Uitgaven zakelijk of privé?

Het komt geregeld voor dat een ondernemer of een directeur-grootaandeelhouder (dga) privékosten betaalt via de bankrekening van de onderneming of de bv. In beginsel is daar niets mis mee. Voorkomen moet echter worden dat deze kosten ten onrechte ten laste van de winst worden gebracht. Gebeurt dat toch, dan kunnen de correcties en de boeten flink oplopen.

De Hoge Raad bevestigde onlangs het oordeel van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de volgende casus. In 2013 heeft de Belastingdienst bij een bv een boekenonderzoek ingesteld. Bij deze controle is aan het licht gekomen dat een aantal uitgaven ten behoeve van de aandeelhouder of zijn partner zijn gemaakt. Het betrof hier onder meer niet benoemde opnamen van de geldautomaat, overboekingen naar de dga, uitgaven voor luxe artikelen, vakantie en schoolgeld en boeken voor de kinderen. De Belastingdienst heeft forse correcties toegepast: over 2011 voor een bedrag van € 19.242 en voor het jaar 2012 voor een bedrag van € 49.396. Over beide jaren heeft de Belastingdienst een boete opgelegd van 100%, omdat opzettelijk onjuiste aangiften zijn ingediend.

De Rechtbank stelde vast dat de dga heeft erkend dat het uitgaven waren voor niet-zakelijke doeleinden. Door de grootte van de correcties oordeelde de Rechtbank dat de dga niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Dit leidt tot omkering van de bewijslast: de inspecteur kan in redelijkheid correcties stellen; de dga moet dan bewijzen dat de correcties onterecht zijn. De correcties bleven grotendeels in stand. De boete werd voor het jaar 2011 op 50% vastgesteld en voor het jaar 2012 vernietigd.

Het Hof oordeelde dat de correcties terecht werden behandeld als een zogenaamde winstuitdeling (de correctie vindt dan plaats in box 2 tegen een belastingtarief van 25%). De uitgaven zijn namelijk gedaan ter bevrediging van de persoonlijke behoefte van de aandeelhouder. Voorts zijn de bv en de dga zich ervan bewust geweest dat de aandeelhouder werd bevoordeeld.
Het Hof oordeelde voorts dat de onzakelijke uitgaven niet konden worden aangemerkt als loon voor de partner van de dga. Er was niet gebleken dat de uitgaven als loon waren bedoeld. De correcties bleven in stand. De boete over 2011 bleef 50%. De Hoge Raad bevestigde de uitspraak van het Hof. Het is belangrijk dat de privé-uitgaven van de dga niet als onkosten worden geboekt in de bv. Deze uitgaven kunnen beter geboekt worden ten laste van de rekening-courant van de aandeelhouder. Dit voorkomt correcties en forse boetes bij een controle door de Belastingdienst. Het is overigens de taak van de dga om er op toe te zien dat de privé-uitgaven niet ten laste van de winst worden geboekt.