Fossiele leaseauto’s duurder vanaf 2027
Vanaf 1 januari 2027 geldt een heffing voor personenauto’s van de zaak die geheel of gedeeltelijk op fossiele brandstof rijden. Ook hybride auto’s kunnen onder deze maatregel vallen. Wanneer is deze heffing op jouw wagenpark van toepassing? Wat betekent deze werkgeverslast voor je wagenpark en mobiliteitsbeleid? En welke alternatieven zijn er?
Wat verandert er per 2027?
De heffing (deze wordt formeel pseudo-eindheffing genoemd) voor ter beschikking gesteld fossiele personenauto’s bedraagt jaarlijks 12% van de cataloguswaarde en moet de overstap naar emissieloze mobiliteit versnellen. Voor auto’s ouder dan 25 jaar geldt de waarde in het economisch verkeer in plaats van de cataloguswaarde voor de berekening van de heffing. De heffing geldt als je de auto ook voor privégebruik of woon-werkverkeer ter beschikking stelt en komt volledig voor rekening van de werkgever. Je mag deze dus niet verhalen op de medewerker. De bestaande bijtelling voor privégebruik blijft daarnaast gelden.
Voor auto’s die vóór 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking zijn gesteld aan medewerkers, geldt een overgangsregeling. Volgens de huidige wet loopt dit tot 17 september 2030. Het kabinet heeft voorgesteld deze termijn te verlengen tot 1 januari 2031, maar daarvoor is nog parlementaire instemming nodig.
Op Prinsjesdag zijn nog wel twee versoepelingen voorgesteld:
De heffing is niet van toepassing op vervangend vervoer bij onderhoud en reparatie (maximaal 14 dagen).
De heffing geldt niet voor handgeschakelde lesauto’s.
De maatregel kan grote gevolgen hebben voor organisaties met een omvangrijk wagenpark. Het gaat niet alleen om extra kosten. Ook je arbeidsvoorwaarden, duurzaamheidsdoelen, autoregeling en loonadministratie kunnen aanpassing vragen. Tegelijk wil je medewerkers wel een regeling blijven bieden die past bij hun werk en situatie.
Elektrisch rijden niet altijd direct haalbaar
Volledig elektrisch rijden is niet voor iedere organisatie of medewerker meteen een passende oplossing. Medewerkers hebben bijvoorbeeld niet altijd een laadmogelijkheid thuis. Ook kunnen lange reisafstanden of specifieke functies om meer flexibiliteit vragen.
Een leaseauto is bovendien vaak een belangrijke arbeidsvoorwaarde. Een wijziging kan daarom gevoelig liggen. Eén standaardoplossing werkt meestal niet. Je hebt beleid nodig dat aansluit bij verschillende functies, reispatronen en de praktische mogelijkheden van medewerkers.
Een mobiliteitsbudget als alternatief
Steeds meer werkgevers kijken naar een mobiliteitsbudget. Daarmee geef je medewerkers binnen duidelijke kaders meer flexibiliteit in hoe zij reizen. Dit kan een goed alternatief zijn voor de traditionele leaseauto, maar alleen als je de regeling fiscaal goed inricht en praktisch uitvoerbaar maakt. In de praktijk zien we grofweg drie varianten.
1. Budget in plaats van leaseauto
Je kunt een budget aanbieden dat aansluit bij het normleasebedrag. Medewerkers gebruiken dan bijvoorbeeld eigen vervoer en ontvangen een vergoeding voor zakelijke kilometers en woon-werkverkeer. Sinds 1 januari 2026 mag je voor zakelijke reizen en woon-werkverkeer met eigen vervoer maximaal € 0,25 per kilometer onbelast vergoeden.
Een deel van een bruto budget kan zo, afhankelijk van het reisgedrag, worden omgezet in een onbelaste kilometervergoeding. Of deze variant voor jou kostenneutraal uitpakt ten opzichte van een leaseauto, hangt af van het budget, het aantal kilometers en de huidige autokosten. Leg daarom vooraf vast welke kosten in het budget vallen en hoe je de vergoeding administreert.
2. Budget met extra kilometervergoeding
Je kunt het mobiliteitsbudget combineren met een extra kilometervergoeding. Dat kan aantrekkelijk zijn voor medewerkers die veel reizen, maar ook leiden tot hogere werkgeverskosten.
Reken vooraf verschillende scenario’s door. Kijk daarbij naar functies, reisafstanden, contractvormen en het verwachte gebruik. Zo voorkom je dat de regeling voor specifieke groepen onverwacht duur uitpakt.
3. Mobiliteit via één platform
Een andere mogelijkheid is een mobiliteitsplatform. Medewerkers gebruiken dan binnen een vastgesteld budget bijvoorbeeld het openbaar vervoer, een deelauto, huurfiets of huurauto.
Dit kan passen bij organisaties met hybride werkpatronen, stedelijke locaties of concrete duurzaamheidsdoelen. Zorg wel voor heldere afspraken over het gebruik, de goedkeuring van kosten en de administratieve verwerking.
Een mobiliteitsbudget voorkomt de heffing niet vanzelf
Een mobiliteitsbudget voorkomt de pseudo-eindheffing niet automatisch. Als je feitelijk een auto ter beschikking blijft stellen, bijvoorbeeld omdat je uiteindelijk alle kosten van de auto vergoed of als de deelauto een fossiele auto is, kunnen de fiscale regels voor de auto van de zaak en bijbehorende heffing van toepassing blijven.
Kijk daarom niet alleen naar de naam van de regeling, maar vooral naar de uitvoering. Let op het eigendom van de auto, de mate van keuzevrijheid en welke kosten je vergoedt. Kijk ook naar je rol als werkgever bij het gebruik van de auto.
Neem ook de WKR mee
Mobiliteit raakt direct aan de werkkostenregeling. Vergoedingen, verstrekkingen en voorzieningen rond mobiliteit beïnvloeden de fiscale inrichting van je arbeidsvoorwaarden. Neem mobiliteit daarom mee in een bredere WKR-check. Beoordeel daarbij ook je afspraken over reiskosten, thuiswerken en verduurzaming. Zo krijg je zicht op de fiscale mogelijkheden, de gevolgen voor de loonadministratie en de afspraken die je in beleid of arbeidsvoorwaarden moet vastleggen.
Bereid je mobiliteitsbeleid tijdig voor
Door het overgangsrecht leidt een auto die vóór 1 januari 2027 ter beschikking is gesteld niet direct tot pseudo-eindheffing. Dat betekent niet dat je niets hoeft te doen. De keuzes die je nu maakt, bepalen mede hoe snel je wagenpark na afloop van het overgangsrecht moet veranderen.
Breng daarom nu je wagenpark, contractmomenten en reispatronen in kaart. Onderzoek vervolgens welke combinatie van elektrische auto’s, mobiliteitsbudgetten en andere vervoersvormen past bij je organisatie. Kijk daarbij verder dan de fiscaliteit. Een werkbare regeling houdt ook rekening met HR, arbeidsrecht, duurzaamheid, administratie en duidelijke communicatie richting medewerkers.
Hoe Baker Tilly kan helpen
Onze specialisten helpen je om de impact van de pseudo-eindheffing concreet te maken. We brengen de financiële en organisatorische gevolgen van de pseudo-eindheffing in kaart, beoordelen bestaande regelingen en WKR-aspecten en rekenen verschillende scenario's door. Daarbij combineren we fiscale, arbeidsrechtelijke en HR-kennis, zodat je beleid ontwikkelt dat niet alleen fiscaal klopt, maar ook uitvoerbaar is voor je organisatie. -kennis, zodat je beleid ontwikkelt dat niet alleen fiscaal klopt, maar ook uitvoerbaar is voor je organisatie.
Benieuwd welke mobiliteitsregeling bij jouw organisatie past? Neem contact op met onze specialisten van Employment Advisory.
Wet- en regelgeving op dit gebied kan onderhevig zijn aan verandering. Wij raden je aan om met jouw Baker Tilly adviseur te overleggen over de impact hiervan.
Meer weten over WKR en mobiliteit?
Weten hoe je mobiliteitsregelingen fiscaal goed inricht binnen de WKR? In ons webinar gaan we dieper in op de fiscale en praktische inrichting van mobiliteitsregelingen. Meld je aan voor het WKR-webinar.
Meld je hier aan