerd op Prinsjesdag vindt u op de website van de Rijksoverheid.
  • De genoemde maatregelen en wijzigingen zijn wetsvoorstellen, tenzij anders vermeld. De voorstellen moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede en de Eerste en Kamer. Let op: de voorstellen kunnen nog wijzigen.

Blijf up-to-date