Hoge Raad beslist over latente verliezen bij aandeelhouderswisselingen
Wanneer een vennootschap fiscale verliezen maakt, kunnen die onder voorwaarden worden verrekend met latere belaste winsten. Maar in bepaalde gevallen mag dat niet. Bijvoorbeeld als het uiteindelijke belang in de vennootschap wijzigt, de activiteiten zijn ingekrompen en de vennootschap vooral beleggingen heeft. Zo wordt de handel in ‘verliesvennootschappen’ aan banden gelegd.
De Hoge Raad heeft beslist in een zaak over de reikwijdte van deze verliesverrekeningsbeperking. Centraal in deze uitspraak stond de vraag of deze regeling alleen ziet op formeel vastgestelde verliezen, of ook op verliezen die bij een aandeelhouderswisseling al latent aanwezig zijn maar pas later worden gerealiseerd.
Vastgoedvennootschap met latente verliezen
In de procedure ging het om een vastgoedvennootschap waarvan de aandelen in 2015 zijn verkocht aan een nieuwe aandeelhouder. Een deel van de vastgoedportefeuille was op het moment van de aandeelhouderswisseling minder waard dan de fiscale boekwaarde. De verliezen waren dus economisch al aanwezig, maar nog niet (fiscaal) gerealiseerd. Twee jaar later werden enkele panden overgedragen, waardoor een verlies van circa € 4,3 miljoen tot uitdrukking kwam. Vervolgens rees de vraag op of dit verlies nog kon worden benut. De belastingplichtige vond van wel, maar de Belastingdienst vond van niet.
De rechtbank stelde de belastingplichtige aanvankelijk in het gelijk, maar het gerechtshof kwam daarna tot de tegenovergestelde conclusie. Volgens het Hof kunnen ook dergelijke latente verliezen onder de verliesverrekeningsbeperking van artikel 20a Wet Vpb vallen.
Hoge Raad volgt het Hof
De Hoge Raad moest zich er uiteindelijk over buigen en bevestigt nu het oordeel van het Hof. Artikel 20a Wet Vpb is niet beperkt tot verliezen die tot het moment van de aandeelhouderswisseling al daadwerkelijk zijn geleden. Ook verliezen die op dat moment economisch reeds aanwezig zijn, maar pas later worden gerealiseerd, kunnen onder de verliesverrekeningsbeperking vallen. Daarbij acht de Hoge Raad van belang dat deze maatregel beoogt handel in verliesvennootschappen tegen te gaan en dat uit de wetsgeschiedenis niet blijkt dat de wetgever een ruimere benutting van latente verliezen wilde toestaan. Wel merkt de Hoge Raad op, net als de Advocaat-Generaal eerder in zijn conclusie noemt, dat het ‘voor de hand gelegen dat de wetgever voorschriften had gegeven voor de vaststelling en behandeling van op het moment van de belangenwijziging aanwezige latente verliezen’. Wellicht valt hierin een instructie aan de wetgever te lezen.
Gevolgen voor ondernemers en vastgoedinvesteerders
Bij de aankoop van een vennootschap moet je verder kijken dan alleen de aanwezige verliesbeschikkingen. Stille verliezen kunnen met name bij vastgoedvennootschappen grote financiële gevolgen hebben. Een verlies dat pas jaren na een transactie wordt gerealiseerd, is volgens de Hoge Raad mogelijk tóch niet verrekenbaar als het aan de periode vóór de aandeelhouderswisseling is toe te rekenen. Het is verstandig hier in je tax due diligence rekening mee te houden.
Heb je vragen over de gevolgen van deze uitspraak? Onze experts vertellen je graag meer. Neem contact op met je Baker Tilly adviseur, of plan een vrijblijvende kennismaking met onze vastgoedexperts en belastingadviseurs.
Wet- en regelgeving op dit gebied kan onderhevig zijn aan verandering. Wij raden je aan om met jouw Baker Tilly adviseur te overleggen over de impact hiervan.
Andere inzichten
-
Kennisartikel28 augustus 2026Vooruitblik op Prinsjesdag 2026: deze fiscale veranderingen verwachten we
-
Kennisartikel16 juli 2026Cyberbeveiligingswet 2026: dit verandert er voor organisaties
-
Kennisartikel14 juli 2026De impact van AI op je organisatieontwikkeling en strategische personeelsplanning