Ga direct naar de inhoud

Locatie veranderen

Baker Tilly Nederland logo

Tweede Kamer akkoord met Wwr: dit zijn de box 3-regels vanaf 2028

Gepubliceerd op: 13 februari 2026
Type publicatie Kennisartikel

Er is lang over gesproken, en nu is ook de Tweede Kamer akkoord: vanaf 2028 krijgen we een nieuw box 3-systeem. Als ook de Eerste Kamer instemt met het wetsvoorstel, wordt de inkomstenbelasting in box 3 vanaf 1 januari 2028 geheven over het werkelijke rendement op het box 3-vermogen.

Onze experts bespreken de hoofdpunten van de nieuwe regeling, de aandachtspunten die er nog zijn, en de box 3-heffing zoals die in de tussentijd blijft gelden.

Wet werkelijk rendement: nieuw hybride systeem van heffing

Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (‘Wwr’) maakt gebruik van een combinatie van systemen. Er is een vermogensaanwasbelasting (belasting van waardeaangroei op papier én belasting over gerealiseerde voordelen) als hoofdregel. Daarnaast geldt een vermogenswinstbelasting (enkel belasting over gerealiseerde winsten) als uitzondering voor bepaalde vermogensbestanddelen.

Bank- en spaartegoeden onder de Wwr

Voor bank- en spaartegoeden geldt een vermogensaanwasbelasting. De voordelen uit bank- en spaartegoeden laten zich meestal makkelijk meten: de rente is belast, en sommige kosten zijn aftrekbaar. Banken en financiële instellingen vermelden deze gegevens doorgaans in het jaaroverzicht (en renseigneren deze aan de Belastingdienst).

Vorderingen en schulden

Voor vorderingen en schulden geldt ook de vermogensaanwasbelasting, zodat zowel ontvangen en betaalde als aangegroeide rente belast is. Ook waardeveranderingen van vorderingen en schulden tellen mee. Soms zul je hiervoor zelf een uitgebreidere administratie moeten bijhouden, bijvoorbeeld bij leningen van particulieren of schulden aan de bv.

Let op: voor dga’s met een schuld aan de eigen vennootschap blijft de wetgeving rondom excessief lenen relevant.

Het lijkt erop dat bepaalde onderlinge vorderingen en schulden die voorheen waren gedefiscaliseerd (bijvoorbeeld leningen tussen echtgenoten) onder de nieuwe regeling wél in box 3 zullen vallen.

Aandelen

Aandelen in box 3 (dus niet aanmerkelijkbelangaandelen in box 2) vallen ook onder de vermogensaanwasbelasting. Zowel de intrinsieke waardeaangroei als de uitgekeerde dividenden zullen belast zijn. Voor de vermogensaanwas wordt gekeken naar de waarde op 1 januari en op 31 december van het belastingjaar.

Uitzondering voor aandelen in start-ups

Voor belangen in bepaalde start-ups geldt een uitzondering: die vallen onder de vermogenswinstbelasting, waardoor enkel dividenduitkeringen en gerealiseerde verkoopwinsten op deze belangen belast zijn. Er is overigens meer wetgeving voorgesteld rondom innovatieve start-ups en scale-ups. Lees daarover meer in dit artikel.

Vastgoed: een hybride systeem

Voor vastgoed geldt in principe dat alleen de direct genoten opbrengsten belast worden. Bepaalde directe kosten komen daarbij in aftrek van het belastbare rendement. Ongerealiseerde waardevermeerderingen (en -verminderingen) vallen buiten de heffing. Pas bij verkoop van het vastgoed wordt de verkoopwinst belast.

De eigen woning blijft belast in box 1. Voor andere onroerende zaken hangt de precieze berekening van het belastbare rendement af van de aard en het gebruik van het vastgoed. Op hoofdlijnen geldt het volgende:

Woning in eigen gebruik (zoals een tweede woning of vakantiewoning)

  • Belastingheffing over een jaarlijks forfait van 3,35% (2028) van de WOZ-waarde. De winst bij verkoop is belast. Die verkoopwinst wordt bepaald door het verschil te nemen tussen verkoopprijs en de inbrengwaarde per 1 januari 2028 (voor woningen in principe de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2028, dat is dus de WOZ die voor 2029 relevant is). Bij aankoop ná die datum bereken je de winst als het verschil tussen de aankoop- en verkoopprijs.

Verhuurde woning

  • Het netto-huurresultaat is direct belast in het jaar van ontvangst. Daarnaast is er een vermogenswinstbelasting bij verkoop. De inbrengwaarde wordt bepaald zoals bij een niet-verhuurde woning, maar de leegwaarderatio lijkt relevant voor die inbrengwaarde.

Gemengd gebruik woning

  • Is een woning maar een deel van het jaar verhuurd (minder dan 90% van het jaar), en de rest van het jaar in eigen gebruik? Dan vergelijk je het jaarlijkse forfait met de werkelijke opbrengsten uit verhuur. Het hoogste van de twee bedragen is belast. Daarnaast is er een vermogenswinstbelasting bij verkoop.

Overig vastgoed

  • Ook voor overig vastgoed geldt dat de directe opbrengsten meteen belast zijn en de waardevermeerdering pas bij verkoop. Als inbrengwaarde op 1 januari 2028 geldt de waarde in het economisch verkeer op die datum.

Administratieve verplichtingen en verliesverrekening

Vergeleken met de huidige box 3-systematiek moet je wellicht meer administratie bewaren, met name over kosten. In het huidige systeem houd je namelijk geen rekening met kosten (behalve rentelasten). Bespreek tijdig met je adviseur wat dit betekent voor jouw situatie.

Tot slot: er is verliesverrekening mogelijk in de form van een ‘carry-forward’. Verliezen boven de verliesdrempel (€ 500) mogen in een later jaar verrekend worden.

Hoe zit het met de belastingheffing in 2026 en 2027?

Tot en met 2027 geldt het huidige forfaitaire systeem nog. En als belastingplichtigen zelf aantonen dat zij minder rendement maken dan het forfaitaire rendement, worden zij alleen belast over het werkelijke rendement (de zogenoemde tegenbewijsregeling).

Het is voor deze jaren nuttig om na te gaan of het werkelijke rendement op je vermogen lager is en een beroep op de tegenbewijsregeling zinvol is. Je Baker Tilly adviseur kan je hier meer over vertellen.

Het wetsvoorstel moet nog door de Eerste Kamer

Tijdens het wetgevingsproces zijn verschillende toezeggingen gedaan en moties aangenomen. Het is onzeker of die per 1 januari 2028 allemaal verwerkt zijn, of pas later ingaan. Bijvoorbeeld voor aandelen in familiebedrijven.

Bovendien is in het recente coalitieakkoord opgemerkt dat het systeem snel (weer) moet worden omgevormd naar een zuiverdere vermogenswinstbelasting. Het is dus mogelijk dat het box 3-systeem ook na goedkeuring door de Eerste Kamer verder wijzigt.

We houden de ontwikkelingen uiteraard in de gaten. Vermoedelijk bevatten de Voorjaarsnota in april/mei en de Prinsjesdagplannen ook maatregelen die samenhangen met box 3. Daarover lees je uiteraard meer op onze website.

Heb je vragen over de nieuwe wetgeving en wat dit voor jouw belastingpositie betekent? Neem dan contact op met je Baker Tilly adviseur.

Wet- en regelgeving op dit gebied kan onderhevig zijn aan verandering. Wij raden je aan om met je Baker Tilly adviseur te overleggen over de impact hiervan.

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen, events en klantverhalen

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief