Diensten door samenwerkingsverband van schoolbesturen onder btw-koepelvrijstelling

Recentelijk heeft rechtbank Den Haag geoordeeld dat een samenwerkingsverband van een aantal schoolbesturen diensten verricht die onder de btw-koepelvrijstelling vallen. De rechter overweegt dat de betreffende diensten rechtstreeks nodig zijn voor het verzorgen van onderwijs door haar leden. Ook blijkt dat het samenwerkingsverband slechts terugbetaling vordert van het aandeel van haar leden in de gezamenlijke uitgaven en dat de uitgevoerde activiteiten niet leiden tot verstoring van de concurrentieverhoudingen. In dit nieuwsbericht gaan wij nader in op de zaak alsmede het belang daarvan voor de praktijk.

Feiten in de zaak

De belanghebbende in de zaak is een samenwerkingsverband van een aantal schoolbesturen in het basisonderwijs. Het samenwerkingsverband heeft geen winstoogmerk en beheert een pool van leerkrachten die kunnen worden ingezet bij de leden van het samenwerkingsverband. Dit zijn 86 deelnemende scholen met ruim 16.500 leerlingen.

De leerkrachten uit de pool zijn niet in dienst bij het samenwerkingsverband, maar bij haar leden (de scholen) of worden later in dienst genomen door de leden. De activiteit die het samenwerkingsverband verricht, is daarom te kwalificeren als bemiddeling tussen de leden met een personeelsbehoefte en de leerkrachten uit de pool. Het samenwerkingsverband is van mening dat op deze bemiddelingsdiensten de btw-koepelvrijstelling van toepassing is.

De Belastingdienst neemt het standpunt in dat de btw-koepelvrijstelling niet van toepassing is. Volgens haar zijn de diensten niet rechtstreeks noodzakelijk voor het verzorgen van onderwijs en staat niet vast dat het samenwerkingsverband de kosten op een juiste wijze heeft doorbelast. Daarnaast is de inspecteur van mening dat het samenwerkingsverband in concurrentie treedt met ondernemers die personeelsbemiddelingsdiensten aanbieden.

De vraag die in deze zaak centraal staat is of de bemiddelingsdiensten van het samenwerkingsverband jegens de leden onder de btw-koepelvrijstelling vallen.

Oordeel rechtbank

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de diensten van het samenwerkingsverband onder de btw-koepelvrijstelling vallen. Dit betekent concreet dat het samenwerkingsverband geen btw verschuldigd is over de vergoedingen die zij van haar leden ontvangt voor het verrichten van de bemiddelingsdiensten.

De rechtbank overweegt dat sprake is van diensten die rechtstreeks nodig zijn voor het verzorgen van onderwijs. Het samenwerkingsverband heeft namelijk aannemelijk gemaakt dat de leden geen diensten zouden afnemen indien zij geen onderwijstaken zouden verzorgen en dat de diensten ook niet aan de leden zouden zijn verricht, indien deze geen onderwijstaken zouden verrichten.

Naar het oordeel van de rechtbank maakt het samenwerkingsverband ook aannemelijk dat zij voor haar bemiddelingsdiensten van de scholen uitsluitend terugbetaling heeft ontvangen van het aan hen toe te rekenen aandeel in de uitgaven. Aldus is ook aan deze voorwaarde voor toepassing van de btw-koepelvrijstelling voldaan.

Tot slot is de rechtbank van mening dat geen sprake is van een verstoring van de concurrentieverhoudingen. In dit kader bespreekt de rechtbank onder meer de uitwerking van de Nederlandse btw-koepelvrijstelling in het licht van de bewoordingen van de doelstelling van de Europese btw-richtlijn.

Het samenwerkingsverband wordt aldus door de rechtbank in het gelijk gesteld en mag de btw-koepelvrijstelling toepassen op de door haar verrichte diensten.

Belang voor de praktijk

Het komt niet vaak voor dat de toepassing van de btw-koepelvrijstelling in een juridische procedure wordt gehonoreerd. Op grond van Europese rechtspraak wordt de btw-koepelvrijstelling namelijk beperkt uitgelegd. Deze uitspraak van de rechtbank biedt echter steun voor de opvatting dat de btw-koepelvrijstelling wellicht een ruimere uitleg verdient dan tot op heden werd aangenomen. Hierbij merken we wel op dat de Belastingdienst hoger beroep heeft ingesteld tegen deze uitspraak. Definitief uitsluitsel laat dus nog op zich wachten.

Hoe dan ook is de uitspraak een wenselijke uitkomst voor de praktijk. Het oordeel van de rechter bevat ook duidelijke handvatten om te bepalen of de btw-koepelvrijstelling van toepassing is. De toepassing van deze vrijstelling blijft echter te allen tijde sterk afhankelijk van de feitelijke omstandigheden van het geval.

Uiteraard zijn wij graag bereid om de toepassing van de btw-koepelvrijstelling binnen uw organisatie te bespreken. Wilt u meer weten over wat deze uitspraak concreet voor uw organisatie betekent, neem dan contact op met onze btw-specialisten Rakesh Ghirah (06 11 87 19 74) of Mohamed Ameziane (06 52 76 54 14).